Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Limburg, 18 maart 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:2247Zaaknummer 12024182 CV EXPL 25-5866

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
12024182 CV EXPL 25-5866
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incident vrijwaring referte.

4 De beslissing

De kantonrechter

in het incident

4.1.

staat toe dat [verhuurder] door [persoon] zal worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 15 april 2026,

4.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

4.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 april 2026 voor opgave verhinderdata van beide partijen voor een mogelijk te bepalen mondelinge behandeling over de periode mei tot en met augustus 2026,

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling in het incident
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 12024182 \ CV EXPL 25-5866

Vonnis in het incident (bij vervroeging) van 18 maart 2026

in de zaak van

ENEXIS NETBEHEER B.V.,

te ’s-Hertogenbosch,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: Enexis,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[persoon],

te [plaats],

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [persoon],

gemachtigde: mr. P.M.H. Cruts.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 4,- de conclusie van antwoord tevens houdend incident tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 8,

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil

in de hoofdzaak

2.1.

Enexis stelt dat [persoon] via haar netwerk energie heeft afgenomen ten behoeve van het [adres], gedurende een periode waarin [persoon] geen contract had met een leverancier van energie. Enexis stelt dat [persoon] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van haar, nu [persoon] niet heeft betaald voor de geleverde energie. Enexis vordert - samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [persoon] zal veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 3.706,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.134,67 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [persoon] in de kosten van deze procedure.

in het incident

2.2.

[persoon] vordert dat hem wordt toegestaan om de [verhuurder] in vrijwaring op te roepen. [persoon] voert daartoe aan dat, ondanks dat in artikel 6 van het huurcontract is bepaald dat de verhuurder zal zorgen voor de levering van elektriciteit, hij mondeling met de verhuurder heeft afgesproken dat hij zelf zal zorgdragen voor de levering van energie, middels de daartoe door verhuurder aangewezen meters. Het object kent verschillende woningen en de meters bevinden zich niet in de individuele woningen. [persoon] heeft daarop een energiecontract met Oxxio B.V. gesloten en heeft dit ook voldaan. Bij een controle van de meters van de woningen door Enexis blijkt dat [persoon] over de verkeerde meters energiekosten heeft voldaan. De opgave van de meters door de verhuurder bleek derhalve niet correct. Nu de verhuurder aansprakelijk is voor de opgave van de correcte meters, stelt [persoon] belang te hebben om de verhuurder in vrijwaring op te roepen.

2.3.

Enexis refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

3 De beoordeling in het incident

3.1.

Gelet op de door [persoon] aangevoerde gronden voor de oproeping in vrijwaring van [verhuurder], is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk dat de rechtsverhouding tussen [persoon] enerzijds en [verhuurder] anderzijds met zich mee kan brengen dat [verhuurder] gehouden zal zijn om [persoon] vrij te houden van de nadelige gevolgen van een (deel van de) eventuele veroordeling in deze (hoofd)zaak. Dat is voor toewijzing van de vordering in het incident voldoende.

3.2.

De kantonrechter is derhalve van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen.

3.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De kantonrechter

in het incident

4.1.

staat toe dat [verhuurder] door [persoon] zal worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 15 april 2026,

4.2.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

4.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 april 2026 voor opgave verhinderdata van beide partijen voor een mogelijk te bepalen mondelinge behandeling over de periode mei tot en met augustus 2026,

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.