Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Middelburg, 30 juni 2010
ECLI:NL:RBMID:2010:BN8679Zaaknummer 195348
- Instantie
- Rechtbank Middelburg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2010
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 195348
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aankoop van een woning gaat niet door negatieve BKR-registratie. Vordering niet-ontvankelijk omdat de schadeclaim door de advocaat onvoldoende is onderbouwd. De wet stelt veel hogere eisen aan een vordering wegens immateriële schade hiervan.
DE BESLISSING
De kantonrechter:
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op € 400,- wegens salaris van de gemachtigde van [gedaagde].
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Uitspraak
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector kanton
Locatie [adres]
zaak/rolnr.: 195348 / 09-2731
vonnis van de kantonrechter d.d. 30 juni 2010
in de zaak van
[A],
wonende te [adres],
eisende partij,
verder te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. F. Bakker,
t e g e n:
de besloten vennootschap
Neckermann.com B.V.,
gevestigd te [adres],
gedaagde partij,
verder te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. J.P.M. Mol.
het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 11 november 2009,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
de beoordeling van de zaak
1. Bij dagvaarding heeft [eiseres] een schadevergoeding ad € 5.000,- gevorderd op de grond dat de aankoop van een woning te [adres] geen doorgang mocht vinden door een onjuiste negatieve BKR-registratie, waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk was.
2. [Gedaagde] heeft haar aansprakelijkheid alsook de schade betwist en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid op de grond dat de vordering niet voldoende is onderbouwd. [Eiseres] heeft vervolgens haar vordering nader toegelicht en enkele stukken in het geding gebracht. [Gedaagde] heeft in haar verweer volhard.
3. Inderdaad was de vordering bij dagvaarding onvoldoende onderbouwd. Wat betreft de grond voor aansprakelijkheid heeft [eiseres] bij repliek wel voldoende feiten gesteld. Dat geldt echter niet voor de gestelde schade ad € 5.000,-. Dienaangaande heeft [eiseres] bij repliek, samengevat, gesteld:
De woning was inmiddels aan een ander verkocht, toen [gedaagde] de onjuiste negatieve BKR-registratie liet corrigeren. Daardoor heeft [eiseres] schade geleden. Het was en is voor [eiseres] en haar partner erg moeilijk om een geschikte woning te vinden. Toen ze die uiteindelijk hadden gevonden, kon de koop niet doorgaan door de onjuiste negatieve BKR-registratie van [gedaagde]. [Eiseres] neemt [gedaagde] dit erg kwalijk. Het moge duidelijk zijn dat [eiseres] door toedoen van [gedaagde] schade heeft geleden. [Eiseres]
is zelfs van oordeel dat haar schade veel groter is. Maar zij heeft haar vordering beperkt tot € 5.000,-.
4. Uit dit betoog kan niet worden afgeleid dat [eiseres] vermogensschade heeft geleden. Niet gesteld of gebleken is dat [eiseres] de in de koopakte vermelde boete ad € 12.500,- heeft verbeurd aan de verkoopster van de woning te [adres]. Verondersteld kan worden dat er, zoals gebruikelijk, een ontbindende voorwaarde van financiering was over-eengekomen. Uit het betwiste feit dat [eiseres] geen vergelijkbare woning heeft kunnen kopen, volgt zonder toelichting – die ontbreekt – niet dat [eiseres] vermogensschade geleden heeft.
5. Uit het betoog kan eventueel wel worden afgeleid dat [eiseres] vergoeding wenst van immateriële schade. [Eiseres] neemt het [gedaagde] erg kwalijk en wenst daarvoor wellicht met smartengeld gecompenseerd te worden. Een negatieve emotie als boosheid komt echter niet in aanmerking voor verzilvering. De wet, art. 6:106, lid 1, BW, stelt veel hogere eisen aan een vergoeding van immateriële schade. Dienaangaande heeft [eiseres] ook bij repliek veel te weinig gesteld. Gelet op het voorgaande zal [eiseres] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard en worden verwezen in de proceskosten.
DE BESLISSING
De kantonrechter:
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op € 400,- wegens salaris van de gemachtigde van [gedaagde].
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.