Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Limburg, 26 mei 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:5353Zaaknummer C/03/340667 / BZ RK 25-715

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26 mei 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
C/03/340667 / BZ RK 25-715
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing rechterlijke machtiging (art. 1 Wzd). Na aanhouding beslissing in afwachting van vervolgplek en of betrokkene in vrijwillige zorg blijft: betrokkene is bestendig gebleken in zijn vrijwillig verblijf. Vervolgplek (begeleid wonen) is beschikbaar. Geen noodzaak meer voor een rechterlijke machtiging.

De rechtbank:

5.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2025 door mr. S.J. Vogels, rechter, in aanwezigheid van C.M. de Ruijter-Simis, griffier en op schrift gesteld op 4 juni 2025.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het (verdere) verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het aangehouden verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Roermond

Zaaknummer: C/03/340667 / BZ RK 25-715

Datum uitspraak: 26 mei 2025

Afwijzing rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [datum] 1989 in [plaatsnaam],

hierna te noemen betrokkene,

wonend en verblijvend in [plaatsnaam],

advocaat mr. S.B.M.A. Engelen te Venlo.

1 Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de beschikking van deze rechtbank van 28 april 2025;
  • de e-mail van de mentor, binnengekomen bij de rechtbank op 22 mei 2025.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2025. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 2], behandelaar.
1.3.

De mentor, [persoon 1], heeft haar mening schriftelijk kenbaar gemaakt.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 25 maart 2025.

2.2.

Betrokkene verblijft sindsdien zonder machtiging bij Stevig te [plaatsnaam].

2.3.

Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

2.4.

Bij beschikking van 28 april 2025 heeft de rechtbank de beslissing op het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf aangehouden voor de duur van een maand. Dit omdat betrokkene al sinds 25 maart 2025 vrijwillig bij Stevig verblijft en betrokkene zijn verblijf bij Stevig mogelijk in het vrijwillig kader kan blijven voortzetten.

3 Het aangehouden verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden te verlenen.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal de gevraagde machtiging afwijzen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De Wzd bepaalt dat onvrijwillige zorg alleen als uiterste middel overwogen kan worden indien het gedrag van een betrokkene als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan, leidt tot ernstig nadeel (artikel 1 lid 2 Wzd). Onder ernstig nadeel wordt verstaan het bestaan van of aanzienlijk risico op gevaar voor de betrokkene zelf of voor een ander, alsmede dreigend materieel nadeel.

4.3.

Betrokkene verblijft sinds 25 maart 2025 vrijwillig bij Stevig. Hij heeft sindsdien steeds aangegeven vrijwillig bij Stevig te willen verblijven totdat er een passende vervolgplek beschikbaar is.

4.4.

Betrokkene geeft tijdens de mondeling behandeling aan dat het goed met hem gaat. Hij neemt zijn medicatie en gaat naar de dagbesteding. Voor betrokkene is er inmiddels een vervolgplek beschikbaar in de vorm van begeleid wonen, bij [X]. Daar is hij erg blij mee. De behandelaar verklaart dat er inmiddels geen noodzaak meer is voor de rechterlijke machtiging. De vervolgplek waar betrokkene heen gaat is op vrijwillige basis. Dit betekent dat niet aan de voorwaarden voor het verlenen van een machtiging wordt voldaan. De rechtbank komt daarom tot afwijzing van het verzoek.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2025 door mr. S.J. Vogels, rechter, in aanwezigheid van C.M. de Ruijter-Simis, griffier en op schrift gesteld op 4 juni 2025.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.