Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 27 mei 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:2360Zaaknummer UTR 20/4123
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 27 mei 2021
- Publicatiedatum
- 7 oktober 2022
- Zaaknummer
- UTR 20/4123
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser heeft zijn auto (kenteken: [kenteken]) op 7 augustus 2020 geparkeerd aan de [locatie] te [plaats]. Er geldt daar betaald parkeren. Aan eiser is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 66,40, bestaande uit € 1,90 parkeerbelasting en € 64,50 naheffing, omdat de auto van eiser zonder parkeervergunning was geparkeerd en eiser geen parkeerkaart had gekocht.
3. Eiser voert aan dat hij houder is van een invalidenparkeerkaart die geldig is tot 6 juni 2021. Op 7 augustus 2020 was hij vergeten deze parkeerkaart mee te nemen/achter de voorruit van de auto te plaatsen. Eiser verzoekt uit redelijkheid en billijkheid het bedrag van € 66,40 kwijt te schelden. Daarbij brengt eiser naar voren dat hij 66 jaar is, dat hij vergeetachtig is en dat hij zich zorgen maakt of hij volgend jaar als hij met pensioen gaat, in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.
Oordeel rechtbank
4. Niet in geschil is dat eiser op 7 augustus 2020 over een geldige invalideparkeerkaart beschikte. Ook is niet in geschil dat eiser de invalideparkeerkaart op die dag niet achter de voorruit van de auto heeft geplaatst. Nu eiser dat niet heeft gedaan, heeft hij niet voldaan aan de voorwaarden die aan de invalidenparkeerkaart verbonden zijn. Verweerder heeft de naheffingsaanslag parkeerbelasting daarom terecht aan hem opgelegd.
Het is voor verweerder niet mogelijk om deze kwijt te schelden.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. L.Y. Wong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4123
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: T. Klinkhamer ).
Procesverloop
Op 7 augustus 2020 heeft verweerder aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 66,40.
In de uitspraak op bezwaar van 3 november 2020 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Het onderzoek ter zitting heeft via Skypeverbinding plaatsgevonden op 27 mei 2021. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser heeft zijn auto (kenteken: [kenteken]) op 7 augustus 2020 geparkeerd aan de [locatie] te [plaats]. Er geldt daar betaald parkeren. Aan eiser is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 66,40, bestaande uit € 1,90 parkeerbelasting en € 64,50 naheffing, omdat de auto van eiser zonder parkeervergunning was geparkeerd en eiser geen parkeerkaart had gekocht.
3. Eiser voert aan dat hij houder is van een invalidenparkeerkaart die geldig is tot 6 juni 2021. Op 7 augustus 2020 was hij vergeten deze parkeerkaart mee te nemen/achter de voorruit van de auto te plaatsen. Eiser verzoekt uit redelijkheid en billijkheid het bedrag van € 66,40 kwijt te schelden. Daarbij brengt eiser naar voren dat hij 66 jaar is, dat hij vergeetachtig is en dat hij zich zorgen maakt of hij volgend jaar als hij met pensioen gaat, in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.
Oordeel rechtbank
4. Niet in geschil is dat eiser op 7 augustus 2020 over een geldige invalideparkeerkaart beschikte. Ook is niet in geschil dat eiser de invalideparkeerkaart op die dag niet achter de voorruit van de auto heeft geplaatst. Nu eiser dat niet heeft gedaan, heeft hij niet voldaan aan de voorwaarden die aan de invalidenparkeerkaart verbonden zijn. Verweerder heeft de naheffingsaanslag parkeerbelasting daarom terecht aan hem opgelegd.
Het is voor verweerder niet mogelijk om deze kwijt te schelden.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. L.Y. Wong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.