Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 7 april 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:1400Zaaknummer UTR 21/212

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 april 2021
Publicatiedatum
3 maart 2022
Zaaknummer
UTR 21/212
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om proceskostenvergoeding toegewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder tot betaling van €534,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van €181,- dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
  2. Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR, verweerder.
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/212

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 april 2021 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. E.D. van Elst),

en

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 19 januari 2021 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in bezwaar gegaan en heeft ook om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 15 februari 2021 heeft verweerder medegedeeld dat het bezwaar gegrond is en hij de bestreden beslissing van 19 januari 2021 heeft herzien. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker.

4. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op €534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van €534,- en een wegingsfactor 1).

5. Verweerder moet ook het griffierecht van €181,- dat verzoeker heeft betaald aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder tot betaling van €534,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van €181,- dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.