Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Limburg, 15 oktober 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:11117Zaaknummer ROE 25/2085

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15 oktober 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
ROE 25/2085
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het college heeft een omgevingsvergunning verleend om het Haeselaarsbroek hydrologisch te herstellen. Zulks in het belang van de biodiversiteit. Eiseres betoogt dat het college de vergunning niet had mogen verlenen. Zij vreest dat de vergunde werkzaamheden de waterhuishouding ter plaatse zullen aantasten, met negatieve gevolgen voor haar naastgelegen perceel. De rechtbank overweegt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vergunning geweigerd had moeten worden. Overeenkomstig het limitatief-imperatief stelsel onder de Omgevingswet, heeft het college deze dan ook terecht verleend. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Voor een proceskosten-veroordeling bestaat geen aanleiding en eiseres krijgt ook haar griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Trifunović, rechter, in aanwezigheid van

B.L.J.M. Frijns, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 15 oktober 2026.

De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 15 oktober 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren

Artikel 37.5.1

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in artikel 37 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

  • het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage;
  • het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand;
  • het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²;
  • het verwijderen van half- en onverharde wegen of paden;
  • het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;
  • het ontginnen van de gronden, behoudens voor zover dit ten dienste staat aan het instandhouden van de natuurwaarden;
  • et vellen/rooien van bos, tenzij de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘bos’ binnen de bestemming 'Natuur' en mits het bosareaal niet structureel wordt verminderd.

Artikel 37.5.3

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37 lid 5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen en, wanneer mogelijk, een positieve bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige cultuurhistorisch-landschappelijke waarden.

Artikel 55.4.1.

Het is verboden op de in artikel 55 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:

  • het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren;
  • het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
  • het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd;
  • het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/of diepploegen van gronden;
  • het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
  • het verwijderen van zandwegen;
  • et telen van houtige gewassen in en/of op de grond (containervelden).
  • het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering;
  • het doorbreken, wijzigen en/of verleggen van bestaande wegen, paden en/of andere (infra)structuren;
  • het toevoegen van natuur-/landschapselementen en/of kunstwerken die de in artikel 55 lid 1 genoemde aanwezige waarden aan het zicht onttrekken of verstoren, of anderszins schade toebrengen.

Artikel 55.4.3

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 55 lid 4.1 kan alleen worden verleend indien uit cultuurhistorisch onderzoek blijkt dat de volgende kwaliteiten in acht worden genomen:

  • de beleefde kwaliteit met zichtbaarheid en herkenbaarheid;
  • de fysieke kwaliteit met gaafheid of authenticiteit;
  • inhoudelijke kwaliteit met als waarderingscriteria zeldzaamheid, informativiteit, samenhangendheid c.q. ensemblewaarde en representativiteit.

Artikel 58.4.1

Het is verboden op de in artikel 58 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:

  • grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden;
  • het slopen van funderingen;
  • het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
  • het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.

Artikel 58.4.3

Indien een omgevingsvergunning vereist is, de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat:

  • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of;
  • de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep
  7. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 25/2085

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.J.J. de Rooij),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren, het college

(gemachtigden: mr. D.H.A.S. Gidding en R.F.S. Timmers).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Coöperatieve Bosgroep Zuid-Nederland U.A. uit Heeze (de Bosgroep)

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Bij besluit van 3 april 2025, gehandhaafd met het bestreden besluit van

31 juli 2025 (verzonden op 12 augustus 2025) op het bezwaar van eiseres, heeft het college aan de Bosgroep een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van hydrologische (herstel)werkzaamheden, niet zijnde bouwwerkzaamheden, aan het Haeselaarsbroek in Echt.

1.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

1.2.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [belanghebbende], namens eiseres, en de gemachtigden van alle partijen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Waterschap Limburg en Provincie Limburg hebben een soortbeschermingsplan voor de gewone bronlibel (2022) opgesteld. Dit bevat herstelmaatregelen voor een drietal Limburgse locaties, waaronder het Haeselaarsbroek, gelegen aan de [adres] (ongenummerd) in [plaats].

