Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Limburg, 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:8377Zaaknummer 03.019960.26
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 03.019960.26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor artikel 6 WVW wegens ontbreken aanmerkelijke schuld. Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel voor artikel 5 WVW.
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
Schuldigverklaring zonder straf of maatregel
- bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feuth, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. S.S. Vijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.M. Tubée, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 augustus 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 12 september 2025 te Molenhoek, gemeente Mook en
Middelaar, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een onopvallend
politievoertuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Heumensebaan,
zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of
onoplettend rijgedrag bestaande uit:
- dat verdachte heeft gereden op de Heumensebaan (gaande in de richting van de
Lindelaan), met een snelheid van 159 km/uur, althans met een veel hogere snelheid
dan de aldaar toegestane snelheid van 60 km/uur respectievelijk 30 km/uur, zijnde
een (aanzienlijk) hogere snelheidsoverschrijding dan de Brancherichtlijn Politie
toelaat en/of
- dat verdachte zijn snelheid voor een bocht naar rechts in de Heumensebaan niet
(voldoende) heeft geminderd en/of
- dat verdachte zijn voertuig niet (steeds) voldoende onder controle gehad en/of het
wegverloop niet heeft gevolgd.
waardoor in en/of kort na voornoemde bocht, (een) aanrijding(en) is/zijn ontstaan
tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig (politievoertuig), de vangrail
en/of de spoorbrug, waardoor een ander, genaamd [naam] (zijnde de bijrijder
van het politievoertuig), zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd
toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de
normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 september 2025 te Molenhoek, gemeente Mook en
Middelaar, als bestuurder van een personenauto (onopvallend politievoertuig),
daarmee rijdende op de weg, Heumensebaan, zich zodanig heeft gedragen dat
gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het
verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers:
- heeft verdachte gereden op de Heumensebaan (gaande in de richting van de
Lindelaan), met een snelheid van 159 km/uur, althans met een veel hogere snelheid
dan de aldaar toegestane snelheid van 60 km/uur respectievelijk 30 km/uur, zijnde
een (aanzienlijk) hogere snelheidsoverschrijding dan de Brancherichtlijn Politie
toelaat en/of
- heeft verdachte zijn snelheid voor een bocht naar rechts in de Heumensebaan niet
(voldoende) geminderd en/of
- heeft verdachte zijn voertuig niet (steeds) voldoende onder controle gehad en/of
het wegverloop niet gevolgd,
waardoor in en/of kort na voornoemde bocht, (een) aanrijding(en) is/zijn ontstaan
tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig (politievoertuig), de vangrail
en/of de spoorbrug.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03.019960.26
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 augustus 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
wonende te [adres].
De verdachte wordt bijgestaan door mr. D.J.P. van Barneveld, advocaat kantoorhoudende te Oosterbeek.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juli 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
op 12 september 2025 in Molenhoek als bestuurder van een auto (primair) schuld heeft aan een verkeersongeval waardoor de bijrijder, [naam], (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel (subsidiair) gevaar op de weg heeft veroorzaakt.
