Uitspraak · Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Limburg, 18 oktober 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:6173Zaaknummer 10535562 \ CV EXPL 23-2346
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2023
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2023
- Zaaknummer
- 10535562 \ CV EXPL 23-2346
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bijzondere overeenkomst; verbruikleen (geldlening); overige verbruikleen (geldlening)
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting wegens ter leen verstrekte gelden aan [eiseres] – zonder enig beroep op verrekening – te betalen een bedrag van € 4.000,00 in tien opeenvolgende maandelijkse termijnen van € 400,00, met ingang van de maand september 2023, telkens uiterlijk op de laatste dag van de maand, bij niet tijdige betaling van een termijn te vermeerderen met de wettelijke rente over die termijn vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand tot aan de dag der algehele voldoening,
verklaart voor recht dat partijen behoudens de uitvoering van het vonnis, derhalve uitvoering van de onder 5.1. vermelde veroordeling, in dezen niets meer van elkaar te vorderen hebben en over en weer finaal gekweten zijn,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart de onder 5.1. vermelde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10535562 \ CV EXPL 23-2346
Vonnis van 18 oktober 2023 – bij vervroeging
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. L.E.I.K. Jaminon,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. J.L.H. Holthuijsen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de akte wijziging eis van [eiseres]
- de conclusie van antwoord.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Gedurende de relatie heeft [eiseres] herhaaldelijk geld geleend aan [gedaagde].
3 Het geschil
[eiseres] vordert na wijziging van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.000,00, te betalen in termijnen, en een verklaring voor recht dat partijen verder niets meer van elkaar te vorderen hebben, onder compensatie van kosten.
[gedaagde] erkent dat hij het gevorderde bedrag schuldig is aan [eiseres].
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
[eiseres] stelt uit hoofde van geldlening een vordering op [gedaagde] te hebben. Partijen hebben overeenstemming bereikt over het door [gedaagde] terug te betalen bedrag en de manier waarop de terugbetaling zal plaatsvinden. De kantonrechter zal dienovereenkomstig beslissen.
De gevraagde verklaring voor recht zal worden gegeven als hierna in het dictum vermeld.
De proceskosten zullen tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting wegens ter leen verstrekte gelden aan [eiseres] – zonder enig beroep op verrekening – te betalen een bedrag van € 4.000,00 in tien opeenvolgende maandelijkse termijnen van € 400,00, met ingang van de maand september 2023, telkens uiterlijk op de laatste dag van de maand, bij niet tijdige betaling van een termijn te vermeerderen met de wettelijke rente over die termijn vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand tot aan de dag der algehele voldoening,
verklaart voor recht dat partijen behoudens de uitvoering van het vonnis, derhalve uitvoering van de onder 5.1. vermelde veroordeling, in dezen niets meer van elkaar te vorderen hebben en over en weer finaal gekweten zijn,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart de onder 5.1. vermelde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2023.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.