Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 13 november 2024

ECLI:NL:RBLIM:2024:8285Zaaknummer 11118142 \ CV EXPL 24-2657

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
4 december 2024
Zaaknummer
11118142 \ CV EXPL 24-2657
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; achterstallige huur

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt te betalen een bedrag van € 679,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 24 april 2024, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 802,88, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op

13 november 2024.

VC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11118142 \ CV EXPL 24-2657

Vonnis van 13 november 2024

in de zaak van

STICHTING WOONPUNT,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

hierna te noemen: Woonpunt,

gemachtigde: Flanderijn,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord- de conclusie van repliek- [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt sinds 15 december 2020 van Woonpunt de woning aan de [adres] te [woonplaats]. De huurprijs bedraagt ten tijde van de dagvaarding € 595,70 per maand en dient bij vooruitbetaling te worden voldaan.

2.2.

Op de huurovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden 2016 van Woonpunt van toepassing. Hierin is in artikel 14.2 het volgende opgenomen:

“Indien één van de partijen een uit hoofde van de overeenkomst of uit andere hoofde overeengekomen verschuldigd bedrag niet volledig en stipt op de vervaldag voldoet, dan verkeert deze partij direct vanaf de vervaldatum in verzuim en is deze partij vanaf die dag de wettelijke rente verschuldigd.

Daarnaast is de partij die in verzuim verkeert en die een natuurlijk persoon is, niet handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf, een vergoeding verschuldigd voor de redelijke incassokosten, zulks met in acht nemen van artikel 6:96, leden 2 tot en met 6 van het Burgerlijk Wetboek. De hoogte van de verschuldigde incassokosten wordt berekend conform artikel 2 van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, waarbij tenminste het aldaar opgenomen minimumbedrag van € 40,- verschuldigd zal zijn.

(…)”

2.3.

In de betaling van de huur is een achterstand ontstaan.

3 Het geschil

3.1.

Woonpunt vordert na vermindering van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de achterstallige huur van € 679,56, betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 124,50 inclusief btw en de wettelijke rente over de achterstand vanaf de datum van de dagvaarding (24 april 2024), met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. [gedaagde] is volgens Woonpunt in gebreke met betaling van de huur.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. Zij erkent dat de huur van september 2022 nog open staat, maar voert aan dat Woonpunt niet bereid is om een betalingsregeling te treffen. [gedaagde] is financieel niet in staat om de achterstand in een keer te voldoen.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij conclusie van repliek heeft Woonpunt haar eis verminderd naar € 679,56. Nu [gedaagde] heeft erkend dat de huur van september 2022 nog open staat en de vordering van Woonpunt van € 679,56 lager is dan de huurprijs van september 2022 (€ 699,08), is de hoofdsom van € 679,56 toewijsbaar. Het staat partijen vrij om hierover met elkaar een betalingsregeling te treffen, maar de kantonrechter heeft hier geen rol in.

4.2.

[gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente vanaf datum dagvaarding (24 april 2024), zodat deze zal worden toegewezen.

4.3.

Woonpunt vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 14.2 een beding bevatten op grond waarvan Woonpunt aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. De tekst van het beding sluit niet uit dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst dwingend voorschrijft dat de incassokosten pas na het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van [gedaagde]. Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.

4.4.

[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonpunt worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€137,38
- griffierecht€328,00
- salaris gemachtigde€270,00(2 punten × € 135,00)
- nakosten€67,50(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€802,88

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Woonpunt te betalen een bedrag van € 679,56, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 24 april 2024, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 802,88, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op

13 november 2024.

VC

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.