3 De beoordeling van het bewijs
Inleiding
De verdachte is een politieambtenaar. Op 12 september 2025 was hij, samen met zijn collega [naam] als bijrijder, in een onopvallend politievoertuig met optische- en geluidssignalen aan, op weg naar een spoedmelding. Tijdens deze rit vloog het politievoertuig uit de bocht. [naam] raakte daardoor gewond. Zij had een gebroken sleutelbeen, waarvoor operatief ingrijpen noodzakelijk was. Volgens de verdachte bleek na het ongeval dat de weg glibberig was, waarschijnlijk veroorzaakt door een enigszins vochtig wegdek na een langere periode van droogte, hetgeen in zijn ogen heeft bijgedragen aan het ongeval.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte op een donkere weg in het bos reed waar een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur geldt. In de bocht naar rechts heeft het ongeval plaatsgevonden. Vanaf kort voor deze bocht geldt een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur en voorbij de bocht volgt een wegversmalling bij de brug over het spoor waar maar één auto tegelijk doorheen kan. Vlak voor het ongeval reed de verdachte 159 kilometer per uur. Daarmee heeft hij de maximumoverschrijding van de snelheid van de Brancherichtlijn van de politie met 59 kilometer per uur overschreden. De verdachte heeft dit gedaan terwijl niet duidelijk is welke overwegingen bij die extra overschrijding hebben meegespeeld. De verdachte heeft verklaard bekend te zijn met de weg. Die dag was de weg bovendien vochtig. Alles bij elkaar opgeteld is er geen sprake meer van een korte inschattingsfout maar van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid waardoor sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het primair tenlastegelegde, omdat er geen sprake is van aanmerkelijke schuld. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat de bewijsvoering vrijwel volledig gebaseerd is op het uitlezen van de EDR[_12f5a364-660e-46a1-bf81-d80c3cd2fd8f] van het dienstvoertuig. Het kan niet met zekerheid gezegd worden hoe nauwkeurig die gegevens zijn. Het staat daardoor niet vast dat de verdachte daadwerkelijk 159 km per uur heeft gereden. Daarnaast is het nog maar de vraag hoe relevant de vermeende overschrijding van de Brancherichtlijn voor het vaststellen van schuld is. De Brancherichtlijn is namelijk niet als normering voor het strafrecht bedoeld, maar ziet op de verhouding tussen de werkgever en de werknemer. Voorts dient er rekening te worden gehouden met de omstandigheden. De verdachte was werkzaam in de rechtmatige uitoefening van politietaken en was onderweg naar een zeer serieuze melding. Gezien de aard van de melding was het noodzakelijk om zo snel mogelijk ter plaatse te komen. Daarbij geldt dat politiemensen meteen moeten handelen en telkens een inschatting moeten maken aan de hand van de informatie die ze hebben. Voor een goede taakvervulling is het noodzakelijk dat aan de beoordelingsruimte van politiemensen een redelijke marge moet worden gelaten bij het achteraf toetsen van beslissingen en handelingen.
De verdediging refereert zich ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank [_83e2bc5c-4da9-447b-8b95-95812bba4be1]
De verdediging heeft de vraag opgeworpen of de gegevens uit de EDR wel voldoende betrouwbaar zijn. Gesteld noch gebleken is dat deze gegevens een dermate grote afwijking van de werkelijke snelheid opleveren dat dit van belang zou zijn voor de beoordeling van deze zaak. De rechtbank zal dan ook uitgaan van de gegevens van de EDR. In het geval van een ongeval worden de vijf seconden voor en maximaal één seconde na het activeren van de airbag opgeslagen. Dit zijn de gegevens die zijn uitgelezen en die deel uitmaken van het dossier.
Vrijspraak ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit
Op grond van het dossier en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast. Op 12 september 2025 reed de verdachte tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden in een onopvallend dienstvoertuig van de politie. Naast hem zat zijn collega [naam]. Op enig moment kregen zij een prio 1 melding uit Beuningen. Deze melding hield in dat de melder een schot van een pistool had gehoord en er nu een gat in een slaapkamerraam zat. De verdachte en [naam] kregen vanuit het Operationeel Centrum (hierna: OC) de oproep om als eerste naar het incident in Beuningen te gaan. [naam] vroeg toen aan de centralist van het OC of zij de zware (kogelwerende) vesten moesten aantrekken en of zij toestemming hadden om met optische- en geluidssignalen (hierna: OGS) naar de melding in Beuningen te rijden. De centralist reageerde op beide vragen bevestigend.
Uit de EDR gegevens blijkt dat vijf seconden voor de eerste botsing de verdachte met 159 kilometer per uur op de Heumensebaan reed. Aan het eind van de Heumensebaan (in de richting van Molenhoek) is een bocht naar rechts met daarna een brug over het spoor. Op het rechte stuk van de Heumensebaan geldt een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur. Vanaf de bocht geldt een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. In de bocht is de verdachte tegen de linker vangrail gebotst en vervolgens aan de rechterkant tegen een muurtje van de brug over het spoor. De verdachte is vier seconden voor de eerste botsing (tegen de vangrail) gaan remmen. Vanaf 3,5 seconden voor de eerste botsing is de verdachte harder gaan remmen en vanaf een halve seconde voor de eerste botsing werd er een noodremming uitgevoerd.
De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is.
