Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 22 december 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:6560Zaaknummer 447758 / HA RK 17-231
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 december 2017
- Publicatiedatum
- 27 december 2017
- Zaaknummer
- 447758 / HA RK 17-231
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Wraking
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wrakingszaak.
4 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de rechter tegen wie het verzoek gericht is en andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Bestuursrecht en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mrs. G.L.M. Urbanus, voorzitter, G.J.J.M. Essink en
N.E.M. Kranenbroek als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.
de griffier de voorzitter
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Lelystad
Zaaknummer/rekestnummer: 447758 / HA RK 17-231
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
22 december 2017
op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
(verder te noemen: verzoeker).
1 De procedure
Verzoeker heeft bij schriftelijk bericht van 6 oktober 2017 een wrakingsverzoek ingediend.
Verzoeker heeft vervolgens op 23 november 2017 de leden van de wrakingskamer gewraakt. Dit laatste verzoek is bij beslissing van de wrakingskamer van 12 december 2017 niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op het onder 1.1. genoemde verzoek is bepaald op heden.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. drs. P.M.J.H. Muijlaert, verder de rechter. Verzoeker noemt in zijn wrakingsverzoek de zaaknummers UTR 16/105 WOZ V17 en UTR 17/6 WOZ V17. In deze zaken is verzoeker de eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort de verweerder.
3 De ontvankelijkheid van het verzoek
Op grond van artikel 8:15 van de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
Het is de wrakingskamer gebleken dat de rechter per 1 december 2017 is gepensioneerd en daardoor geen behandelend rechter meer is in de zaak van verzoeker. De gronden die verzoeker heeft aangevoerd zien daarom niet meer op de behandelend rechter. Verzoeker heeft derhalve geen belang meer bij zijn verzoek tot wraking. Naar het oordeel van de wrakingskamer is het onderhavige wrakingsverzoek daarom inmiddels kennelijk niet-ontvankelijk.
4 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de rechter tegen wie het verzoek gericht is en andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Bestuursrecht en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mrs. G.L.M. Urbanus, voorzitter, G.J.J.M. Essink en
N.E.M. Kranenbroek als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2017.
de griffier de voorzitter
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.