Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 11 juni 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:5674Zaaknummer 11533302 \ CV EXPL 25-723

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11 juni 2025
Publicatiedatum
18 juni 2025
Zaaknummer
11533302 \ CV EXPL 25-723
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan het [adres],

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 3.657,07, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 27 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 625,48 behoudens huurverhogingen voor elke ingegane maand met ingang van 1 februari 2025 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € ‭1.139,02‬ , ‬‬

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11533302 \ CV EXPL 25-723

Vonnis van de kantonrechter van 11 juni 2025

in de zaak van:

Stichting Weller Wonen,

gevestigd te Heerlen,

eisende partij,

gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOORWERK B.V., in zijn/haar hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [naam onderbewindgestelde], wonende te [woonplaats],

gevestigd te Brunssum,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. F.E.L. Teerling.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het antwoord van gedaagde partij

- een brief d.d. 26 mei 2025 zijdens eisende partij met als bijlage een actueel overzicht van de huurachterstand

- de mondelinge behandeling op 3 juni 2025, waarvan de griffier spreekaantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

De huurachterstand wordt niet betwist en is na dagvaarden aanzienlijk toegenomen. De ontstane achterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Zowel de gemachtigde van gedaagde partij als diens bewindvoerder geven aan geen contact te hebben met de heer [naam onderbewindgestelde]. Er wordt in het bewind geen inkomen gegenereerd, zodat er geen uitzicht is op verbetering van de situatie in de toekomst.

2.2.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 149,02
  • griffierecht € 514,00
  • salaris gemachtigde € 238,00

totaal € ‭1.139,02‬‬‬

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan het [adres],

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 3.657,07, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 27 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 625,48 behoudens huurverhogingen voor elke ingegane maand met ingang van 1 februari 2025 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € ‭1.139,02‬ , ‬‬

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.