Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Limburg, 3 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7114Zaaknummer C/03/352154 / JE RK 26-835
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 3 juli 2026
- Publicatiedatum
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- C/03/352154 / JE RK 26-835
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verl. ORS voorbereiden kamertraining
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 11 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. Bregonje, kinderrechter, in aanwezigheid van Dullens-Servais als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/352154 / JE RK 26-835
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG, gevestigd te Roermond,
hierna te noemen de GI;
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordigster van de GI.
De vader en de moeder zijn goed opgeroepen maar zijn niet ter zitting verschenen. De moeder heeft zich na afloop van de zitting gemeld.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven voorafgaand aan de zitting. [minderjarige] heeft zich na afloop van de zitting gemeld.
Ter mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter.
De kinderrechter heeft na afloop van de zitting nog met [minderjarige] gesproken om haar de beslissing mee te delen.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij de vader.
Bij beschikking van 2 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor het laatst verlengd tot 11 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI stelt dat de bedreiging van de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] nog altijd aanwezig is omdat haar ouders niet beschikbaar voor haar zijn. Op basis van de richtlijn ‘’Gezinnen met meervoudige en complexe problemen’’ scoren de ouders op alle punten onvoldoende. [minderjarige] doet nog steeds veel alleen en staat niet open voor betrokkenheid vanuit de ouders. Zo benoemt [minderjarige] niet dat zij een kennismaking heeft op haar nieuwe school of wanneer haar examens zijn. Zij doet volledig haar eigen ding zonder toestemming en zonder de vader te informeren waar ze is. Zo weet haar vader niet wanneer ze op vakantie gaat met haar moeder. De hulpverlening van [hulpverlening] heeft geen verandering gebracht. De vader raakt hierdoor gefrustreerd, wat zorgt voor discussies. Daartegenover slaagt hij er niet in om regels en grenzen te stellen of om aan te sluiten bij de belevingswereld van [minderjarige]. Ondanks meerdere pogingen is het niet gelukt om de vader sterker te maken in zijn rol als opvoeder. De school heeft laten weten dat er eerder grote zorgen waren over het welbevinden van [minderjarige] maar dat het vanaf januari 2026 goed lijkt te gaan. De GI wil dit de komende tijd blijven volgen, net zoals de individuele behandeling van [minderjarige] bij de [stichting] gericht op het versterken van de identiteit, die binnenkort van start gaat. Daarnaast is een traject zelfstandig wonen een grote meerwaarde voor [minderjarige], nu zij van haar omgeving niet krijgt wat ze nodig heeft. Ook daar zal de komende periode aandacht voor zijn. Belangrijk is dat [minderjarige] sterker in haar schoenen komt te staan en dat ze daarin ondersteund wordt door professionele volwassenen. Er is recentelijk een oriënterend gesprek geweest hiervoor, maar [minderjarige] zal wel gemotiveerd moeten zijn om deze stap uiteindelijk te kunnen zetten. De GI wil met haar onderzoeken welke zorgaanbieder hier voor in aanmerking komt. De afspraken met de vader zijn aanvankelijk lastig van de grond gekomen. Zodoende heeft hij een schriftelijk aanwijzing gekregen waarna dit is verbeterd. De moeder staat niet in contact met de GI en wil dat ook niet. Incidenteel sluit zij aan bij RTO's. In het weekend is er contact tussen de moeder en [minderjarige] en doen ze leuke dingen samen. Zelf reageert [minderjarige] wisselvallig: het ene moment staat ze open voor hulpverlening, het andere moment niet. Al deze zaken maken dat de ondertoezichtstelling met en jaar verlengd moet worden.
4 De standpunten van de belanghebbenden
De vader en de moeder hebben geen verweer gevoerd.
5 De beoordeling
Internationale aspecten
Deze zaak heeft een internationaal karakter, aangezien de ouders en [minderjarige] de Poolse nationaliteit hebben. Dit internationale karakter vraagt een beoordeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De kinderrechter is, na dit ambtshalve te hebben onderzocht, van oordeel dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is gelegen. Gelet op dit laatste feit is Nederlands recht op de verzoeken van toepassing.
De ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_91bafc18-46c3-4e0e-a0e2-d0a9f0fe50b7] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de stukken en de toelichting van de GI blijkt dat de zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] niet zijn afgenomen. [minderjarige] staat er nog steeds alleen voor. De inzet van MFDT is voortijdig afgerond omdat er systemisch geen resultaten werden bereikt. [minderjarige] ervaart hierdoor nog altijd weinig emotionele steun van haar ouders. Ook de hulp van [hulpverlening] heeft weinig effect gehad. Ondanks een verbeterde samenwerking is het de hulpverlening niet gelukt om de vader sterker te maken in zijn rol als opvoeder. De relatie tussen [minderjarige] en de vader blijft hierdoor afstandelijk omdat er weinig tot geen afstemming plaats vindt en omdat [minderjarige] de regels van haar vader niet accepteert. De kinderrechter vraagt zich af of het de vader gaat lukken om emotioneel voldoende aan te kunnen sluiten bij de behoeftes van zijn dochter. De kinderrechter vindt het zorgelijk dat de vader nog steeds uitspraken doet zoals dat [minderjarige] kan/mag vertrekken als ze wil gaan. Wat ook zorgen baart is dat er nog geen zicht is op de opvoedsituatie en de mogelijkheden van de moeder. [minderjarige] staat wel in contact met de moeder maar vult dat in vanuit haar eigen behoeftes. De GI wordt daar volledig buiten gehouden, ook omdat de moeder niet wil samenwerken met de GI.
Nu [minderjarige] vanuit de opvoedsituatie niet krijgt wat zij nodig heeft omdat haar ouders te weinig betrokken zijn en niet weten wat er speelt is het nodig dat de hulp voor [minderjarige] wordt opgeschaald. Vooral op persoonlijk vlak heeft [minderjarige] meer hulp nodig, zoals het versterken van de identiteit en vergroten van de individuele weerbaarheid. [minderjarige] moet nu alles zelf regelen en dat kost haar moeite. Zo wil ze een laboratorium-opleiding gaan volgen in Eindhoven en zonder de steun van de GI lukt haar dat niet. De GI wil het komend jaar inzetten op kamertraining zodat [minderjarige] vaardigheden krijgt aangeleerd waarmee zij later op eigen benen kan staan, want daar schort het nu aan. Dit proces moet nog opgestart worden en [minderjarige] zal eerst nog een aantal stappen moeten maken voordat zij kan starten met kamertraining. De kinderrechter gunt het [minderjarige] dat zij die stappen kan maken. Om te zorgen dat de hulpverlening blijft doorlopen en om [minderjarige] voor te bereiden op kamertraining acht de kinderrechter het daarom noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling met een jaar wordt verlengd. Gezien het gebrek aan samenwerking tussen de ouders en tussen de GI en de moeder is een overdracht naar het vrijwillig kader geen optie.
De kinderrechter concludeert dat de ondertoezichtstelling nog steeds nodig is en verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 11 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. Bregonje, kinderrechter, in aanwezigheid van Dullens-Servais als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.