Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 14 augustus 2020

ECLI:NL:RBMNE:2020:3669Zaaknummer 20/710

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 augustus 2020
Publicatiedatum
31 mei 2021
Zaaknummer
20/710
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk, beroep te laat ingediend.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

P.W. Hogenbirk, griffier, op 14 augustus 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/710

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van 12 december 2019.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 september 2019 het bezwaar van eiseres tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak op bezwaar heeft eiseres bij brief van 29 januari 2020, door verweerder ontvangen op 4 februari 2020, bezwaar gemaakt. Dit bezwaarschrift is door verweerder doorgestuurd naar de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.

3. In een zaak die valt onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), zoals deze zaak, moet een beroepschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 26c van de Awr). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Wanneer het beroep bij de foute instantie (in dit geval verweerder) wordt ingediend, telt de datum waarop het beroepschrift daar is ontvangen, als indieningsdatum. Dat is dus 4 februari 2020.

4. In dit geval is de uitspraak op bezwaar bekendgemaakt op 12 december 2019. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 23 januari 2020 ontvangen moeten zijn. Eiseres heeft dus te laat beroep ingesteld. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

5. De rechtbank heeft eiseres op 23 april 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres binnen twee weken aan de rechtbank moet laten weten waarom zij het beroepschrift te laat heeft ingediend. In deze brief staat ook, dat indien eiseres zonder geldige reden het beroep te laat heeft ingediend, de rechtbank het beroep van eiseres niet-ontvankelijk kan verklaren.

6. Eiseres heeft geen reden gegeven waarom zij te laat was.

7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

P.W. Hogenbirk, griffier, op 14 augustus 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.