Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 29 januari 2025

ECLI:NL:RBLIM:2025:1082Zaaknummer 11254391 \ CV EXPL 24-4023

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
11254391 \ CV EXPL 24-4023
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] de woonruimte, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats], binnen twee weken na betekening van dit vonnis met al het zijne en de zijnen te verlaten, te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Wonen Limburg te stellen,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan Wonen Limburg te betalen:

  • € 3.688,10, bestaande uit € 3.212,80 aan huurachterstand tot en met juli 2024 en € 475,30 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 30 juli 2024 tot de dag van volledige betaling,
  • € 534,67 per maand, een ingegane maand gerekend voor een hele maand, aan huur of gebruiksvergoeding vanaf 1 augustus 2024 tot aan de ontruiming,
4.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van Wonen Limburg worden begroot op € 1.227,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.

CJ

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11254391 \ CV EXPL 24-4023

Vonnis van 29 januari 2025

in de zaak van

STICHTING WONEN LIMBURG,

gevestigd te Roermond,

eisende partij,

hierna te noemen: Wonen Limburg,

gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de schriftelijke weergave van het mondeling antwoord- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald

- de mondelinge behandeling van 20 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[gedaagde] heeft met Wonen Limburg op 12 oktober 2023 een schriftelijke huurovereenkomst gesloten op grond waarvan hij per gelijke datum van Wonen Limburg huurt de woonruimte staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats], tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van laatstelijk € 534,67 per maand (productie 2 dagvaarding).

2.2.

Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert Wonen Limburg bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ontbinding van de huurovereenkomst, veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.688,10, bestaande uit

€ 3.212,80 aan huurachterstand tot en met juli 2024 en € 475,30 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente, de gebruiksvergoeding vanaf 1 augustus 2024 tot aan de dag van de ontruiming, alsmede betaling van de proceskosten.

2.3.

[gedaagde] voert verweer.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

[gedaagde] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.

3.2.

[gedaagde] heeft de gevorderde huurachterstand erkend, zodat dit deel van de vordering voor toewijzing gereed ligt. De achterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, met dien verstande dat de ontruimingstermijn zal worden bepaald op twee weken na betekening van dit vonnis. De huur resp. gebruikersvergoeding over de periode vanaf 1 augustus 2024 tot de uiteindelijke ontruiming kan eveneens worden toegewezen, tot vandaag op grond van de huurovereenkomst en hierna op grond van artikel 7:225 BW.

3.3.

Wonen Limburg maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. De door (de gemachtigde van) Wonen Limburg aan [gedaagde] verstuurde aanmaning voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal dan ook worden toegewezen.

3.4.

De door het enkele betalingsverzuim verschuldigde wettelijke rente ligt eveneens voor toewijzing gereed.

3.5.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wonen Limburg worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€136,72
- griffierecht€496,00
- salaris gemachtigde€476,00(2,00 punten × € 238,00)
- nakosten€119,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.227,72

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] de woonruimte, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats], binnen twee weken na betekening van dit vonnis met al het zijne en de zijnen te verlaten, te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Wonen Limburg te stellen,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan Wonen Limburg te betalen:

  • € 3.688,10, bestaande uit € 3.212,80 aan huurachterstand tot en met juli 2024 en € 475,30 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 30 juli 2024 tot de dag van volledige betaling,
  • € 534,67 per maand, een ingegane maand gerekend voor een hele maand, aan huur of gebruiksvergoeding vanaf 1 augustus 2024 tot aan de ontruiming,
4.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van Wonen Limburg worden begroot op € 1.227,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.

CJ

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.