Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 21 augustus 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:3391Zaaknummer 507420 / HA RK 20-215
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2020
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2020
- Zaaknummer
- 507420 / HA RK 20-215
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Wraking
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wrakingszaak. Kennelijk niet-ontvankelijk.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, de voorzitter van het team bestuursrecht, waarin de gewraakte rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.F. Haeck, voorzitter, en mrs. N.M. Spelt en
R.J. Praamstra, als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2020.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 507420 / HA RK 20-215
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
21 augustus 2020
op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van:
[verzoeker]
wonende te [woonplaats],
(verder te noemen: verzoeker).
1 De procedure
Verzoeker heeft op 6 augustus 2020 een verzoek ingediend tot wraking van
mr. M.C. Verra (verder: de rechter) in de zaak met zaaknummer UTR 19/4871.
De wrakingskamer heeft gelet op het onderstaande afgezien van een mondelinge behandeling.
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
Op grond van artikel 8:15 Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarvoor vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan.
In de hiervoor genoemde hoofdzaak heeft de rechter op 14 juli 2020 al een uitspraak gedaan. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. Het wrakingsverzoek is naar aanleiding van deze beslissing op
6 augustus 2020 ingediend, en dus nadat een einduitspraak is gedaan. Dat betekent dat verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.
Gelet op deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub c van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, de voorzitter van het team bestuursrecht, waarin de gewraakte rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.F. Haeck, voorzitter, en mrs. N.M. Spelt en
R.J. Praamstra, als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2020.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.