Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 8 januari 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:2094Zaaknummer C/03/335352 / HA ZA 24-461

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
8 januari 2025
Publicatiedatum
14 maart 2025
Zaaknummer
C/03/335352 / HA ZA 24-461
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzing naar kamer voor kantonzaken nu het geldelijk belang de € 25.000,- niet te boven gaat

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht, op woensdag 22 januari 2025 om 10.00 uur voor beraad kantonrechter,

3.2.

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

3.3.

wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken.[_6651d750-4c9c-452d-901f-669d0578e844]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/335352 / HA ZA 24-461

Vonnis van 8 januari 2025

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

N.V. BALOISE BELGIUM,

gevestigd te Berchem (Antwerpen), België,

eiseres,

advocaat mr. L.E. Warendorf,

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.F.C. Eliëns.

Partijen zullen hierna Baloise en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de rolbeslissing van 4 december 2024
  • de aktes van beide partijen.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij rolbeslissing van 4 december 2024 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of sprake is van vorderingen die het bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaan en dus over de vraag of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.

2.2.

Beide partijen kunnen zich verenigen met het voornemen om de zaak te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken.

2.3.

De rechtbank zal de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 93 aanhef en onder a en b Rv, in de staat en stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht, op woensdag 22 januari 2025 om 10.00 uur voor beraad kantonrechter,

3.2.

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

3.3.

wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken.[_6651d750-4c9c-452d-901f-669d0578e844]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.