Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 24 juli 2024

ECLI:NL:RBLIM:2024:4916Zaaknummer 10937758 \ CV EXPL 24-884

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
31 juli 2024
Zaaknummer
10937758 \ CV EXPL 24-884
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst koop en ruil consumentenkoop.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 38,59, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 januari 2024, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 303,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024.

type: JEC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10937758 \ CV EXPL 24-884

Vonnis van 24 juli 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Gouda,

eisende partij,

hierna te noemen: Billink,

gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,

tegen

[gedaagde],

wonende op een geheim adres in de gemeente [gemeente],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 april 2024

- de aantekening van de griffier op de rol van 22 mei 2024 dat [gedaagde] niet heeft gereageerd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter:

- overwogen voornemens te zijn de betalingsverplichting van [gedaagde] met 25% te verminderen

- [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over de voorgenomen vernietiging uit

te laten, waarna Billink in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen.

2.2.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen van hetgeen in het tussenvonnis is overwogen. [gedaagde] heeft niet gereageerd.

2.3.

Op grond van voorgaande overwegingen zal een bedrag van € 38,59 aan gesanctioneerde hoofdsom worden toegewezen.

Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten

2.4.

De gevorderde vervallen wettelijke rente vanaf de verzuimdatum tot 30 januari 2024 (-= datum van dagvaarding) ten bedrage van € 2,91 is niet toewijsbaar aangezien deze over een te hoog bedrag is berekend.

2.5.

De wettelijke rente over de gesanctioneerde hoofdsom zal worden toegewezen vanaf 30 januari 2024 (= de datum van dagvaarding).

2.6.

Billink vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. Het verzuim is op of na 1 juli 2012 ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten (artikel 6:96 leden 5 en 6 BW). Billink heeft aan [gedaagde] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde]. Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW (Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 wordt daarom afgewezen.

Conclusie

2.7.

Uit het voorgaande volgt dat in totaal een bedrag van € 38,59, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 30 januari 2024 tot de dag van volledige betaling, wordt toegewezen.

Proceskosten

2.8.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Billink worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€113,54
- griffierecht€130,00
- salaris gemachtigde€40,00(1,00 punten × € 40,00)
- nakosten€20,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€303,54

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen een bedrag van € 38,59, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 januari 2024, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 303,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024.

type: JEC

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.