Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 19 oktober 2020

ECLI:NL:RBMNE:2020:4516Zaaknummer UTR - 20 _ 3096

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 oktober 2020
Publicatiedatum
22 juli 2021
Zaaknummer
UTR - 20 _ 3096
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken. Het college van de gemeente Eemnes moet aan verzoekster de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Het college moet dit bedrag betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-‘t Lam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] ., te [plaats] , verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3096

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 oktober 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] ., te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.W. van der Hulst),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes (het college), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Het college heeft op 8 oktober 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft op 20 december 2018 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een reclameobject. Omdat het college heeft nagelaten om tijdig een besluit te nemen op deze aanvraag is de omgevingsvergunning op 15 februari 2019 van rechtswege verleend. Het college heeft deze van rechtswege verleende omgevingsvergunning op 30 april 2020 bekend gemaakt. Niemand heeft binnen de bezwaartermijn van zes weken na deze bekendmaking bezwaar gemaakt tegen de van rechtswege verleende vergunning. De omgevingsvergunning staat dus in rechte vast.

2. Op 22 juli 2020 heeft het college aan verzoekster – op haar verzoek – een bevestiging van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning met daarin een aantal voorschriften toegezonden. Het college heeft vervolgens op 24 juli 2020 per abuis nogmaals de van rechtswege verleende omgevingsvergunning gepubliceerd. Na deze publicatie zijn binnen zes weken vier bezwaarschriften ingediend.

3. Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de opschorting van de werking van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning op grond van artikel 6.1, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op te heffen, dan wel te verklaren dat in dit geval geen sprake is van opschorting van de werking van de omgevingsvergunning.

4. Op 21 september 2021 heeft het college verklaard dat hij de bezwaarschriften die zijn ingediend na de tweede publicatie van de van rechtswege verleende vergunning niet-ontvankelijk gaat verklaren, omdat hij deze ziet als niet tijdig ingediend na de eerste publicatie.

5. Verzoekster heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

6. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen[_6b3ded84-d145-4802-b17c-80c0a39d9798].

7. Het college heeft gereageerd op het verzoek en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.

8. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoekster die het college moet betalen vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

9. Het college moet ook het griffierecht van € 354,- aan verzoekster betalen[_28b3eca2-e05c-41e8-94a4-76c3d8ba0b28].

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Het college moet dit bedrag betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-‘t Lam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2020.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 6.1 AB

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.