Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 5 februari 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:1104Zaaknummer 11349950 \ CV EXPL 24-5169

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
17 februari 2025
Zaaknummer
11349950 \ CV EXPL 24-5169
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; bedrijfsruimte ontbinding/ontruiming

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de gehuurde bedrijfsruimte, staande en gelegen te [plaats] aan de [adres 2],

4.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

4.3.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 11.796,41, te vermeerderen met de handelsrente daarover vanaf 3 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,

4.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 2.664,90 voor elke ingegane maand met ingang van 1 oktober 2024 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

4.5.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.476,00,

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten en het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11349950 \ CV EXPL 24-5169

Vonnis van de kantonrechter van 5 februari 2025

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ONROEREND GOED LANDGRAAF B.V.,

gevestigd te Heerlen,

eisende partij, hierna ook te noemen OGL,

gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

[gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam],

wonend [adres 1],

[woonplaats],

gedaagde partij, hierna ook te noemen [gedaagde],

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het antwoord van gedaagde partij

- een brief zijdens OGL d.d. 8 januari 2025 met als bijlage een actueel rekening courant overzicht van de ontstane huurachterstand

- de mondelinge behandeling op 10 januari 2025 om 10:00 uur, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten en het geschil

2.1.

[gedaagde] huurt van OGL bedrijfsruimte te [plaats] aan de [adres 2], tegen een maandelijkse huurprijs van thans € 2.664,90.

2.2.

OGL stelt dat er een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan en vordert op die grond om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden, met veroordeling van gedaagde om binnen drie dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis het gehuurde, de bedrijfsruimte met aanhorigheden, staande en gelegen te [plaats], [adres 2], te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en met al het zijne/hare en de zijnen/haren onder afgifte der sleutels ter vrije en algehele beschikking van eiser(es) te stellen,

voorts bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om aan eiser(es) tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

  • de terzake voorschreven verschuldigde som van € 11.796,41, te vermeerderen met de handelsrente te rekenen vanaf heden tot de dag der algehele voldoening.
  • de som van € 2.664,90 per maand zijnde de huur c.q. gebruiksvergoeding voor iedere maand behoudens huurverhogingen, die vanaf 1 oktober 2024 tot het tijdstip van de ontruiming mocht verstrijken of zijn ingegaan, een ingegane maand daarbij gerekend voor een hele maand, met veroordeling van de gedaagde in de kosten van de procedure.
2.3.

[gedaagde] betwist in zijn e-mail van 8 oktober 2024 de hoogte van de achterstand.

3 De beoordeling

3.1.

Hoewel correct opgeroepen is gedaagde partij - zonder enig bericht - niet bij de mondelinge behandeling verschenen. Dat dient in het nadeel van [gedaagde] te worden uitgelegd. Verhuurder OGL verwijst tijdens de mondelinge behandeling naar het door haar eerder in de procedure gebrachte actuele overzicht rekening courant met betrekking tot de ontstane huurachterstand. Door de afwezigheid van [gedaagde] kan de kantonrechter hem niet confronteren met dit overzicht, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. De vordering aan huurachterstand wordt dan ook toegewezen.

3.2.

Deze ontstane achterstand rechtvaardigt eveneens de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

3.3.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 140,00
  • griffierecht € 524,00
  • salaris gemachtigde € 812,00

totaal € ‭1.476‬,00‬‬

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de gehuurde bedrijfsruimte, staande en gelegen te [plaats] aan de [adres 2],

4.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

4.3.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 11.796,41, te vermeerderen met de handelsrente daarover vanaf 3 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,

4.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 2.664,90 voor elke ingegane maand met ingang van 1 oktober 2024 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

4.5.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.476,00,

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.