Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 20 december 2023

ECLI:NL:RBLIM:2023:7495Zaaknummer 10757590 \ CV EXPL 23-4506

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
29 december 2023
Zaaknummer
10757590 \ CV EXPL 23-4506
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres],

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 1.730,32 (bestaande uit een bedrag van € 1.586,87 aan huurachterstand tot en met september 2023 en een bedrag van € 143,45 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 393,20, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zal zijn toegelaten, voor elke ingegane maand met ingang van 1 oktober 2023 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 892,85‬,

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10757590 \ CV EXPL 23-4506

Vonnis van de kantonrechter van 20 december 2023

in de zaak van:

STICHTING KRIJTLAND WONEN,

gevestigd te Vaals,

eisende partij,

gemachtigde Haenen Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

[gedaagde],

wonend [adres],

[woonplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het (mondeling) antwoord van gedaagde partij

- de mondelinge behandeling op 14 december 2023.

1.2.

Gedaagde partij is zonder bericht niet verschenen bij de mondelinge behandeling.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. Bij de mondelinge behandeling, waarbij gedaagde partij niet is verschenen, kwam naar voren dat de huurachterstand inmiddels verder is opgelopen. Een getroffen betalingsregeling wordt niet nagekomen. Gedaagde partij blijft onbereikbaar voor eisende partij. De ontstane huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

2.2.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 129,85
  • griffierecht € 365,00
  • salaris gemachtigde € 398,00

totaal € ‭892,85‬‬‬

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres],

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 1.730,32 (bestaande uit een bedrag van € 1.586,87 aan huurachterstand tot en met september 2023 en een bedrag van € 143,45 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 393,20, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zal zijn toegelaten, voor elke ingegane maand met ingang van 1 oktober 2023 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 892,85‬,

3.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.