Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 29 november 2023

ECLI:NL:RBLIM:2023:7051Zaaknummer 10666251 \ CV EXPL 23-3586

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29 november 2023
Publicatiedatum
6 december 2023
Zaaknummer
10666251 \ CV EXPL 23-3586
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht; dekking

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.978,49, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 augustus 2023 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van VGZ gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 974,48,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] als deze niet binnen twee weken na aanschrijving door VGZ volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 132,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, dit bedrag te vermeerderen met de hierover verschuldigd zijnde btw,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken

type: JEC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10666251 \ CV EXPL 23-3586

Vonnis van de kantonrechter van 29 november 2023

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen:

[gedaagde],

wonende [adres],

[woonplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna VGZ en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

VGZ vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van

€ 6.978,49, te vermeerderen met rente en kosten.

2.2.

Ter onderbouwing van haar vordering voert VGZ (samengevat) het volgende aan.

VGZ heeft op grond van een met [gedaagde] gesloten zorgverzekeringsovereenkomst bedragen bij [gedaagde] in rekening gebracht. De totale achterstand bedraagt volgens VGZ

€ 9.443,42. Daarnaast is [gedaagde] aan haar de wettelijke rente verschuldigd. VGZ berekent de wettelijke rente tot 4 augustus 2023 op € 837,42. Op de vordering kan nog een bedrag van € 3.302,35 aan deelbetalingen in mindering strekken.

2.3.

[gedaagde] erkent de vordering. Zij wil graag een betalingsregeling.

3 De beoordeling

3.1.

[gedaagde] is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.

Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).

3.2.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.

3.3.

Uit het antwoord van [gedaagde] is de kantonrechter gebleken dat de vordering ten aanzien van de hoofdsom niet althans onvoldoende wordt betwist, zodat deze voor toewijzing in aanmerking komt.

3.4.

[gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke rente van € 837,42, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen. Ook de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2023 kan worden toegewezen.

3.5.

De conclusie van het voorgaande is dat een bedrag van € 6.978,49, bestaande uit:

- € 9.443,42 aan hoofdsom

- € 837,42 aan vervallen wettelijke rente

- minus € 3.302,35 aan deelbetaling

zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.978,49 vanaf 4 augustus 2023 tot de dag van volledige betaling.

3.6.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van VGZ worden begroot op:

  • dagvaarding € 130,49
  • griffierecht € 514,00
  • salaris gemachtigde € 330,00 (1 x tarief € 330,00)

totaal € 974,48

3.7.

De gevorderde nakosten worden, met inachtneming van de richtlijnen van het LOVCK, toegewezen op de hierna in het dictum te vermelden wijze. De gevorderde btw over de nakosten zal, voor zover die nakosten zien op het salaris gemachtigde, worden afgewezen nu hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat.

3.8.

Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat voor het treffen van de door [gedaagde] gewenste betalingsregeling in het kader van deze procedure geen plaats is. [gedaagde] dient zich daartoe tot VGZ te wenden.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.978,49, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 augustus 2023 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van VGZ gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 974,48,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] als deze niet binnen twee weken na aanschrijving door VGZ volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 132,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, dit bedrag te vermeerderen met de hierover verschuldigd zijnde btw,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken

type: JEC

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.