Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Limburg, 8 oktober 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:10816Zaaknummer ROE 25/2637

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
8 oktober 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
ROE 25/2637
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in faunaschade, veroorzaakt aan haar perceel wintergerst door grauwe ganzen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat uit de afschotrapportage blijkt dat geen adequaat gebruik is gemaakt van de verleende omgevings-vergunning om die faunaschade te voorkomen of beperken, aldus het bestreden besluit. De rechtbank laat dit besluit in stand. Daartoe overweegt zij dat niet is komen vast te staan dat eiseres heeft voldaan aan het vereiste van een ‘adequaat gebruik’, zodat zij ook niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de geleden faunaschade. Het beleid dat dit bepaalt is ook redelijk, gelet op de vaste rechtspraak. Daarnaast heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat hier afgeweken moet worden van het beleid, vanwege bijzondere omstandigheden. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding en eiseres krijgt ook haar griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Trifunović, rechter, in aanwezigheid van

B.L.J.M. Frijns, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 8 oktober 2026.

De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 8 oktober 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Omgevingswet

Artikel 15.53

1. Gedeputeerde staten verlenen op verzoek van een belanghebbende een tegemoetkoming in schade, geleden in hun provincie, aangericht door van nature in het wild levende dieren van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten.

2. Een tegemoetkoming wordt alleen verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.

3. Op grond van het eerste lid worden de soorten aangewezen die op grond van artikel 5.1, tweede lid, worden beschermd tegen flora- en fauna-activiteiten.

Provinciale Beleidsregels Tegemoetkoming faunaschade 2024

Artikel 1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a. BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, zijnde onderdeel van de Vereniging het Interprovinciaal Overleg, belast met het mandaat om de aanvragen om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 15.53 van de Omgevingswet, namens Gedeputeerde Staten af te handelen;

Artikel 3

Artikel 3. Te treffen maatregelen

1. Gedeputeerde Staten verlenen slechts een tegemoetkoming, indien en voor zover naar hun oordeel de aanvrager de schade niet had kunnen voorkomen en beperken door het treffen van maatregelen of inspanningen waartoe de aanvrager naar eisen van redelijkheid en billijkheid was gehouden.

…

Ter ondersteuning van de maatregelen: schadebestrijding met omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit of schadebestrijding met vrijstelling van de vergunningplicht

3. Een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door natuurlijk in het wild levende dieren, van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, waarvoor ingevolge artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de wet een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna- activiteit kan worden verleend indien:

…

de omgevingsvergunning (of machtiging/toestemming tot gebruik van een bestaande omgevingsvergunning) op deugdelijke wijze en tijdig, vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering, is aangevraagd en, nadat deze is verleend, daarvan op adequate wijze gebruik is gemaakt en er desondanks schade is opgetreden.

…

5. Om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van vergunningplicht te toetsen moeten bejaagacties worden geregistreerd in het van toepassing zijnde registratiesysteem. Momenteel is dat in Limburg het FaunaRegistratieSysteem (FRS). De grondgebruiker geeft BIJ12 toestemming in het SchadeRegistratieSysteem (SRS) zodat BIJ12 de verrichte bejaagacties kan inzien om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van de vergunningplicht te toetsen. De bejaagacties worden tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager de bevestiging taxatie heeft ontvangen, in het FaunaRegistratieSysteem ingevoerd.

Bij overgang naar een nieuw registratiesysteem geldt dat inzage in het nieuwe registratiesysteem voor BIJ12 niet mogelijk is. Om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van de vergunningplicht te toetsen, levert de aanvrager tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager de bevestiging taxatie heeft ontvangen, bij BIJ12 een kopie/afschrift aan van de verrichte bejaagacties zoals deze in het nieuwe registratiesysteem zijn geregistreerd.

Het niet tijdig en/of niet volledig aanleveren van de gevraagde gegevens kan tot afwijzing van de aanvraag leiden.

