Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 14 februari 2024

ECLI:NL:RBLIM:2024:740Zaaknummer 10816142 CV EXPL 23-5217

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
27 februari 2024
Zaaknummer
10816142 CV EXPL 23-5217
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzing naar handel ivm vordering onbepaalde waarde

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de civiele rolzitting voor de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht van woensdag 28 februari 2024 voor stellen advocaat,

3.2.

wijst partijen erop dat zij na verwijzing dienen te procederen bij advocaat,

3.3.

wijst eisende partij erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,

3.4.

wijst gedaagde partij erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.[_25289fcd-b247-4004-8a3e-75b73c0190e8]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: 10816142 CV EXPL 23-5217

Vonnis van de kantonrechter van 14 februari 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BULLIONGROUP B.V., tevens handelend onder de naam Holland Gold en Goudstandaard,

gevestigd en kantoorhoudend te Alkmaar,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.W.J.M. te Pas,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DYNAGROUP B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Nuth,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. A.J.J. Gunst.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de rolbeslissing van 27 december 2023
  • de akte van uitlating aan de zijde van beide partijen, genomen op de rol van 10 januari 2024.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij rolbeschikking van 27 december 2023 heeft de kantonrechter partijen in staat gesteld zich uit te laten over de vraag welke rechter van deze rechtbank dit geschil moet behandelen.

2.2.

Eisende partij stelt dat haar vordering van onbepaalde waarde is. Het feit dat er een dwangsom is gevorderd van € 50.000,00 maakt niet de rechtbank bevoegd.

2.3.

Gedaagde partij stelt dat een dwangsom geen rol speelt bij bepaling van de absolute bevoegdheid en zij is van mening dat de kantonrechter zich bevoegd kan achten nu slechts een dwangsom en een proceskostenveroordeling is gevorderd.

2.4.

De vorderingen betreffen vorderingen om iets te doen of te laten en zijn niet op geld waardeerbaar. Zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, zoals de onderhavige, worden alleen door de kantonrechter behandeld indien duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Dat is hier niet het geval nu de vorderingen niet in geld kunnen worden uitgedrukt. De kantonrechter is dus niet bevoegd van de vorderingen kennis te nemen.

2.5.

De kantonrechter zal dan ook de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht.

2.6.

Wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de civiele rolzitting voor de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht van woensdag 28 februari 2024 voor stellen advocaat,

3.2.

wijst partijen erop dat zij na verwijzing dienen te procederen bij advocaat,

3.3.

wijst eisende partij erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,

3.4.

wijst gedaagde partij erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.[_25289fcd-b247-4004-8a3e-75b73c0190e8]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.