De rechtbank stelt voorop dat de verdachte ten tijde van het verkeersongeval werkzaam was als politieambtenaar in de zin van artikel 2, eerste lid sub a, van de Politiewet 2012. Op grond van de Brancherichtlijn Politie 2023 mag de politieambtenaar die met toestemming van het OC met OGS rijdt, in beginsel 40 kilometer harder dan de ter plaatse maximaal toegestane snelheid rijden indien daartoe voldoende noodzaak bestaat. Voorts is het de individuele politieambtenaar in bijzondere situaties toegestaan af te wijken van de Brancherichtlijn. Uitgaande van de hoofdregel van de Brancherichtlijn betekent dat dat de verdachte op het rechte stuk van de Heumensebaan maximaal 100 kilometer per uur mocht rijden en vanaf de bocht naar rechts maximaal 70 kilometer per uur. Met de 159 km per uur die uit de EDR blijkt, reed de verdachte dus met een hogere snelheid dan de snelheidsoverschrijding die volgens de Brancherichtlijn in beginsel is toegestaan. De verdachte is bij het naderen van de bocht fors gaan remmen, maar hiermee werd de snelheid niet tijdig voldoende omlaag gebracht met het ongeval tot gevolg.
De vraag is of het enkel harder rijden dan de Brancherichtlijn toestaat, schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet oplevert. De beantwoording van die vraag kan naar het oordeel van de rechtbank niet los worden gezien van de omstandigheden waaronder de verdachte handelde. De verdachte was samen met [naam] als eerste onderweg naar een prio 1 melding. De verdachte heeft verklaard dat zijn volledige aandacht op de weg lag en dat hij niet op zijn snelheidsmeter heeft gekeken. Voor zijn gevoel reed hij met een beheersbare snelheid. Dit wordt bevestigd door [naam] die heeft verklaard dat zij zich voorafgaande aan het ongeval volledig veilig voelde in de auto. De rechtbank is van oordeel dat het onder die omstandigheden begrijpelijk is dat de verdachte met een hoge snelheid naar de melding is gereden. Dat die snelheid niet apert onverantwoord was, vindt bevestiging in de verklaring van [naam]. Dat achteraf bezien deze snelheid te hard was om deze tijdig voldoende omlaag te kunnen brengen, moet in die omstandigheden daarom als een inschattingsfout worden aangemerkt. Mogelijk dat het onverwacht glibberige wegdek daar mede aan heeft bijgedragen. Deze inschattingsfout levert naar het oordeel van de rechtbank echter geen aanmerkelijke schuld op, zoals bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het primair tenlastegelegde.
Bewijsmiddelen ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit
De rechtbank volstaat ten aanzien van het subsidiaire feit met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en hij, noch zijn raadsman, hiervoor vrijspraak heeft bepleit.
De rechtbank acht het subsidiaire tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal Aanrijding misdrijf d.d. 5 november 2025, p. 2 t/m 5;
- het proces-verbaal FO verkeer d.d. 5 november 2025, p. 40 t/m 42;
- de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 juli 2026.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
op 12 september 2025 te Molenhoek, gemeente Mook en Middelaar, als bestuurder van een personenauto (onopvallend politievoertuig), daarmee rijdende op de weg, Heumensebaan, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, immers:
- heeft verdachte gereden op de Heumensebaan (gaande in de richting van de Lindelaan), met een snelheid van 159 km/uur, zijnde een veel hogere snelheid dan de aldaar toegestane snelheid van 60 km/uur en een (aanzienlijk) hogere snelheidsoverschrijding dan de Brancherichtlijn Politie toelaat en
- heeft verdachte zijn snelheid voor een bocht naar rechts in de Heumensebaan niet
(voldoende) geminderd en
- heeft verdachte zijn voertuig niet (steeds) voldoende onder controle gehad en
het wegverloop niet gevolgd,
waardoor in voornoemde bocht, een aanrijding is ontstaan tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig (politievoertuig), de vangrail en de brug over het spoor.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
De verdediging heeft een beroep gedaan op artikel 42 van het Wetboek van Strafrecht en betoogd dat de verdachte niet strafbaar is omdat hij ten tijde van het ongeval werkzaam was in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Gezien de melding was het rijden met hoge snelheid proportioneel. De verdachte dient om die reden te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank volgt de verdediging hier niet in. De omstandigheid dat iemand werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening brengt niet automatisch met zich mee dat iedere gemaakte (inschattings)fout onder deze strafuitsluitingsgrond valt. De vrijheid die de politie is gegeven om onder omstandigheden verkeersregels te mogen negeren, wordt juist begrensd door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Met andere woorden; de politie dient voldoende waarborgen in acht te nemen om geen gevaar op de weg te veroorzaken.