…

Bijlage Toelichting

…

Artikelsgewijze toelichting

…

Artikel 3 bevat de voorwaarden, ten aanzien van het voorkomen en beperken van schade, waaraan getoetst wordt en waaraan een aanvrager moet voldoen om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen. Gedeputeerde Staten verlenen een tegemoetkoming slechts als een aanvrager zelf al het mogelijke, dat in redelijkheid van hem kan worden verwacht, heeft ondernomen om schade zoveel mogelijk te voorkomen en beperken. Het gaat hierbij om te treffen maatregelen ter voorkoming van schade - de preventieve maatregelen -, en maatregelen ter (verdere) beperking van de schade door de schadeveroorzakende diersoort te bestrijden.

…

Ter ondersteuning van de maatregelen: schadebestrijding met omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit of schadebestrijding met vrijstelling van de vergunningplicht

Blijkens de wetsgeschiedenis is de aanvrager degene die verantwoordelijk is voor het voorkomen en beperken van, door natuurlijk in het wild levende dieren aangerichte schade, met uitzondering van schade veroorzaakt door de vijf bejaagbare soorten. Voor die bejaagbare soorten draagt de jachthouder mede een verantwoordelijkheid.

…

Adequaat gebruik

Van een verleende omgevingsvergunning moet adequaat gebruik worden gemaakt. Dit houdt in dat er minstens tweemaal per week (op twee verschillende dagen) verjaging met ondersteunend afschot moet plaatsvinden, vanaf het moment van schadeconstatering tot en met de eindtaxatie.

…

Ook bejaagacties waarbij geen dieren zijn gedood, tellen mee voor het adequaat gebruik en moeten worden geregistreerd. Als de jager aanwezig is geweest, maar geen schadeveroorzakende dieren heeft aangetroffen, kan dit apart worden vermeld. Van belang is dat concreet de geleverde inspanning én het resultaat per datum van uitvoering wordt vermeld in het registratiesysteem.

Bij het gebruik maken van de omgevingsvergunning moeten de acties dus gericht zijn op het plegen van afschot. Het verjagen en verontrusten van de schadeveroorzakende dieren (zoals gebruik van het vogelafweerpistool of verjaging anderszins) worden niet meegenomen in de beoordeling in het kader van het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning. De invulling die wordt gegeven aan wat wel en wat niet adequaat is, wordt in bestendige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet onredelijk geacht.5

…

Controle gegevens

Om aan te tonen dat sprake is van adequaat gebruik, wordt van een aanvrager verlangd te rapporteren over het gebruik van de omgevingsvergunning. Hetzelfde geldt voor een vrijstelling van de omgevingsvergunningplicht met beperkingen. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om de bedoelde informatie tijdig, binnen twee weken na bevestiging taxatie, en volledig beschikbaar te stellen aan BIJ12. In de praktijk zal het vaak de jachtaktehouder zijn die deze gegevens in een het voor de provincie Limburg van toepassing zijnde registratiesysteem registreert, maar de aanvrager is ervoor verantwoordelijk dat dit tijdig en volledig gebeurt.

Dit kan men doen door de gegevens over de bejaagacties c.q. verjaagacties met ondersteunend afschot te rapporteren in een, voor BIJ12 toegankelijk registratiesysteem. Om BIJ12 inzicht te geven in de aangeleverde gegevens, moet de aanvrager in het systeem akkoord geven. Vervolgens raadpleegt BIJ12, bij de toetsing of sprake is van adequaat gebruik, de geregistreerde gegevens in het registratiesysteem. Acties die niet tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager bevestiging taxatie heeft ontvangen, zijn ingevoerd in het systeem worden niet meegenomen in de toetsing op adequaat gebruik. Omwille van de uitvoeringslast en betrouwbaarheid van de gegevens worden alleen acties die in het voor de provincie Limburg van toepassing zijnde registratiesysteem zijn ingevoerd geaccepteerd. Andere registraties, zoals handgeschreven verklaringen, briefjes of mailtjes met bejaaggegevens worden niet geaccepteerd.

…

Als de gegevens niet volledig of niet tijdig, binnen twee weken nadat de grondgebruiker de bevestiging taxatie ontvangen heeft, worden aangeleverd, kan de aanvraag worden afgewezen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep
  7. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 25/2637

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres

en

het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg, verweerder

(gemachtigden: mr. D.T.A. Willems en E.M. Reijnders).

