Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 15 januari 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:299Zaaknummer 11179503 \ CV EXPL 24-3194
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 15 januari 2025
- Publicatiedatum
- 23 januari 2025
- Zaaknummer
- 11179503 \ CV EXPL 24-3194
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verbintenissenrecht; verbintenis uit andere bron dan od of ovkmst; onrechtvaardige verrijking
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Enexis van € 40,00 voor buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 342,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025.
VC
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11179503 \ CV EXPL 24-3194
Vonnis van 15 januari 2025
in de zaak van
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. J.J.M. Golstein.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek tevens houdende een vermindering van eis- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[gedaagde] is eigenaar van het pand aan de [adres] te [plaats] (hierna: het pand). Voor dit pand ontbrak een overeenkomst met een energieleverancier over de periode 13 november 2023 tot 24 juni 2024.
Enexis heeft [gedaagde] bij brief van 14 mei 2024 gewezen op het ontbreken van een energiecontract en heeft verzocht hier alsnog toe over te gaan om afsluiting van de aansluitingen van de elektriciteit en het gas te voorkomen.
Bij dagvaarding is - kort gezegd - toestemming verzocht om over te gaan tot afsluiting van de energietoevoer naar het pand. Deze dagvaarding is op 19 juni 2024 aan [gedaagde] betekend.
Per 24 juni 2024 heeft de huurder van het pand een energiecontract gesloten bij Nieuwe Stroom.
3 Het geschil
Enexis vordert - samengevat - na vermindering van eis, vergoeding van de gemaakte buitengerechtelijke kosten van € 75,00, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Enexis legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] pas na betekening van de dagvaarding ervoor heeft gezorgd dat er voor het pand een overeenkomst met een energieleverancier is gesloten, zodat Enexis de procedure terecht is gestart en [gedaagde] de betreffende kosten verschuldigd is. Voorafgaand aan de procedure stelt Enexis kosten te hebben gemaakt om [gedaagde] te bewegen een energiecontract met een leverancier af te sluiten, waaronder het versturen van brieven en het afleggen van een huisbezoek. Enexis vordert een vergoeding voor deze buitengerechtelijke kosten van € 75,00.
[gedaagde] voert verweer en stelt dat het energiecontract is afgesloten voor de eerste rolzitting, zodat Enexis geen belang meer heeft bij deze procedure. Ook geeft [gedaagde] te kennen dat hij pas in de tweede helft van mei 2024 een eerste brief van Enexis heeft ontvangen. Eerdere brieven hebben hem nooit bereikt. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Enexis, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Enexis, met veroordeling van Enexis in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Zoals overwogen is voor het pand gedurende de periode 13 november 2023 tot 24 juni 2024 geen energiecontract met een energieleverancier gesloten. Eveneens staat vast dat er op 21 juni 2024 een energiecontract met Nieuwe Stroom is gesloten en dat dit na het uitbrengen van de dagvaarding is gebeurd. Onweersproken is verder dat Enexis dient op te treden tegen afnemers die geen energiecontract met een leverancier hebben gesloten en dat Enexis daartoe afsluiting kan vorderen. Daarmee is Enexis terecht de procedure gestart.
De volgende vraag is of de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten toewijsbaar is. [gedaagde] betwist de ontvangst van door Enexis verstuurde brieven in de periode vóór medio mei 2024. [gedaagde] geeft aan dat de eerste brief van Enexis hem bereikte in de tweede helft van mei 2024. Bij het ontbreken van een specifieke vermelding van de dagtekening van die brief, gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] doelt op de brief van 14 mei 2024 (productie 3 bij de dagvaarding). Nadien heeft Enexis [gedaagde] nogmaals op 24 mei 2024 aangeschreven voorgaand aan het opstarten van de procedure. In beide brieven wordt reeds aanspraak gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten van € 75,00.
De hoofdvordering (afsluiting van de energietoevoer) had geen betrekking op een van de situaties waarin het Besluit buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. De kantonrechter zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn daarom toetsen aan de eisen voor dergelijke vorderingen zoals deze zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal. Buitengerechtelijke kosten zijn op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 onder c BW toewijsbaar, indien voldaan wordt aan de zgn. dubbele redelijkheidtoets. Het moet redelijk zijn geweest dat er kosten zijn gemaakt en de kosten zelf moeten redelijk zijn.
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten kan worden toegewezen tot een bedrag van € 40,00. [gedaagde] had Enexis na ontvangst van de brief van 14 mei 2024 in de gelegenheid kunnen stellen om de energie af te sluiten of om direct (haar huurder te bewegen) een energiecontract met een energieleverancier af te sluiten. Door dit na te laten heeft Enexis kosten moeten maken. De kantonrechter heeft voor de hoogte van het bedrag aansluiting gezocht bij het minimumbedrag dat zou gelden conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 112,99 | |
| - griffierecht | € | 130,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 80,00 | (2 punten × € 40,00) |
| - nakosten | € | 20,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 342,99 |
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Enexis van € 40,00 voor buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 342,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025.
VC
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.