Het gegeven dat de verdachte werkzaam was in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft de rechtbank bovendien reeds meegewogen bij de beoordeling van schuld zoals bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De straf en/of de maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 60 uren en een rijontzegging voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en daarom te volstaan met een geheel voorwaardelijke straf. Voorts heeft de verdediging verzocht af te zien van een voorwaardelijke rijontzegging, omdat de dreiging van een rijontzegging het optimaal functioneren als politieagent belemmert.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft door te hard te rijden een eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt. Hierdoor is gevaar op de weg ontstaan en heeft zijn collega haar sleutelbeen gebroken. De verdachte reed te hard omdat hij als politieagent op weg was naar een prio 1 melding waarbij er geschoten zou zijn met een vuurwapen.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij het ongeval en vooral het door [naam] opgelopen letsel enorm betreurt. Hij heeft ook genoemd dat hij naar eer en geweten heeft gereden om zijn taak als politieagent te kunnen uitvoeren. De rechtbank gaat hier ook vanuit.
Gezien alle omstandigheden ziet de rechtbank niet in welk doel nog gediend is met de oplegging van enige straf of maatregel aan de verdachte. De rechtbank acht strafoplegging in deze situatie daarom niet passend. De rechtbank zal dan ook geen straf of maatregel opleggen.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
Schuldigverklaring zonder straf of maatregel
- bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feuth, voorzitter, mr. M.J.A.G. van Baal en mr. S.S. Vijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A.M. Tubée, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 augustus 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 12 september 2025 te Molenhoek, gemeente Mook en
Middelaar, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een onopvallend
politievoertuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, Heumensebaan,
zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of
onoplettend rijgedrag bestaande uit:
- dat verdachte heeft gereden op de Heumensebaan (gaande in de richting van de
Lindelaan), met een snelheid van 159 km/uur, althans met een veel hogere snelheid
dan de aldaar toegestane snelheid van 60 km/uur respectievelijk 30 km/uur, zijnde
een (aanzienlijk) hogere snelheidsoverschrijding dan de Brancherichtlijn Politie
toelaat en/of
- dat verdachte zijn snelheid voor een bocht naar rechts in de Heumensebaan niet
(voldoende) heeft geminderd en/of
- dat verdachte zijn voertuig niet (steeds) voldoende onder controle gehad en/of het
wegverloop niet heeft gevolgd.
waardoor in en/of kort na voornoemde bocht, (een) aanrijding(en) is/zijn ontstaan
tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig (politievoertuig), de vangrail
en/of de spoorbrug, waardoor een ander, genaamd [naam] (zijnde de bijrijder
van het politievoertuig), zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd
toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de
normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 september 2025 te Molenhoek, gemeente Mook en
Middelaar, als bestuurder van een personenauto (onopvallend politievoertuig),
daarmee rijdende op de weg, Heumensebaan, zich zodanig heeft gedragen dat
gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het
verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers:
- heeft verdachte gereden op de Heumensebaan (gaande in de richting van de
Lindelaan), met een snelheid van 159 km/uur, althans met een veel hogere snelheid
dan de aldaar toegestane snelheid van 60 km/uur respectievelijk 30 km/uur, zijnde
een (aanzienlijk) hogere snelheidsoverschrijding dan de Brancherichtlijn Politie
toelaat en/of
- heeft verdachte zijn snelheid voor een bocht naar rechts in de Heumensebaan niet
(voldoende) geminderd en/of
- heeft verdachte zijn voertuig niet (steeds) voldoende onder controle gehad en/of
het wegverloop niet gevolgd,
waardoor in en/of kort na voornoemde bocht, (een) aanrijding(en) is/zijn ontstaan
tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig (politievoertuig), de vangrail
en/of de spoorbrug.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.