Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 7 februari 2020

ECLI:NL:RBMNE:2020:745Zaaknummer C/16/496780 / FL RK 20-228

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 februari 2020
Publicatiedatum
9 maart 2020
Zaaknummer
C/16/496780 / FL RK 20-228
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Officier van justitie niet ontvankelijk in zijn verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging.

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging.

Deze beschikking is op 7 februari 2020 mondeling gegeven door mr. K.G. van de Streek, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door S. Splinter als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

RECHTBANK MIDDEN NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Locatie: Lelystad

Zaak-/rekestnr.: C/16/496780 / FL RK 20-228

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 7 februari 2020 van de rechtbank Midden Nederland naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op een verlenging crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene]

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats],

wonende [adres] te [woonplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

verblijvende in [naam instelling], locatie [naam locatie] te [plaatsnaam],

advocaat: mr. D. Warnink.

1 Procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op

5 februari 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:- de medische verklaring, d.d. 30 januari 2020;

- de zorgkaart, d.d. 31 januari 2020;

- het zorgplan, d.d. 3 februari 2020.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op

7 februari 2020, op de locatie [naam instelling], locatie [naam locatie] te [plaatsnaam].

1.3

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- mr. D. Warnink;

- mevrouw [A], arts.

2 Beoordeling

2.1

De advocaat heeft ter zitting een verweerschrift ingediend en dit nader toegelicht. Primair is geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie, omdat het verzoek te laat is ingediend. Het is door de officier van justitie ingediend op 5 februari 2020, terwijl de machtiging voortzetting crisismaatregel is verleend tot en met 4 februari 2020. Hierdoor is van aansluiting op de machtiging tot voortzetting crisismaatregel geen sprake, waardoor de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. De advocaat stelt subsidiair dat betrokkene bereid is om op vrijwillige basis in de instelling te verblijven waarbij zij het advies van de arts, met uitzondering van de medicatie, op wil volgen. De manische episode die betrokkene de afgelopen periode heeft meegemaakt mag niet lijden tot een permanent gebruik van medicatie.

2.2

De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat het verzoekschrift wel op tijd is ingediend. In het systeem van de instelling staat dat er tot en met 5 februari 2020 een verzoek kon worden ingediend. Tijdens de opname is een verbetering te zien geweest in het toestandsbeeld van betrokkene. De arts geeft aan dat een zorgmachtiging nodig is om te zorgen voor stabiliteit op de lange termijn. Betrokkene heeft de afgelopen jaren meerdere psychoses doorgemaakt. Betrokkene is niet consistent bereid om medicatie te slikken. Om de schommelingen op lange termijn te kunnen stabiliseren is het gebruik van medicatie in de vorm van een depot noodzakelijk. Het is belangrijk dat betrokkene goed ingesteld wordt op medicatie.

2.3

De rechtbank is van oordeel dat het primaire verweer slaagt. De officier van justitie het verzoek tot zorgmachtiging te laat heeft ingediend. De rechtbank heeft, blijkens de beschikking, op 15 januari 2020 een voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 4 februari 2020. Vervolgens heeft de officier van justitie op 5 februari 2020 een verzoek tot zorgmachtiging ingediend. Dit is na het verlopen van de voortzetting van de crisismaatregel, waardoor het verzoek tot zorgmachtiging niet aansluit op de voortzetting tot crisismaatregel, zoals vastgelegd in artikel 7:11 lid 1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De rechtbank zal daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn verzoek verklaren en komt aan de bespreking van de overige standpunten en verweren niet toe.

3 Beslissing

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging.

Deze beschikking is op 7 februari 2020 mondeling gegeven door mr. K.G. van de Streek, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door S. Splinter als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.