Procesverloop

1. Eiseres heeft op 3 april 2025 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in faunaschade, veroorzaakt aan haar perceel door grauwe ganzen, Canadese ganzen en wilde zwijnen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen bij besluit van 8 september 2025. Bij het bestreden besluit van 20 oktober 2025 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder die afwijzing in stand gelaten.

1.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

1.2.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], namens eiseres, en de gemachtigden van verweerder. Tevens is aan de zijde van eiseres verschenen [belanghebbende 3].

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

2. Eiseres heeft een perceel van 9,94 hectare in eigendom. Zij bewerkt dit perceel voor de teelt van wintergerst. Het perceel ligt aan de rand van een waterrijk natuurgebied en nabij het recreatiegebied ‘Kwegt’.

3. Op 1 april 2025 constateert eiseres schade aan haar perceel wintergerst. Zij dient op 3 april 2025 een aanvraag in bij de uitvoeringsinstantie BIJ12 voor een tegemoetkoming in deze faunaschade.

4. Op 4 juli 2025 stelt de taxateur vast dat eiseres 16.466 kg gewasverlies heeft geleden. De schade wordt getaxeerd op € 3.622,52, waarbij wordt vastgesteld dat deze voor 93% is veroorzaakt door de grauwe gans.

5. Bij besluit van 8 september 2025 wordt de aanvraag van eiseres voor een tegemoetkoming in de geleden faunaschade afgewezen. Voor zover het betreft de afwijzing van de schade die veroorzaakt is door de grauwe gans, motiveert verweerder dat uit de afschotrapportage blijkt dat geen adequaat gebruik is gemaakt van de verleende omgevingsvergunning om die faunaschade te voorkomen of beperken.[_dad5b2d9-d6b5-4674-8356-b2aeb6ba35bf] Nu in de beoordelingsperiode van 1 april 2025 tot en met 4 juli 2025 niet minimaal twee keer per week ondersteunend afschot, of een poging daartoe, heeft plaatsgevonden, ontvangt eiseres ingevolge de Provinciale Beleidsregels Tegemoetkoming faunaschade 2024 (hierna: de Beleidsregels) geen tegemoetkoming voor haar schade,[_db235db1-5359-4cae-8202-44b3e2e87265] aldus verweerder.

6. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Haar jager heeft aangegeven dat hij alle door hem ondernomen acties in het Faunaregistratie Systeem (FRS) heeft geregistreerd. Deze moeten volgens eiseres ruim voldoende zijn, gelet op de provinciale eisen aangaande verjaging en afschot. Bovendien betoogt eiseres dat zij in totaal vier preventieve maatregelen heeft getroffen, waaronder ondersteunend afschot, terwijl er in de regel minimaal twee middelen moeten worden ingezet. Eiseres benadrukt verder dat haar percelen zich in een extreem ganzengebied bevinden.

7. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van de tegemoetkomings-aanvraag van eiseres in stand gelaten. Daartoe heeft verweerder herhaald dat niet is gebleken dat eiseres op adequate wijze gebruik heeft gemaakt van de verleende omgevingsvergunning. Alleen als eiseres de meest vergaande maatregel – afschot van enkele exemplaren van de schadeveroorzakende diersoort – heeft ingezet als maatregel om schade te voorkomen en beperken, komt zij volgens verweerder in aanmerking voor een tegemoetkoming. Nu in het FRS één actie gericht op afschot staat, is geen sprake van adequaat gebruik in de zin van de Beleidsregels. Dat in maart 2025 is bejaagd, doet daar niet aan af, omdat dit buiten de beoordelingsperiode valt, zo luidt het bestreden besluit.

Heeft verweerder de tegemoetkomingsaanvraag terecht afgewezen?

8. Ter zitting is vastgesteld dat het beroep van eiseres uiteenvalt in een drietal standpunten. Ten eerste, dat zij heeft voldaan aan het vereiste van een ‘adequaat gebruik’, zodat zij ingevolge de Beleidsregels in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de door haar geleden faunaschade. Ten tweede, dat de in de Beleidsregels gehanteerde norm van tweemaal per week gebruik maken van ondersteunend afschot onredelijk is. Ten derde, dat gelet op haar bijzondere situatie, de tegemoetkoming haar ook kan worden toegekend in afwijking van de Beleidsregels.

