Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 26 maart 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:2922Zaaknummer 11458832 \ CV EXPL 25-7

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26 maart 2025
Publicatiedatum
4 april 2025
Zaaknummer
11458832 \ CV EXPL 25-7
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt LL20 om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 4.274,45, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 3.557,40 vanaf 30 november 2024 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt LL20 in de proceskosten van € 1.035,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als LL20 niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.

CJ

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11458832 \ CV EXPL 25-7

Vonnis van 26 maart 2025

in de zaak van

[eiseres],

gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: LikiFin Gerechtsdeurwaarders,

tegen

LL20 B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Valkenburg, gemeente Valkenburg a/d Geul,

gedaagde partij,

hierna te noemen: LL20,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van LL20.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, LL20 te veroordelen om aan [eiseres] te betalen € 4.274,45, bestaande uit € 3.557,40 aan hoofdsom,

€ 480,74 aan vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en € 236,31 aan vervallen wettelijke handelsrente, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 3.557,40 vanaf 30 november 2024 tot de dag van volledige betaling, alsmede veroordeling van LL20 in de proceskosten.

3 De beoordeling

3.1.

LL20 heeft na verkregen uitstel niet meer geantwoord. Dat betekent dat zij de vorderingen van [eiseres] niet heeft weersproken en dat deze vorderingen, voor zover [eiseres] voldoende heeft gesteld, voor toewijzing gereed liggen.

3.2.

De vorderingen zijn gegrond op een tussen [eiseres] en LL20 mondeling gesloten overeenkomst ter zake metselwerk. [eiseres] vordert nakoming van die overeenkomst. Door LL20 is het bestaan van de overeenkomst niet betwist. LL20 heeft de hoofdsom niet weersproken. Dat betekent dat het gevorderde factuurbedrag toewijsbaar is.

3.3.

De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke handelsrente ligt eveneens voor toewijzing gereed.

3.4.

[eiseres] heeft voldoende gesteld dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, zodat deze vordering ook zal worden toegewezen.

3.5.

LL20 is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€115,22
- griffierecht€514,00
- salaris gemachtigde€271,00(1,00 punten × € 271,00)
- nakosten€135,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.035,22

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt LL20 om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 4.274,45, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 3.557,40 vanaf 30 november 2024 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt LL20 in de proceskosten van € 1.035,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als LL20 niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.

CJ

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.