Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 29 april 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:2191Zaaknummer 20/4362-V

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
28 juni 2021
Zaaknummer
20/4362-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzet, ongegrond, rechtbank heeft zich terecht onbevoegd verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 29 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [opposant], te [woonplaats], opposant.
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/4362-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2021 op het verzet van

[opposant], te [woonplaats], opposant.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen de brief van 17 november 2020 van de GGZ Klachtencommissie Patiënten en Naasten Utrecht (hierna: GGZ).

In de uitspraak van 25 januari 2021 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard.

Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.

Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft zich in de uitspraak van 25 januari 2021 onbevoegd verklaard, omdat de GGZ geen bestuursorgaan is en GGZ dus geen publiekrechtelijke bevoegdheden heeft. Er is daarom geen sprake van een besluit in de zin van 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 25 januari 2021 niet juist was.

3. Opposant is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank van 25 januari 202. Hij vindt dat hij wel in beroep kan gaan bij de rechtbank.

4. De rechtbank volgt de uitspraak van 25 januari 2021. In rechtsoverweging 4 van de uitspraak staat beschreven waarom de bestuursrechter niet bevoegd is. De tekst die opposant aanhaalt in zijn verzetschrift doelt op de procedure bij de Geschillencommissie Wet kwaliteit, klachten en geschillen (Wkkgz). Zoals ook blijkt uit de brief van 17 november 2020 staat het opposant vrij om een procedure te starten bij deze Geschillencommissie.

5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 25 januari 2021 in stand blijft.

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 29 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.