9. De rechtbank overweegt als volgt, waarbij zij voor de relevante wet- en regelgeving verwijst naar de bijlage bij deze uitspraak.

Adequaat gebruik

10. Artikel 15.53 van de Omgevingswet (Ow) bepaalt dat verweerder bevoegd is om op verzoek van een belanghebbende – hier, eiseres – een billijke tegemoetkoming te verlenen bij schade veroorzaakt door beschermde diersoorten. Het gaat daarbij om schade die de aanvrager moet of zal lijden en die redelijkerwijs niet (geheel) voor eigen rekening behoort te blijven.

11. Uit dit artikel volgt dat verweerder een zekere beoordelingsruimte toekomt. Verweerder heeft hier invulling aan gegeven bij wijze van de Beleidsregels. Artikel 3 daarvan bepaalt dat verweerder slechts een tegemoetkoming in faunaschade kan verlenen als de aanvrager zelf al het mogelijke heeft gedaan, dat in redelijkheid kan worden verwacht om de schade zoveel mogelijk te voorkomen en beperken. Tot die inspanning kan ook de jacht op bejaagbare diersoorten behoren. Als daarvan sprake is, dient van deze mogelijkheid ‘adequaat gebruik’ te worden gemaakt om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming in faunaschade, zo volgt uit de bijlage (toelichting) bij de Beleidsregels.

12. Dit vereiste van een ‘adequaat gebruik’ is hier van toepassing ten aanzien van de grauwe gans. Eiseres was daarom volgens de Beleidsregels gehouden om minstens tweemaal per week (op verschillende dagen) de grauwe ganzen op haar perceel te verjagen met ondersteunend afschot. Als beoordelingsperiode geldt daarbij het tijdsvlak tussen het moment van schadeconstatering tot en met de eindtaxatie, hier 1 april 2025 tot en met

4 juli 2025. Alleen als blijkt dat eiseres binnen die periode heeft voldaan aan voornoemd minimum van het tweemaal per week jagen op de grauwe gans, komt zij in aanmerking voor een tegemoetkoming in de schade die deze ganzen hebben veroorzaakt aan haar perceel.

13. Om aan te tonen dat aan voornoemd vereiste is voldaan, dient eiseres te rapporteren over haar jachtmomenten, althans dient haar jager dat te doen. Ingevolge de (bijlage bij de) Beleidsregels is het aan eiseres om deze informatie binnen twee weken na de bevestiging taxatie (4 juli 2025) volledig beschikbaar te stellen aan BIJ12.[_d5a54db3-d91c-48bb-9889-394209101588] In de praktijk – en zo ook hier – is het veelal de jachtaktehouder die deze informatie registreert in het van toepassing zijnde registratiesysteem, hier het FRS. De Beleidsregels bepalen onverminderd dat de aanvrager (eind)verantwoordelijk is voor dat dit tijdig en volledig gebeurt.

14. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat hier geen sprake is van een ‘adequaat gebruik’ in de zin van de Beleidsregels. Eiseres heeft namelijk de ondergrens van het tweemaal per week verjagen van de grauwe gans met ondersteunend afschot, niet gehaald. De relevante periode van 1 april 2025 tot en met 4 juli 2025 omvat een tijdsbestek van ruim dertien weken (95 dagen), zodat het FRS-overzicht blijk had moeten geven van minimaal 27 jachtinspanningen.

15. Voorop staat dat dat hier sprake is van een zogeheten ex nunc toets en dat de rechtbank beoordeelt of verweerder het bestreden besluit rechtmatig heeft genomen. Vast staat dat verweerder ten tijde van de beoordeling van de aanvraag slechts één actie binnen de relevante beoordelingsperiode in het FRS zag staan, namelijk op 4 april 2025. Dat is onvoldoende om te spreken van een ‘adequaat gebruik’ in de zin van de Beleidsregels.

