Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Limburg, 21 oktober 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:13173Zaaknummer C/03/346421 / BZ RK 25/2139

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
C/03/346421 / BZ RK 25/2139
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzingsbeschikking RB OB

De rechtbank:

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt ter verdere behandeling naar de rechtbank Oost-Brabant.

Deze beschikking is afgegeven op 21 oktober 2025 door mr. E.C.M. Minkenberg, rechter, bijgestaan door K.J.C. Hermans, griffier

Volledige tekst

Rechtbank LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Familie en jeugd

Zaaknummer: C/03/346421 / BZ RK 25/2139

Beschikking van 21 oktober 2025 betreffende de Wet zorg en dwang (Wzd)

in de zaak van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1944,

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in [locatie zorgcentrum].

1 De vaststellingen en overwegingen

1.1.

De rechtbank heeft kennis genomen van een verzoek rechterlijke machtiging betreffende [betrokkene] ingediend ter griffie op 21 oktober 2025.

1.2.

Ingevolge artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de rechtbank een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de andere rechtbank behandeling van die zaak door die rechtbank gewenst is.

1.3.

In het Zaaksverdelingsreglement rechtbank Limburg, waarvan de Herdruk is gepubliceerd in Staatscourant nr. 6293-n1 van 9 april 2025, heeft de rechtbank voor zover thans van belang opgenomen onder punt 5. “Verwijzing van zaken op grond van artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie”: Zaken waarbij eigen medewerkers zijn betrokken, worden verwezen naar een andere rechtbank, in beginsel de rechtbank Oost-Brabant. Ook zaken van rechtzoekenden ten aanzien van wie anderszins sprake is van betrokkenheid van de rechtbank kunnen worden verwezen naar een andere rechtbank, in beginsel naar de rechtbank Oost-Brabant.”

1.4.

De rechtbank overweegt dat betrokkene de moeder is van een rechter van de rechtbank Limburg, locatie Roermond. Gelet hierop zal de rechtbank, op grond van het bepaalde in artikel 46b Wet RO, deze zaak niet behandelen en zal zij deze zaak verwijzen naar de rechtbank Oost-Brabant, afdeling Familie en Jeugd (onderdeel Wvggz/Wzd). De griffier van die rechtbank zal partijen informeren over het verdere verloop van de procedure.

2 De beslissing

De rechtbank:

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt ter verdere behandeling naar de rechtbank Oost-Brabant.

Deze beschikking is afgegeven op 21 oktober 2025 door mr. E.C.M. Minkenberg, rechter, bijgestaan door K.J.C. Hermans, griffier

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.