Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Middelburg, 31 maart 2006

ECLI:NL:RBMID:2006:AV9490Zaaknummer 05/418 en 05/419

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
31 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/418 en 05/419
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

N.v.t.

UITSPRAAK

op het verzoek om toepassing van

artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht

(voorlopige voorziening)

____________________________________________________

Reg.nrs.: Awb 05/418 en 05/419

Inzake: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: mr. R.M.A. Lensen, advocaat te Terneuzen

tegen: het dagelijks bestuur van het waterschap Zeeuws-Vlaanderen, verweerder.

I. Procesverloop.

Bij besluit van 13 december 2004 heeft verweerder eiser de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag met onmiddellijke ingang op te leggen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Eiser heeft hiertegen een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij besluit van 22 maart 2005 heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser overeenkomstig het advies van de bezwarencommissie ongegrond verklaard.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank (05/347).

Eiser heeft voorts op 28 januari 2005 bezwaar gemaakt tegen de salarisspecificatie over de maand december 2004.

Bij besluit van 30 maart 2005 heeft verweerder nog enkele looncomponenten betaalbaar gesteld.

Hiertegen heeft eiser eveneens beroep ingesteld (zaak 05/348).

Hij heeft zich voorts tot de voorzieningenrechter van deze rechtbank gewend met het verzoek om een voorlopige voorzieningen te treffen.

De beroepen in de zaken 05/347 en 05/348 zijn op 7 december 2005 en op 17 januari 2006 behandeld ter zitting.

II. Overwegingen.

Bij uitspraak van 31 januari 2006 heeft de rechtbank het beroep in de zaak 05/347 ongegrond verklaard en heeft zij het beroep in de zaak 05/348 niet-ontvankelijk verklaard. Er is gelet op deze uitkomsten geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorzieningen.

Beslist wordt als volgt.

III. Uitspraak.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Middelburg

wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op

door mr. G.J.A. van Unnik als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. Evenhuis als griffier.

Griffier, Voorzieningenrechter,

Volledige tekst

RECHTBANK MIDDELBURG

sector bestuursrecht

voorzieningenrechter

___________________________________________________

UITSPRAAK

op het verzoek om toepassing van

artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht

(voorlopige voorziening)

____________________________________________________

Reg.nrs.: Awb 05/418 en 05/419

Inzake: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: mr. R.M.A. Lensen, advocaat te Terneuzen

tegen: het dagelijks bestuur van het waterschap Zeeuws-Vlaanderen, verweerder.

I. Procesverloop.

Bij besluit van 13 december 2004 heeft verweerder eiser de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag met onmiddellijke ingang op te leggen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Eiser heeft hiertegen een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij besluit van 22 maart 2005 heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser overeenkomstig het advies van de bezwarencommissie ongegrond verklaard.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank (05/347).

Eiser heeft voorts op 28 januari 2005 bezwaar gemaakt tegen de salarisspecificatie over de maand december 2004.

Bij besluit van 30 maart 2005 heeft verweerder nog enkele looncomponenten betaalbaar gesteld.

Hiertegen heeft eiser eveneens beroep ingesteld (zaak 05/348).

Hij heeft zich voorts tot de voorzieningenrechter van deze rechtbank gewend met het verzoek om een voorlopige voorzieningen te treffen.

De beroepen in de zaken 05/347 en 05/348 zijn op 7 december 2005 en op 17 januari 2006 behandeld ter zitting.

II. Overwegingen.

Bij uitspraak van 31 januari 2006 heeft de rechtbank het beroep in de zaak 05/347 ongegrond verklaard en heeft zij het beroep in de zaak 05/348 niet-ontvankelijk verklaard. Er is gelet op deze uitkomsten geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorzieningen.

Beslist wordt als volgt.

III. Uitspraak.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Middelburg

wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op

door mr. G.J.A. van Unnik als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. Evenhuis als griffier.

Griffier, Voorzieningenrechter,

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.