Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 6 november 2019

ECLI:NL:RBMNE:2019:5187Zaaknummer 7900873 UT VERZ 19-11207

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
6 november 2019
Publicatiedatum
13 november 2019
Zaaknummer
7900873 UT VERZ 19-11207
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De kantonrechter oordeelt dat een schuldeiser van de nalatenschap geen aanwijzing van de kantonrechter kan vragen op grond van artikel 4:210 BW. Derhalve wordt de schuldeiser niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.

4 De beslissing

De kantonrechter verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Smit, kantonrechter, en is in aanwezigheid van mr. R.H.M. den Ouden, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 november 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2. De vaststaande feiten
  3. 3 De overwegingen van de kantonrechter
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Toezicht

kantonrechter

zaaknummer: 7900873 UT VERZ 19-11207

Beschikking d.d. 6 november 2019

Inzake het verzoek van

[verzoekster],

gemachtigde: mr. P.M. de Vries, werkzaam bij Baerle87 advocaten te Amsterdam,

verder te noemen [verzoekster].

De zaak heeft betrekking op de nalatenschap van

[erflater], geboren te [geboorteplaats] op [1945], overleden te [woonplaats] op [2016], laatst gewoond hebbende te gemeente [gemeente], verder te noemen erflater.

mr. P.J. van de Kar,

werkzaam bij Notariskantoor Bellaar c.s. in Amstelveen,

is op 1 juni 2018 door de rechtbank benoemd als vereffenaar in de nalatenschap van erflater,

verder te noemen de vereffenaar.

(Bezwaard) erfgenaam in de nalatenschap is

[(bezwaard) erfgenaam],

gemachtigde: mr. C.J.P. Liefting, werkzaam bij Advocatenkantoor Liefting te Mijdrecht,

verder te noemen [(bezwaard) erfgenaam].

1 Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • de brief van [verzoekster], ingekomen op 7 mei 2019;
  • de reactie daarop van de vereffenaar, ingekomen op 20 augustus 2019;
  • het e-mailbericht van de vereffenaar van 3 oktober 2019;
  • het faxbericht van [(bezwaard) erfgenaam] van 4 oktober 2019;
  • het e-mailbericht van [verzoekster] van 7 oktober 2019;
  • het e-mailbericht van de vereffenaar van 8 oktober 2019;
  • het faxbericht van [verzoekster] van 8 oktober 2019.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 9 oktober 2019. Hierbij zijn verschenen: [verzoekster] met haar gemachtigde, de vereffenaar en [(bezwaard) erfgenaam] met haar gemachtigde. Voorts waren daarbij aanwezig de twee dochters van erflater, [A] en [B], de laatste met haar echtgenoot; de zoon van [(bezwaard) erfgenaam], de heer [C]; de voormalige gemachtigde van [verzoekster], mevrouw [D].

2. De vaststaande feiten

[verzoekster] is de ex-echtgenote van erflater en schuldeiser van de nalatenschap.

[(bezwaard) erfgenaam] was de partner van erflater tot zijn overlijden. Zij is benoemd tot enig bezwaard erfgenaam. Tot verwachters zijn benoemd de drie kinderen van erflater. [(bezwaard) erfgenaam] heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.

Bij beschikking van 28 juni 2017 van de rechtbank Midden-Nederland is bepaald dat [(bezwaard) erfgenaam] in haar hoedanigheid van erfgenaam aan [verzoekster] een bedrag van

€ 94.386,28 moet betalen.

Bij beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 1 juni 2018 is mr. P.J. van de Kar tot vereffenaar benoemd in de nalatenschap van erflater.

3 De overwegingen van de kantonrechter

3.1.

[verzoekster] vraagt de kantonrechter op grond van artikel 4:210 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de vereffenaar een aantal aanwijzingen te geven.

3.2.

Artikel 4:210 BW bepaalt dat vereffenaars aan de kantonrechter alle door deze gewenste inlichtingen geven en verplicht zijn diens aanwijzingen bij vereffening te volgen.

Dit artikel is de wettelijke basis voor de kantonrechter om uitvoering te geven aan zijn toezichthoudende rol jegens de vereffenaar. De vereffenaar kan zich op grond van artikel 4:210 BW ook wenden tot de kantonrechter om te vragen hem of haar een aanwijzing te geven.

3.3.

[verzoekster] is schuldeiser van de nalatenschap en geen vereffenaar. De kantonrechter is van oordeel dat een schuldeiser van de nalatenschap geen aanwijzing van de kantonrechter kan vragen op grond van artikel 4:210 BW. Schuldeisers kunnen zich in een ander stadium wel wenden tot de kantonrechter. Op grond van artikel 4:218 BW kunnen belanghebbenden (zoals schuldeisers) bijvoorbeeld in verzet komen tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst.

3.4.

Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter [verzoekster] niet kan ontvangen in haar verzoek. Daarom zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.

3.5.

Overigens ziet de kantonrechter op dit moment geen aanleiding om op basis van de door [verzoekster] gegeven informatie ambtshalve aan de vereffenaar een aanwijzing te geven.

4 De beslissing

De kantonrechter verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Smit, kantonrechter, en is in aanwezigheid van mr. R.H.M. den Ouden, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 november 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.