Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 7 december 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:6247Zaaknummer 471493 / HA RK 18-334
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 7 december 2018
- Publicatiedatum
- 18 december 2018
- Zaaknummer
- 471493 / HA RK 18-334
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wrakingszaak.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoekster in haar verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekster, de gewraakte rechter, alsmede aan de voorzitter van de afdeling toezicht en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mrs. G. Perrick en
A. van Dijk als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2018.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Zaaknummer/rekestnummer: 471493 / HA RK 18-334
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
7 december 2018
op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
Stichting Prosperitas,
gevestigd te Arnhem,
gemachtigde: mr. B.H.J.J. van Riel
verder te noemen: verzoekster.
1 De procedure
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot wraking van mr. A.M. Crouwel. De kantonrechter heeft op 29 november 2018 een beschikking gegeven onder zaaknummer 7379474 UT VERZ 18-25456 EVN. Daarin is verzoekster ambtshalve ontslagen als bewindvoerder in het bewind over het vermogen van [A], wonende te [woonplaats]. Bij dezelfde beschikking is een andere bewindvoerder benoemd. Het verzoek is op 3 december 2018 schriftelijk ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland.
De wrakingskamer heeft, gelet op het volgende, afgezien van een mondelinge behandeling.
2 De beoordeling
Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan.
De kantonrechter heeft bij beschikking van 29 november 2018 verzoeker ambtshalve ontslagen als bewindvoerder en een ander tot bewindvoerder benoemd. Die beslissing is een eindbeslissing. Er staat weliswaar in de beschikking dat de ontslagen bewindvoerder nog kan reageren, maar dat maakt niet dat het geen eindbeslissing is. Onderhavig wrakingsverzoek is na het wijzen van deze beschikking op 29 november 2018 ingediend. De behandeling van de zaak was op dat moment al geëindigd.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het onderhavige wrakingsverzoek.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoekster in haar verzoek tot wraking niet-ontvankelijk;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekster, de gewraakte rechter, alsmede aan de voorzitter van de afdeling toezicht en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mrs. G. Perrick en
A. van Dijk als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2018.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.