Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Limburg, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7741Zaaknummer ROE 25/960
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- ROE 25/960
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een uitgifteautomaat voor medicijnen en handelsreclame. De rechtbank is van oordeel dat de uitgifteautomaat in overeenstemming is met het bestemmingsplan zodat verweerder een omgevingsvergunning kon verlenen en er blijkens de Verordening geen weigeringsgrond is op basis waarvan verweerder de omgevingsvergunning voor de handelsreclame had moeten weigeren. Het beroep van eiser is ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.J.A. Smitsmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.J.M. Thelen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op: 8 juli 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 8 juli 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/960
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, verweerder
(gemachtigde: mr. M.C.W. Ploum).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de door verweerder verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van een uitgifteautomaat voor medicijnen en lichtreclame op het adres [adres] te [woonplaats]. Eiser is het hier niet mee eens.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. De rechtbank is van oordeel dat de uitgifteautomaat voor medicijnen in overeenstemming is met het bestemmingsplan, zodat verweerder een omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Verder is de rechtbank van oordeel dat er geen weigeringsgrond is op basis waarvan verweerder de omgevingsvergunning voor de handelsreclame had moeten weigeren. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Bij besluit van 20 november 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder aan
[naam vergunninghouder] (hierna: vergunninghouder) een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een uitgifteautomaat voor medicijnen op het adres [adres] te [woonplaats].
Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft bij mondelinge uitspraak van 21 januari 2025 het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Bij besluit van 10 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiser heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
2. Vergunninghouder heeft op 29 mei 2024 een omgevingsvergunning gevraagd voor het plaatsen van een 24-uurs geopende uitgifteautomaat voor medicijnen en op 16 augustus 2024 voor het aanbrengen van lichtreclame op die automaat op het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: de aanvraag). Op het adres is een gezondheidscentrum en apotheek gevestigd. Verweerder heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend bij primair besluit.
Op het adres [adres] te [woonplaats] ligt volgens het bestemmingsplan ‘Maastricht Zuidwest’ (hierna: het bestemmingsplan), dat onderdeel uitmaakt van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van de gemeente Maastricht, onder meer de bestemming ‘wonen’ met onder andere de functieaanduiding ‘maatschappelijk’.
Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen zodat het plaatsen van de automaat gestaakt zou worden. Bij mondelinge uitspraak van 21 januari 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van eiser afgewezen.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder aanvulling van de motivering, de omgevingsvergunning in stand gelaten.
Beroepsgronden
3. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij onterecht niet is betrokken bij de voorbereiding van de vergunningverlening. Eiser voert verder in beroep aan dat verweerder ten onrechte een omgevingsvergunning heeft verleend voor de uitgifteautomaat en de lichtreclame, omdat in de omgevingsvergunning een ander adres wordt genoemd dan in de aanvraag. Ook is de vergunningverlening volgens eiser in strijd is met de bestemming ‘wonen’ en de functieaanduiding ‘maatschappelijk’ die rust op het adres. Volgens eiser is sprake van een verkooppunt met commercieel oogmerk en valt dat niet binnen die bestemming. Volgens eiser heeft verweerder verder onvoldoende rekening gehouden met het risico op overlast buiten de openingstijden van het gezondheidscentrum en verstoring van de nachtrust. Eiser verzoekt daarom de rechtbank de omgevingsvergunning te vernietigen.
Zorgvuldigheid – participatie
4. Volgens eiser zijn belanghebbenden zoals hijzelf onterecht niet betrokken bij de procedure van vergunningverlening. De rechtbank is van oordeel dat van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel geen sprake is. De rechtbank overweegt dat verweerder in dit soort kwesties niet verplicht is op grond van de Omgevingswet om belanghebbenden bij de voorbereiding van een besluit tot vergunningverlening te betrekken (participatie). Eiser is bovendien in de bezwaarfase uitvoerig gehoord, zodat eiser zijn standpunten over de omgevingsvergunning in ieder geval daar naar voren heeft kunnen brengen en verweerder dit in zijn besluitvorming heeft kunnen meenemen. Niet gebleken is dat de belangen van eiser geschaad zijn.
