Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 10 maart 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:1544Zaaknummer UTR 21/975

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10 maart 2021
Publicatiedatum
8 augustus 2022
Zaaknummer
UTR 21/975
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verwijzingsbeslissing

Beslissing

De rechtbank verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag.

Aldus gegeven op 10 maart 2021 door mr. M.P. Glerum, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier.

griffier rechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel:

Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder hoger beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Johnson&Johnson Medical B.V ., te Amersfoort , verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel:

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/975

beslissing van 10 maart 2021 op grond van artikel 8:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

Johnson&Johnson Medical B.V ., te Amersfoort , verzoekster

(gemachtigde: mr. K. van Lessen Kloeke),

en

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft verweerder beslist tot actieve openbaarmaking van het rapport ‘Mesh implants intended to treat patients with pelvic organ prolapse. Market survey and quality of technical documentation’.

Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland.

Overwegingen

De rechtbank stelt vast dat bij de rechtbank Den Haag door verschillende verzoekers verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening zijn ingediend, die zien op het besluit. De rechtbank is van oordeel dat behandeling van de zaken door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag daarom gewenst is.

Beslissing

De rechtbank verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag.

Aldus gegeven op 10 maart 2021 door mr. M.P. Glerum, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier.

griffier rechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel:

Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder hoger beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.