Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 24 oktober 2019

ECLI:NL:RBMNE:2019:6721Zaaknummer C/16/482420 / KG ZA 19-386

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 oktober 2019
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
C/16/482420 / KG ZA 19-386
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

kort geding Deze uitspraak is gepubliceerd in verband met een onderzoek van de Universiteit Utrecht

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

bepaalt dat de afspraken in het aan dit vonnis gehechte convenant onderdeel uitmaken van dit vonnis;

4.2.

verklaart dit vonnis tot zover en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

4.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt;

4.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wakker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2019.[_9b77140d-200d-450d-b826-ebdadf599f43]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/482420 / KG ZA 19-386

Vonnis in kort geding van 23 oktober 2019

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. C.J.P. Liefting te Mijdrecht,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M.L. Hamburger te Amstelveen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van [eiser] van 9 juli 2019;
  • de stukken van [gedaagde], binnengekomen bij de griffie van deze rechtbank op 27 augustus 2019;
  • de stukken van [eiser], binnengekomen bij de griffie van deze rechtbank op 28 augustus 2019.
1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2019.

1.3.

Op verzoek van partijen is de zaak meermalen aangehouden, omdat zij in overleg met elkaar waren. Op 16 oktober 2019 hebben partijen de rechtbank een door hen gesloten convenant toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een relatie gehad. Uit deze relatie zijn de volgende kinderen geboren:

  • [minderjarige 1] op [geboortedatum 1] 2002 te [geboorteplaats 1];
  • [minderjarige 2] op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2].

3 De beoordeling

3.1.

Partijen hebben overeenstemming bereikt. De afspraken die zij hebben gemaakt, hebben zij vastgelegd in een door hen op 9 oktober en 14 oktober 2019 gesloten convenant. Overeenkomstig het verzoek van partijen hecht de voorzieningenrechter dit convenant aan dit vonnis en zal zij bepalen dat de afspraken onderdeel uitmaken van dit vonnis. De voorzieningenrechter zal daarnaast bepalen dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

bepaalt dat de afspraken in het aan dit vonnis gehechte convenant onderdeel uitmaken van dit vonnis;

4.2.

verklaart dit vonnis tot zover en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

4.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt;

4.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wakker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2019.[_9b77140d-200d-450d-b826-ebdadf599f43]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.