Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 6 maart 2024

ECLI:NL:RBLIM:2024:1132Zaaknummer 10847745 \ CV EXPL 23-5617

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
6 maart 2024
Publicatiedatum
18 maart 2024
Zaaknummer
10847745 \ CV EXPL 23-5617
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

weigert het gevraagde verstek en verstaat dat de instantie is geëindigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.

RJ

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil en de beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10847745 \ CV EXPL 23-5617

Vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BASIC-FIT NEDERLAND B.V., H.O.D.N. BASIC-FIT MAASTRICHT GEUSSELT,

te Hoofddorp,

eisende partij,

hierna te noemen: Basic-Fit,

gemachtigde: Snijder Incasso en Gerechtsdw. Beverwijk,

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de (kopie van de) dagvaarding van 11 december 2023,

- de brieven van 20 december 2023, 24 januari 2024 en 8 februari 2024 aan eisende partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

Bij dagvaarding van 11 december 2023 is gedaagde opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting van deze rechtbank, kamer voor kantonzaken, op 20 december 2023.

2.2.

Gedaagde is niet ter terechtzitting verschenen.

2.3.

De kantonrechter heeft eiseres bij brieven van 20 december 2023 en 24 januari 2024 in de gelegenheid gesteld om op de rolzitting van 10 januari 2024 en 7 februari 2024 het geconstateerde verzuim, namelijk het ontbreken van een originele dagvaarding, te herstellen. Eiseres heeft de originele dagvaarding niet overgelegd.

2.4.

Op grond van artikel 125 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is het geding aanhangig vanaf de dag der dagvaarding. Artikel 125 lid 2 Rv bepaalt dat het exploot van dagvaarding door eiser ter griffie wordt ingediend uiterlijk op de laatste dag waarop de griffie is geopend, voorafgaande aan de in de dagvaarding vermelde roldatum. De aanhangigheid van het geding vervalt, zo is bepaald in artikel 125 lid 4 Rv, indien het exploot van dagvaarding niet uiterlijk op het in het tweede lid vermelde tijdstip ter griffie is ingediend, tenzij binnen twee weken na de in de dagvaarding genoemde roldatum een herstelexploot is uitgebracht.

2.5.

Eiseres heeft geen herstelexploot uitgebracht, zodat het gevraagde verstek moet worden geweigerd.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

weigert het gevraagde verstek en verstaat dat de instantie is geëindigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.

RJ

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.