Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Limburg, 3 april 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:2735Zaaknummer 10728073 \ EZ VERZ 23-317

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
10728073 \ EZ VERZ 23-317
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststellen loon vereffnaar en het geven van een aanwijzing

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

stelt het vereffenaarsloon vanaf 27 januari 2021 tot en met heden vast op

€ 6.104,75,

5.2.

stelt Rijksvastgoedbedrijf in de gelegenheid om zich binnen een maand na heden uit te laten over de betwiste vordering van de Belastingdienst erfbelasting van € 36.251,00,

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer / rekestnummer: 10728073 \ EZ VERZ 23-317

Beschikking van 3 april 2026

in de zaak van

RIJKSVASTGOEDBEDRIJF MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKREALTIES,

procederend voor zichzelf en in hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater],

te [plaats 1],

verzoekende partij,

hierna te noemen: Rijksvastgoedbedrijf.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de veelvuldige verzoeken van de griffier bij deze rechtbank vanaf 2021 tot en met januari 2026 betreffende het aanleveren van informatie door Rijksvastgoedbedrijf, het verzoekschrift met bijlagen dat ter griffie van deze rechtbank is ontvangen op 31 december 2025 en de aanvullingen daar op van 13 februari 2026.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Op 24 september 2019 (de dag van de lijkvinding) is te [plaats 2] (de plaats van de lijkvinding) [erflater] (verder de erflater) laatstelijk wonend te [plaats 2], overleden.

2.2.

De erflater heeft niet bij testament over zijn laatste wil beschikt.

2.3.

Bij beschikking van deze rechtbank van 27 januari 2021 is Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd.

2.4.

Bij beschikking van de kantonrechter van 31 maart 2021 is de datum waarvoor de schuldeisers hun vordering bij Rijksvastgoedbedrijf kunnen indienen bepaald.

2.5.

De tot de nalatenschap behorende onroerende zaak is verkocht en de overwaarde is gestort op de boedelrekening.

2.6.

Op 9 januari 2024 heeft Rijksvastgoedbedrijf in de Staatscourant laten publiceren dat de rekening en verantwoording van de onderwerpelijke nalatenschap ter griffie van deze rechtbank ter inzage ligt.

3 Het verzoek

3.1.

Rijksvastgoedbedrijf vraagt vaststelling van het vereffenaarsloon.

4 De beoordeling

4.1.

Uit de aangeleverde bescheiden volgt dat Rijksvastgoedbedrijf € 2.337,00 in het kader van zaakwaarneming heeft gedeclareerd. Dat bedrag wordt gehonoreerd. Verder volgt uit de urenspecificatie dat op 28 april 2021 een bedrag van € 1.872,00 voor vijf uur aan werkzaamheden van € 116,00 per uur is opgevoerd. Dat bedrag is een kennelijke telfout aangezien vijf uren aan € 116,00 per uur een bedrag vertegenwoordigt van € 580,00. Met inachtneming van het vorenvermelde zal € 6.104,75 aan vereffenaarsloon (€ 2.337,00 aan zaakwaarneming, € 3.155,00 aan loon voor de vereffenaar en € 612,75 aan loon voor de medewerker) worden vastgesteld.

4.2.

Rijksvastgoedbedrijf stelt dat de vereffening van de onderwerpelijke nalatenschap is voltooid. Uit de rekening en verantwoording volgt echter dat er een betwiste vordering is genoteerd van de Belastingdienst ter zake erfbelasting van € 36.251,00. Het voorshands oordeel is dat een existerende betwiste vordering niet rijmt met de stelling dat de vereffening is voltooid. Rijksvastgoedbedrijf wordt daarom in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

stelt het vereffenaarsloon vanaf 27 januari 2021 tot en met heden vast op

€ 6.104,75,

5.2.

stelt Rijksvastgoedbedrijf in de gelegenheid om zich binnen een maand na heden uit te laten over de betwiste vordering van de Belastingdienst erfbelasting van € 36.251,00,

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.