Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Limburg, 30 mei 2023

ECLI:NL:RBLIM:2023:4854Zaaknummer 03.160550.22 OWV

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30 mei 2023
Publicatiedatum
17 augustus 2023
Zaaknummer
03.160550.22 OWV
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontneming na hennepteelt. Niet-ontvankelijkheid OM n.a.v. vrijspraak in strafzaak.

De rechtbank:

- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze uitspraak is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en

mr. L. Bastiaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 mei 2023.

Buiten staat

Mr. J.M.E. Kessels is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Onderzoek van de zaak
  2. 2 De vordering van de officier van justitie
  3. 3 Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03.160550.22 OWV

Tegenspraak

Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 30 mei 2023 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

wonende te [adres],

hierna te noemen [verdachte].

[verdachte] wordt bijgestaan door mr. Th. Boumans, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 mei 2023. [verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03.160550.22. Op 30 mei 2023 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

2 De vordering van de officier van justitie

De vordering van het Openbaar Ministerie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op

€ 102.634,-.

3 Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op vordering van het Openbaar Ministerie aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aan de vordering ligt ten grondslag dat [verdachte] voordeel zou hebben genoten uit hennepteelt in de woning aan de [adres].

Bij voormeld vonnis van 30 mei 2023 is [verdachte] vrijgesproken van dit feit en dus van het aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggende feit. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

4 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze uitspraak is gewezen door mr. G.H. Hermanides, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en

mr. L. Bastiaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 mei 2023.

Buiten staat

Mr. J.M.E. Kessels is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.