Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 8 maart 2024

ECLI:NL:RBLIM:2024:1095Zaaknummer C/03/328226 HA RK 24-48

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
8 maart 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
C/03/328226 HA RK 24-48
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking is niet mogelijk nadat de zaak is beëindigd – niet ontvankelijk

3 De beslissing

De wrakingskamer:

- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.J.A.G. van Baal en

mr. H.E.G. Peters, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.[_580f7244-edd6-4862-8cac-70ab359481eb]

De griffier is verhinderd deze beslissing mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2.De beoordeling
  3. 3 De beslissing

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht, wrakingskamer

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/328226/ HA RK 24/48

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

op het verzoek van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

dat strekt tot wraking van mr. A.P.A. Bisscheroux, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1 De procedure

Op 29 februari 2024 heeft ter zitting van deze rechtbank de mondelinge behandeling plaatsgevonden van de zaak van [naam bv] als eisende partij tegen

[verzoeker] als gedaagde partij in de zaak met nummer 10748267 CV EXPLO 23-4399.

Van deze zitting is een proces verbaal opgemaakt, ondertekend door beide partijen.

Op 1 maart 2024 is ter griffie een bericht ontvangen van verzoeker, inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 10748267 CV EXPLO 23-4399.

Op 4 maart 2024 is ter griffie een aanvulling en verbetering van het verzoek ontvangen van verzoeker.

2.De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Wraking is echter niet mogelijk nadat een zaak is beëindigd (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, 271). Volgens het proces verbaal van de zitting is de zaak ter zitting op 29 februari 2024 na een minnelijke schikking tot een einde gekomen. Het middel wraking staat verzoeker dus niet meer ter beschikking. Om die reden kan hij niet in zijn verzoek worden ontvangen.

Gelet op het bepaalde in artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg zal de wrakingskamer dit beslissen zonder behandeling ter zitting.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.J.A.G. van Baal en

mr. H.E.G. Peters, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.[_580f7244-edd6-4862-8cac-70ab359481eb]

De griffier is verhinderd deze beslissing mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.