Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Limburg, 11 maart 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:2305Zaaknummer 03.242423.23 OWV

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
03.242423.23 OWV
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk vanwege overlijden verdachte.

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.

Deze uitspraak is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Lejeune, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 maart 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Onderzoek van de zaak
  2. 2 Het oordeel van de rechtbank
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.242423.23 OWV

Uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2026 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

[adres],

overleden op [overlijdensdag 1] 2026.

[verdachte] werd bij leven bijgestaan door mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

Deze uitspraak is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2026. De rechtbank heeft gehoord de officier van justitie. De behandeling van de ontnemingsvordering had gelijktijdig plaats met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03.242423.23.

2 Het oordeel van de rechtbank

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte op [overlijdensdag 1] 2026 is overleden. Artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het recht tot strafvordering vervalt door de dood van de verdachte. De Hoge Raad heeft, mede onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis, bepaald dat genoemd artikel aldus moet worden uitgelegd dat door de dood van de betrokkene ook het recht tot aanvangen/voortzetten van een procedure tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vervalt (zie HR 18 maart 2008, NJ 2008/181). Gelet hierop zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering.

3 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.

Deze uitspraak is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Lejeune, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 maart 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.