16. Zelfs aan de hand van een coulante benadering, waarbij verweerder had kunnen besluiten om de feitelijk te laat geregistreerde jachtmomenten mee te tellen,[_e5a739ca-5f23-4a02-8a9b-28be13f5b6a4] wordt de ondergrens van minimaal 27 bejaagacties door eiseres niet gehaald. Uit de beschikbare gegevens uit het FRS, daaronder begrepen het FRS-overzicht dat eiseres in beroep heeft overgelegd, blijkt namelijk dat de jager van eiseres op de volgende data actief is geweest:

  • op 4, 7, 10, 14, 16, 19, 22, 25 en 29 april;
  • op 3, 8, 10, 12, 13, 16 en 28 mei;
  • op 8, 11, 18 en 29 juni; en
  • op 2 juli.

17. Uit het voorgaande volgt dat eiseres op grond van de Beleidsregels niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in haar faunaschade. De beroepsgrond van eiseres ter zake slaagt dus niet.

Beleidsregels

18. Eiseres voert aan dat de norm van tweemaal per week de ganzen verjagen middels afschot, onredelijk is. Zij spant zich op meerdere manieren in om de schade door de grauwe gans te voorkomen dan wel beperken. Zo gebruikt zij een handlaser, knalapparaat en vogelverschrikkers die bewegen en geluid maken. Doordat de Beleidsregels een strenge norm hanteren voor het ondersteunend afschot, wordt voorbijgegaan aan deze andere preventieve maatregelen en daarmee aan de omvang van de (financiële) inspanningen van eiseres om de grauwe gans van haar perceel te verjagen, aldus eiseres.

19. Deze beroepsgrond slaag niet. De rechtbank verwijst naar de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling),[_eb1f3313-94a3-4953-af13-1bc4817cefe7] die in soortgelijke gevallen reeds heeft bepaald dat de norm van tweemaal in de week ondersteunend afschot inzetten, toelaatbaar is. De rechtbank ziet in de omstandigheden van dit geval ook geen aanleiding om van deze lijn in de jurisprudentie af te wijken.

Evenredigheid

20. Dan resteert nog de vraag of het geval van eiseres zodanig bijzonder is, dat de tegemoetkoming had moeten volgen in afwijking van artikel 3 van de Beleidsregels, op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend.

21. Eiseres heeft aangevoerd dat haar percelen zich in een extreem ganzengebied bevinden, althans dat de (aangelegde) aangrenzende plas de grauwe gans aantrekt. Ondanks de meerdere preventieve maatregelen die zij hanteert, is eiseres er vooralsnog niet in geslaagd om de grauwe gans te verjagen. In tegendeel, dit probleem is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Bovendien bemoeilijkt volgens eiseres ook het nabijgelegen recreatiegebied het verjagen van deze ganzen met afschot. De jager kan immers niet schieten als wandelaars zich (per abuis) binnen het schietgebied bevinden, aldus eiseres.

22. De rechtbank stelt voorop dat het verjagen van de grauwe gans voor eiseres een probleem is, dat vanwege de omvang en context allerminst gemakkelijk is om op te lossen. Dat dit (financieel) belastend is voor eiseres, is evident. Evenwel is hier geen sprake van een dusdanig uitzonderlijke situatie, die een afwijking van de Beleidsregels rechtvaardigt. Bepalend daartoe is dat de door eiseres aangevoerde omstandigheden niet maken dat het ondersteunend afschot feitelijk niet behoort tot haar mogelijkheden om het ganzenprobleem aan te pakken. Zowel in de schadebeperkende periode in geding, als in maart 2025, was immers veelvuldig sprake van jacht op de ganzen, onverminderd de door eiseres aangehaalde (doorlopende) omstandigheden. Uit niets blijkt daarnaast dat de jager ter plaatse is geweest, maar niet kon schieten vanwege passerende recreanten. Bovendien is een andere aanvraag van eiseres voor een tegemoetkoming in faunaschade wél toegewezen. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat eiseres zich niet bevindt in een bijzondere situatie, waardoor zij (financieel) onevenredig hard wordt getroffen door het bestreden besluit. Deze beroepsgrond wordt daarom verworpen.

