Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 12 februari 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:371Zaaknummer C/16/482293 / HA RK 19-167
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 februari 2020
- Publicatiedatum
- 26 februari 2020
- Zaaknummer
- C/16/482293 / HA RK 19-167
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging van gemachtigde niet toereikend om tijdens de procedure het woord te mogen voeren namens verzoekster. Intrekking van vermeende machtigingen door mentor van verzoekster. Verzoek inzage in medisch dossier afgewezen op grond van info mentor.
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Bokx - Boom en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.[_18a8bb44-0562-4726-964e-2d8d14d104a2]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/482293 / HA RK 19-167
Beschikking van 12 februari 2020
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster,
bijgestaan door drs. Th.A. Vermolen MA te Tilburg,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
verweerster,
advocaat mr. S. Dik (DAS).
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 20 november 2019,
- de beslissing van de wrakingskamer van 11 december 2019,
- de brief met bijlagen van 6 december 2019 van mw. [A], werkzaam bij ZEKER Financiële Zorgverlening B.V. te Almere, de mentor van [verzoekster],
- de brief met bijlagen van 26 december 2019, ontvangen op 6 januari 2020 en nogmaals op 14 januari 2020 met extra toegevoegde bijlagen, van Vermolen,
- de brief van 9 januari 2020 van mr. S. Dik.
De rechtbank heeft, gelet op het volgende, afgezien van een mondelinge behandeling om [verzoekster] in haar (woon)verblijf, in persoon, te horen op het onderhavige verzoek.
2 De beoordeling
Nadat de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bepaald om [verzoekster], in persoon, te horen, omdat de door Vermolen overgelegde machtiging niet toereikend was, heeft Vermolen een wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer heeft Vermolen niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking, omdat niet is gebleken dat Vermolen het verzoek namens [verzoekster] heeft ingediend en hij zelf niet als partij in de onderhavige procedure kan worden aangemerkt.
Gebleken is dat bij beschikking van deze rechtbank van 29 oktober 2019 (zaaknummer 8061569 UT VERZ 19-14392) een mentorschap ten behoeve van [verzoekster] is ingesteld, waarbij ZEKER Financiële Zorgverlening B.V. te Almere tot mentor is benoemd. De mentor heeft een brief van 4 december 2019, gericht aan Vermolen, overgelegd. Hierin heeft zij Vermolen meegedeeld dat hij, tegen de wil van [verzoekster], tuchtrechtelijke en civiel rechtelijke procedures tegen [verweerster] voert in verband met het opvragen van het medische dossier van [verzoekster] en dat alle vermeende machtigingen worden ingetrokken. In deze brief meldt zij verder dat [verzoekster] met ingang van 5 april 2016 ook onder bewind staat.
Partijen hebben beide gereageerd op de brief van de mentor.
De rechtbank stelt vast dat Vermolen tot op heden geen toereikende (proces)machtiging heeft overgelegd, waaruit blijkt dat hij in deze procedure namens [verzoekster] het woord mag voeren. Bovendien heeft de door de rechtbank benoemde mentor van [verzoekster] informatie verstrekt, waaruit valt op te maken dat het niet de wil van [verzoekster] is om deze procedure tegen [verweerster] te voeren. Het verzoek tot inzage in of afschrift van haar medische dossier van [verzoekster] zal daarom worden afgewezen.
3 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Bokx - Boom en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.[_18a8bb44-0562-4726-964e-2d8d14d104a2]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.