Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Limburg, 22 januari 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:459Zaaknummer 11274662 \ CV EXPL 24-4438
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 22 januari 2025
- Publicatiedatum
- 2 mei 2025
- Zaaknummer
- 11274662 \ CV EXPL 24-4438
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vorderingen tot het ongedaan maken van inbreuken(en) op een recht van onbepaalde waarde. Zo’n vordering kan niet gewaardeerd worden op de kosten die gemoeid zullen zijn met het ongedaan maken van die inbreuken. Derhalve is niet de kantonrechter, maar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd.
3 De beslissing
De kantonrechter
in conventie in en reconventie
verklaart zich onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen,
veroordeelt [eiser] in de kosten van dit incident aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op € 135,00,
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de afdeling burgerlijk recht van deze rechtbank Limburg, zittingslocatie Roermond,
wijst partijen er op dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van woensdag, 19 februari 2025 om 10.00 uur, waarbij de advocaten van partijen zich als zodanig dienen te stellen,
wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen 4 weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,
wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen 4 weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,
wijst [gedaagde] erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien zij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
1º. een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan haar zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging dan wel
2º. een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging); zie www.rvr.org;
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.
type: TC
coll:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11274662 \ CV EXPL 24-4438
Vonnis van de kantonrechter van 22 januari 2025
in de zaak van:
[eiser],
wonend [adres],
[postcode] [plaatsnaam],
eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,
gemachtigde mr. C.A.M.J.M. Joosten,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres],
[postcode] [plaatsnaam],
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
gemachtigde ARAG SE.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 augustus 2024,
- de incidentele conclusie tot verwijzing, tevens conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie,
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 Het geschil en de beoordeling
[eiser] heeft op de gronden als omschreven in de dagvaarding in conventie gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot het verwijderen van de den, tot het snoeien van de lijsterbes en [gedaagde] te verplichten de overlast die de kippen veroorzaken te stoppen, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Voordat daartegen inhoudelijk verweer is gevoerd heeft [gedaagde] bij incidentele conclusie de bevoegdheid van de kantonrechter betwist en verwijzing van de procedure naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken gevorderd. Voorts heeft [gedaagde] tegen de vorderingen van [eiser] verweer gevoerd en daarnaast in reconventie gevorderd:
- [eiser] op straffe van een dwangsom te veroordelen om gedurende vijf jaar na betekening van het te wijzen vonnis op enigerlei wijze met [gedaagde] en haar gezin in contact te treden,
- [eiser] uit hoofde van schadevergoeding te veroordelen tot betaling van € 1 .895,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2024,
- [eiser] op straffe van een dwangsom te veroordelen de afwatering van het tuinhuisje in de tuin van [eiser] aan te passen een aangepast te houden, zodat het water van het tuinhuisje niet meer afwatert op het perceel van [gedaagde],
- [eiser] te veroordelen tot betaling van de door [gedaagde] gemaakte deskundigenkosten ad € 3.841,75 inclusief btw,
met veroordeling van [eiser] in de proceskosten en nakosten.
[eiser] heeft in conventie verweer gevoerd tegen de door [gedaagde] gevorderde verwijzing van de zaak naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken.
De kantonrechter is onder meer bevoegd te oordelen over vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente daarbij inbegrepen, en voorts in zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00.
De vordering van [eiser] betreft echter het ongedaan maken van inbreuk(en) op een aan hem toekomend recht. Dat is een vordering van onbepaalde waarde die – zoals [gedaagde] terecht stelt – niet gewaardeerd kan worden op de kosten die gemoeid zullen zijn met het ongedaan maken van die inbreuken.
Overigens, het verweer van [eiser] tegen de gevorderde verwijzing berust op door hem aangegeven schattingen met betrekking tot de gemoeide kosten zonder dat daarvoor enige onderbouwing wordt aangevoerd. Van duidelijke aanwijzingen dat de gemoeide kosten € 25.000,00 niet zullen overschrijden is dus ook geen sprake. De zaak in conventie zal dan ook verwezen worden naar de bevoegde kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, locatie Roermond.
Ditzelfde geldt voor de door [gedaagde] ingestelde vorderingen. [eiser] dient weliswaar nog te antwoorden in reconventie op de vorderingen van [gedaagde], doch reeds nu is de kantonrechter van oordeel dat het van belang is dat alle vorderingen van partijen gezamenlijk worden behandeld door dezelfde rechter.
[eiser] zal als de in dit incident in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit incident.
3 De beslissing
De kantonrechter
in conventie in en reconventie
verklaart zich onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen,
veroordeelt [eiser] in de kosten van dit incident aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op € 135,00,
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de afdeling burgerlijk recht van deze rechtbank Limburg, zittingslocatie Roermond,
wijst partijen er op dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van woensdag, 19 februari 2025 om 10.00 uur, waarbij de advocaten van partijen zich als zodanig dienen te stellen,
wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen 4 weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,
wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen 4 weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,
wijst [gedaagde] erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien zij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
1º. een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan haar zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging dan wel
2º. een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging); zie www.rvr.org;
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.
type: TC
coll:
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.