Conclusie en gevolgen

23. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder haar ten onrechte geen tegemoetkoming in faunaschade heeft toegekend. Zij krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond.

23.1.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Ook krijgt eiseres haar griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Trifunović, rechter, in aanwezigheid van

B.L.J.M. Frijns, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 8 oktober 2026.

De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 8 oktober 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Omgevingswet

Artikel 15.53

1. Gedeputeerde staten verlenen op verzoek van een belanghebbende een tegemoetkoming in schade, geleden in hun provincie, aangericht door van nature in het wild levende dieren van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten.

2. Een tegemoetkoming wordt alleen verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.

3. Op grond van het eerste lid worden de soorten aangewezen die op grond van artikel 5.1, tweede lid, worden beschermd tegen flora- en fauna-activiteiten.

Provinciale Beleidsregels Tegemoetkoming faunaschade 2024

Artikel 1

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a. BIJ12: uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies, zijnde onderdeel van de Vereniging het Interprovinciaal Overleg, belast met het mandaat om de aanvragen om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 15.53 van de Omgevingswet, namens Gedeputeerde Staten af te handelen;

Artikel 3

Artikel 3. Te treffen maatregelen

1. Gedeputeerde Staten verlenen slechts een tegemoetkoming, indien en voor zover naar hun oordeel de aanvrager de schade niet had kunnen voorkomen en beperken door het treffen van maatregelen of inspanningen waartoe de aanvrager naar eisen van redelijkheid en billijkheid was gehouden.

…

Ter ondersteuning van de maatregelen: schadebestrijding met omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit of schadebestrijding met vrijstelling van de vergunningplicht

3. Een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door natuurlijk in het wild levende dieren, van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, waarvoor ingevolge artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de wet een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna- activiteit kan worden verleend indien:

…

de omgevingsvergunning (of machtiging/toestemming tot gebruik van een bestaande omgevingsvergunning) op deugdelijke wijze en tijdig, vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering, is aangevraagd en, nadat deze is verleend, daarvan op adequate wijze gebruik is gemaakt en er desondanks schade is opgetreden.

…

5. Om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van vergunningplicht te toetsen moeten bejaagacties worden geregistreerd in het van toepassing zijnde registratiesysteem. Momenteel is dat in Limburg het FaunaRegistratieSysteem (FRS). De grondgebruiker geeft BIJ12 toestemming in het SchadeRegistratieSysteem (SRS) zodat BIJ12 de verrichte bejaagacties kan inzien om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van de vergunningplicht te toetsen. De bejaagacties worden tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager de bevestiging taxatie heeft ontvangen, in het FaunaRegistratieSysteem ingevoerd.

Bij overgang naar een nieuw registratiesysteem geldt dat inzage in het nieuwe registratiesysteem voor BIJ12 niet mogelijk is. Om het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning of vrijstelling van de vergunningplicht te toetsen, levert de aanvrager tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager de bevestiging taxatie heeft ontvangen, bij BIJ12 een kopie/afschrift aan van de verrichte bejaagacties zoals deze in het nieuwe registratiesysteem zijn geregistreerd.

Het niet tijdig en/of niet volledig aanleveren van de gevraagde gegevens kan tot afwijzing van de aanvraag leiden.

…

Bijlage Toelichting

…

Artikelsgewijze toelichting

…

Artikel 3 bevat de voorwaarden, ten aanzien van het voorkomen en beperken van schade, waaraan getoetst wordt en waaraan een aanvrager moet voldoen om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen. Gedeputeerde Staten verlenen een tegemoetkoming slechts als een aanvrager zelf al het mogelijke, dat in redelijkheid van hem kan worden verwacht, heeft ondernomen om schade zoveel mogelijk te voorkomen en beperken. Het gaat hierbij om te treffen maatregelen ter voorkoming van schade - de preventieve maatregelen -, en maatregelen ter (verdere) beperking van de schade door de schadeveroorzakende diersoort te bestrijden.