5. De rechtbank overweegt verder dat voldoende duidelijk is dat het adres [adres] te [woonplaats] de locatie is waar bedoeld is om de uitgifteautomaat te plaatsen en dat verweerder terecht van dit laatstgenoemde adres bij de vergunningverlening is uitgegaan. Dat blijkt immers duidelijk uit de door vergunninghouder overgelegde foto, bouwtekeningen en het feit dat het gezondheidscentrum, waar de apotheek is gevestigd, op dit adres is gevestigd. Ook is in de omgevingsvergunning eenduidig het adres [adres] te [woonplaats] genoemd. Dat vergunninghouder per abuis in de aanvragen een ander adres heeft gebruikt doet aan het voorgaande niet af.
Het bestemmingsplan – de uitgifteautomaat
6. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is voor de uitgifteautomaat een omgevingsvergunning vereist. Blijkens artikel 15.1, onder i, van het bestemmingsplan zijn op het adres maatschappelijke voorzieningen toegestaan, gelet op de aanduiding ‘maatschappelijk’. In artikel 1.55 van het bestemmingsplan zijn maatschappelijke voorzieningen gedefinieerd als voorzieningen ten behoeve van het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder (onder meer): gezondheidszorg. De rechtbank is van oordeel dat de uitgifteautomaat onder een voorziening voor het uitoefenen van de activiteit gezondheidszorg valt. De uitgifteautomaat voor medicijnen is, naar het oordeel van de rechtbank, in de kern niet meer dan het verlengde van een apotheek, omdat de uitgifteautomaat enkel is bedoeld voor het ophalen van vooraf voorgeschreven medicijnen. Dat daarbij uiteindelijk commerciële belangen zijn gemoeid (net zoals bij een apotheek overigens) acht de rechtbank niet van belang, omdat het gaat om de functie die de uitgifteautomaat heeft. Om een maatschappelijke voorziening als bedoeld in het bestemmingsplan te zijn is niet vereist dat mogelijke commerciële belangen bij de betreffende activiteit afwezig zijn. Voorts overweegt de rechtbank dat het bestemmingsplan geen beperkingen geeft voor openingstijden en alleen al daarom is niet relevant voor de bestemmingsplantoets dat de uitgifteautomaat 24-uurs toegankelijk is.
Gelet op het voorgaande is de uitgifteautomaat op grond van het bestemmingsplan toegestaan en heeft verweerder daarvoor een omgevingsvergunning kunnen verlenen.
De Verordening – de handelsreclame
7. Blijkens artikel 3.1 van de Verordening fysieke leefomgeving Maastricht (de Verordening) is voor het plaatsen van handelsreclame een omgevingsvergunning vereist. De handelsreclame ziet in onderhavig geval op de lichtreclame met het logo en de merknaam van de leverancier op de uitgifteautomaat en het touchscreen scherm.
In het zesde lid van artikel 3.1 van de Verordening is geregeld wanneer een vergunning voor handelsreclame kan worden geweigerd:
‘’Een vergunning kan worden geweigerd:
a. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
b. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak;
c. in het belang van de verkeersveiligheid.’’
Tussen partijen is enkel in geschil of de weigeringsgrond van artikel 3.1, zesde lid, onder b, van de Verordening van toepassing is. Eiser voert immers aan overlast te ervaren en vindt dus dat verweerder om voornoemde grond de omgevingsvergunning had moeten weigeren.
De rechtbank overweegt dat de ter toetsing staande overlast, als bedoeld in artikel 3.1, zesde lid, onder b, van de Verordening, zich beperkt tot de handelsreclame zelf en dus geen betrekking heeft op de door eiser gestelde overlast van de uitgifteautomaat in de vorm van aanloop en dergelijke. De overlast van de handelsreclame is naar het oordeel van de rechtbank zo beperkt dat de rechtbank van oordeel is dat verweerder daar terecht geen weigeringsgrond in heeft gezien. Immers, het gaat alleen om een lichtje op de automaat zelf en verder niets. Eiser heeft ook niet toegelicht hoe hij daar zelf overlast van kan ervaren. De automaat staat immers niet gericht op zijn perceel en eiser kan de automaat ook niet of met grote moeite zien vanaf zijn perceel.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder geen weigeringsgrond aan hoeven te nemen, zodat verweerder terecht een omgevingsvergunning voor de handelsreclame heeft verleend.
Conclusie en gevolgen
8. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder de omgevingsvergunningen voor de uitgifteautomaat en de handelsreclame heeft kunnen verlenen.
Het beroep is ongegrond en daarom krijgt eiser het griffierecht niet terug. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.J.A. Smitsmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. K.J.M. Thelen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op: 8 juli 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 8 juli 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.