3. Op 5 februari 2025 heeft de Bosgroep een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om het Haeselaarsbroek hydrologisch te herstellen, overeenkomstig het soortbeschermingsplan en eerder herstelplan (LESA). Zulks in het belang van de biodiversiteit. Op 3 april 2025 heeft het college de vergunning binnenplans verleend, op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet (Ow), en de artikelen 37.5.1, 55.4.1 en 58.4.1 van het Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren.

4. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij is pachter van het perceel, kadastraal bekend als [kadastrale gegevens]. Dit perceel bevindt zich op circa 100 meter van de locatie van de vergunde (herstel)werkzaamheden. Eiseres vreest dat deze werkzaamheden de waterhuishouding ter plaatse zullen aantasten, met negatieve gevolgen voor haar naastgelegen perceel.

5. Bij het bestreden besluit heeft het college de vergunning in stand gelaten. Daartoe heeft het – kort gezegd – verwezen naar het toepasselijke wettelijk kader onder de Ow en betoogd dat de door eiseres gevreesde vernatting van haar perceel geen grond is waarop het college de vergunning had moeten weigeren.

6. Naar aanleiding van de bezwaarprocedure heeft het college op het perceel van eiseres peilbuizen geplaatst, om te monitoren of daar (water)schade ontstaat als gevolg van de vergunde werkzaamheden. Deze peilbuizen staan er heden nog steeds en het college beoogt de bevindingen over twee en vijf jaar te evalueren.

Wettelijk toetsingskader

7. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een zogeheten omgevingsplanactiviteit te verrichten.

8. Een omgevingsplanactiviteit wordt – voor zover hier van belang – gedefinieerd als een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, en die niet in strijd is met het omgevingsplan.[_fe8c1d0c-44be-4dce-96a9-5e9aa0380a05]

9. Artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat, voor zover een aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, die vergunning wordt verleend als de planactiviteit voldoet aan de binnenplanse beoordelingsregels. Dit staat bekend als het limitatief-imperatief stelsel.

10. Ter plaatse geldt het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Echt-Susteren. Het bestemmingsplan ‘Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren’ maakt daarvan onderdeel uit.[_68821549-2d64-4f56-96df-30f86f911f05]

11. Op het perceel van de vergunde werkzaamheden rust de bestemming ‘Natuur’, als ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde Aardkundige waarde’. Ook geldt er de gebiedsaanduiding Natuurnetwerk Nederland.

Heeft het college de vergunning terecht verleend?

12. Eiseres voert aan dat de vergunning in strijd is met het omgevingsplan en daarom geweigerd had moeten worden. Kort gezegd betoogt zij daartoe dat de (water)schade aan haar naastgelegen landbouwgronden maakt dat de relevante waarden die ter plaatse gelden, zoals aardkundige waarden en de natuurwaarden, verloren zullen gaan. Ter zitting heeft eiseres het standpunt ingenomen dat haar beroep louter ziet op het waarborgen van de natuurwaarden ter plaatse, overeenkomstig de bestemming ‘Natuur’.

13. De rechtbank stelt voorop dat – zoals volgt uit het wettelijk toetsingskader – het college een vergunning moet verlenen, als blijkt dat is voldaan aan de beoordelingsregels voor een binnenplanse omgevingsvergunning. Die beoordelingsregels omvatten in dit geval de weigeringsgronden in het Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren, meer specifiek de gronden die gaan over de bestemmingen ‘Natuur’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde Aardkundige waarde’, als ook over de gebiedsaanduiding Natuurnetwerk Nederland .[_62918366-6670-4f86-8246-13b82e226c43]

14. Eiseres betwist niet dat het college de vergunningaanvraag aan deze beoordelingsregels heeft getoetst. Wel betoogt zij dat die toets niet klopt wat betreft de impact van de vergunde werkzaamheden op de waterhuishouding op haar perceel.

15. De rechtbank overweegt dat het vigerende bestemmingsplan geen afzonderlijke weigeringsgrond bevat die gaat over de waterhuishouding op naastgelegen percelen. Ter zitting is vastgesteld dat het beroep van eiseres dan ook ziet op de toets van het college van de vergunningaanvraag aan de bestemming ‘Natuur’.