…

Ter ondersteuning van de maatregelen: schadebestrijding met omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit of schadebestrijding met vrijstelling van de vergunningplicht

Blijkens de wetsgeschiedenis is de aanvrager degene die verantwoordelijk is voor het voorkomen en beperken van, door natuurlijk in het wild levende dieren aangerichte schade, met uitzondering van schade veroorzaakt door de vijf bejaagbare soorten. Voor die bejaagbare soorten draagt de jachthouder mede een verantwoordelijkheid.

…

Adequaat gebruik

Van een verleende omgevingsvergunning moet adequaat gebruik worden gemaakt. Dit houdt in dat er minstens tweemaal per week (op twee verschillende dagen) verjaging met ondersteunend afschot moet plaatsvinden, vanaf het moment van schadeconstatering tot en met de eindtaxatie.

…

Ook bejaagacties waarbij geen dieren zijn gedood, tellen mee voor het adequaat gebruik en moeten worden geregistreerd. Als de jager aanwezig is geweest, maar geen schadeveroorzakende dieren heeft aangetroffen, kan dit apart worden vermeld. Van belang is dat concreet de geleverde inspanning én het resultaat per datum van uitvoering wordt vermeld in het registratiesysteem.

Bij het gebruik maken van de omgevingsvergunning moeten de acties dus gericht zijn op het plegen van afschot. Het verjagen en verontrusten van de schadeveroorzakende dieren (zoals gebruik van het vogelafweerpistool of verjaging anderszins) worden niet meegenomen in de beoordeling in het kader van het adequaat gebruik van de omgevingsvergunning. De invulling die wordt gegeven aan wat wel en wat niet adequaat is, wordt in bestendige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet onredelijk geacht.5

…

Controle gegevens

Om aan te tonen dat sprake is van adequaat gebruik, wordt van een aanvrager verlangd te rapporteren over het gebruik van de omgevingsvergunning. Hetzelfde geldt voor een vrijstelling van de omgevingsvergunningplicht met beperkingen. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om de bedoelde informatie tijdig, binnen twee weken na bevestiging taxatie, en volledig beschikbaar te stellen aan BIJ12. In de praktijk zal het vaak de jachtaktehouder zijn die deze gegevens in een het voor de provincie Limburg van toepassing zijnde registratiesysteem registreert, maar de aanvrager is ervoor verantwoordelijk dat dit tijdig en volledig gebeurt.

Dit kan men doen door de gegevens over de bejaagacties c.q. verjaagacties met ondersteunend afschot te rapporteren in een, voor BIJ12 toegankelijk registratiesysteem. Om BIJ12 inzicht te geven in de aangeleverde gegevens, moet de aanvrager in het systeem akkoord geven. Vervolgens raadpleegt BIJ12, bij de toetsing of sprake is van adequaat gebruik, de geregistreerde gegevens in het registratiesysteem. Acties die niet tijdig, binnen twee weken nadat aanvrager bevestiging taxatie heeft ontvangen, zijn ingevoerd in het systeem worden niet meegenomen in de toetsing op adequaat gebruik. Omwille van de uitvoeringslast en betrouwbaarheid van de gegevens worden alleen acties die in het voor de provincie Limburg van toepassing zijnde registratiesysteem zijn ingevoerd geaccepteerd. Andere registraties, zoals handgeschreven verklaringen, briefjes of mailtjes met bejaaggegevens worden niet geaccepteerd.

…

Als de gegevens niet volledig of niet tijdig, binnen twee weken nadat de grondgebruiker de bevestiging taxatie ontvangen heeft, worden aangeleverd, kan de aanvraag worden afgewezen.

Voetnoten

  1. Omdat het beroep zich enkel richt tegen de afwijzing van de faunaschade veroorzaakt door de grauwe gans, behoeft de afwijzing van de faunaschade vanwege het wilde zwijn en de Canadeze gans hier geen bespreking.
  2. Artikel 3, derde lid, onder b van de Beleidsregels.
  3. Artikel 3, vijfde lid, van de Beleidsregels.
  4. Dat wil zeggen, de bejaagacties die eiseres – althans, haar jager – op 9 september 2025 en 22 oktober 2025 in het FRS heeft geregistreerd, buiten de termijn van artikel 3, vijfde lid, van de Beleidsregels.
  5. Vgl. de uitspraak van de Afdeling van 17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:377.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.