Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 29 november 2023

ECLI:NL:RBLIM:2023:7058Zaaknummer 10721218 \ CV EXPL 23-4154

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29 november 2023
Publicatiedatum
6 december 2023
Zaaknummer
10721218 \ CV EXPL 23-4154
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht; dekking

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.198,11, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 11 september 2023 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 583,86,

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10721218 \ CV EXPL 23-4154

Vonnis van de kantonrechter van 29 november 2023

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Tilburg,

eisende partij,

gemachtigde GGN Mastering Credit B.V.,

tegen:

[gedaagde],

wonende op een geheim adres in de [woonplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Eisende partij vordert, samengevat, de veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 1.427,87, vermeerderd met rente en kosten.

2.2.

Ter onderbouwing van haar vordering voert eisende partij (samengevat) het volgende aan.

Eisende partij heeft op grond van een met gedaagde partij gesloten zorgverzekeringsovereenkomst bedragen bij gedaagde partij in rekening gebracht. De totale achterstand bedraagt volgens eisende partij € 1.629,89. Daarnaast is gedaagde partij aan haar de wettelijke rente verschuldigd. Eisende partij berekent de wettelijke rente tot 11 september 2023 (= datum van dagvaarding) op € 50,04. Voorts stelt zij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 179,72 voor buitengerechtelijke kosten verschuldigd is. Op de vordering kan nog een bedrag van € 431,78 aan deelbetalingen c.q. verrekeningen in mindering strekken.

2.3.

Gedaagde partij weerspreekt de vordering niet. Zij wil graag een betalingsregeling en zal hiervoor contact opnemen met de deurwaarder.

3 De beoordeling

3.1.

Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.

Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).

3.2.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.

3.3.

Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering ten aanzien van de hoofdsom dient daarom te worden toegewezen.

3.4.

Eisende partij stelt dat in deze zaak voor het eigen risico, de eigen bijdragen en de overige vorderingen een verzuimtermijn geldt van veertien dagen na factuurdatum. Onduidelijk is gebleven waar deze termijn op gebaseerd is. Eisende partij heeft weliswaar facturen overgelegd, doch hierop zijn geen verzuimdatum c.q. -termijn vermeld. Evenmin heeft eisende partij gesteld dat deze termijn met gedaagde partij overeengekomen is. Op grond van deze overwegingen is de wettelijke rente tot de dag van dagvaarding niet toewijsbaar, want niet is komen vast te staan dat gedaagde partij tot die data in verzuim verkeerde. Wel zal de wettelijke rente over de hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.

3.5.

Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke datum gedaagde partij in verzuim is. Eisende partij stelt dat ten aanzien van de eigen bijdrage, het eigen risico en de overige vorderingen een verzuimtermijn van veertien dagen na factuurdatum geldt. Zoals uit voorgaande blijkt, wordt er geen verzuimdatum c.q. -termijn vermeld op de overgelegde facturen. Om die reden kan niet worden vastgesteld dat de veertiendagenbrief is verstuurd nadat gedaagde partij in verzuim is geraakt, zodat de buitengerechtelijke incassokosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

3.6.

De conclusie van het voorgaande is dat een bedrag van € 1.198,11, bestaande uit:

- € 1.629,89 aan hoofdsom

- minus € 431,78 aan deelbetalingen c.q. verrekeningen,

te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 11 september 2023 (= datum van dagvaarding) tot de dag van volledige betaling, zal worden toegewezen.

3.1.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 129,86
  • griffierecht € 322,00
  • salaris gemachtigde € 132,00 (1 x tarief € 132,00)

totaal € 583,86

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.198,11, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 11 september 2023 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 583,86,

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.