16. Het beroep treft geen doel. Voor zover dat gaat over het perceel waarop de vergunning ziet, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat hier sprake is van enige strijd met de natuurwaarden ter plaatse, althans de bestemming ‘Natuur’. Zowel het college als de Bosgroep hebben toegelicht dat de vergunde werkzaamheden juist beogen om de biodiversiteit aan de [adres] te ondersteunen en verbeteren.

17. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar beroep het rapport dronemetingen van 17 juni 2018, de meetgegevens van begin 2026 van de geplaatste peilbuizen en enkele foto’s van de gestelde vernatting ingebracht. Deze stukken gaan allemaal over haar eigen perceel. Voor zover eiseres daarmee aanvoert dat de natuurwaarden op haar eigen perceel verloren zullen gaan, staat vast dat op dat perceel de bestemming ‘Natuur’ niet rust. Reeds daarom slaagt dit betoog evenmin.

Conclusie en gevolgen

18. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het college de vergunning ten onrechte heeft verleend. Zij krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond.

18.1.

Voor een veroordeling van het college in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Eiseres krijgt ook haar griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Trifunović, rechter, in aanwezigheid van

B.L.J.M. Frijns, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 15 oktober 2026.

De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 15 oktober 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren

Artikel 37.5.1

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in artikel 37 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

  • het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage;
  • het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand;
  • het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²;
  • het verwijderen van half- en onverharde wegen of paden;
  • het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur;
  • het ontginnen van de gronden, behoudens voor zover dit ten dienste staat aan het instandhouden van de natuurwaarden;
  • et vellen/rooien van bos, tenzij de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding ‘bos’ binnen de bestemming 'Natuur' en mits het bosareaal niet structureel wordt verminderd.

Artikel 37.5.3

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37 lid 5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen en, wanneer mogelijk, een positieve bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige cultuurhistorisch-landschappelijke waarden.

Artikel 55.4.1.

Het is verboden op de in artikel 55 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:

  • het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren;
  • het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
  • het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd;
  • het ophogen, afgraven, vergraven, verzetten, ontgronden, egaliseren, ontginnen en/of diepploegen van gronden;
  • het verwijderen van natuur- en landschapselementen;
  • het verwijderen van zandwegen;
  • et telen van houtige gewassen in en/of op de grond (containervelden).
  • het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering;
  • het doorbreken, wijzigen en/of verleggen van bestaande wegen, paden en/of andere (infra)structuren;
  • het toevoegen van natuur-/landschapselementen en/of kunstwerken die de in artikel 55 lid 1 genoemde aanwezige waarden aan het zicht onttrekken of verstoren, of anderszins schade toebrengen.

Artikel 55.4.3

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 55 lid 4.1 kan alleen worden verleend indien uit cultuurhistorisch onderzoek blijkt dat de volgende kwaliteiten in acht worden genomen:

  • de beleefde kwaliteit met zichtbaarheid en herkenbaarheid;
  • de fysieke kwaliteit met gaafheid of authenticiteit;
  • inhoudelijke kwaliteit met als waarderingscriteria zeldzaamheid, informativiteit, samenhangendheid c.q. ensemblewaarde en representativiteit.

Artikel 58.4.1

Het is verboden op de in artikel 58 lid 1 bedoelde gronden de navolgende werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning:

  • grondbewerkingen, zoals het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden;
  • het slopen van funderingen;
  • het aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • het aanleggen of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
  • het aanleggen van bos of boomgaard, danwel het rooien hiervan waarbij stobben worden verwijderd.

Artikel 58.4.3

Indien een omgevingsvergunning vereist is, de bodemverstoring als gevolg van de werken/werkzaamheden dieper is dan 0,40 meter onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 500 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen of zullen worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld of waaruit blijkt dat:

  • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden gewaarborgd of;
  • de archeologische waarden door de beoogde werken/werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad.

Voetnoten

  1. Bijlage bij artikel 1.1, onderdeel A, van de Ow.
  2. Artikel 22.1 van de Ow, in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.
  3. Zie de artikelen 37.5.3, 55.4.3 en 58.4.3 van het Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren, in samenhang met artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow, respectievelijk artikel 70.11.2, onder c, van het Initieel Omgevingsplan Echt-Susteren.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.