Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 26 april 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:2797Zaaknummer 9989828 \ CV EXPL 22-3104
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 26 april 2023
- Publicatiedatum
- 5 juni 2026
- Zaaknummer
- 9989828 \ CV EXPL 22-3104
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Uitleg werkingssfeerbepaling Verplichtstellingsbesluit MITT. Het bedrukken en borduren van bedrijfslogo’s op bedrijfskleding dient aangemerkt te worden als het bewerken van textiel in de zin van het verplichtstellingsbesluit. Werkgever valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in het Fonds MITT.
5 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de aan de zijde van het Fonds MITT gerezen proceskosten, welke tot op heden worden begroot op € 398,00,
verklaart de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
verklaart voor recht dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vanaf 1 januari 2012 valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in het Fonds MITT, zodat zij vanaf die datum aan de nalevingsplicht van artikel 4 Wet Bpf 2000 moet voldoen,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om binnen veertien dagen na datum van dit vonnis aan het Fonds MITT elektronisch de gegevens te verstrekken via de website https://portal.mijnpensioenadministratie.nl/mitt/inloggen/ (op de wijze als omschreven in de Handleiding voor werkgevers welke is gepubliceerd op de website https://www.pensioenfondsmitt.nl) van de werknemers die vanaf 1 januari 2012 in dienst zijn (geweest) bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarmee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft tot een maximum van € 50.000,00,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de aan de zijde van het Fonds MITT gerezen proceskosten, welke tot op heden worden begroot op € 398,00,
verklaart de veroordelingen onder 5.5 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
26 april 2023.
CJ
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 9989828 \ CV EXPL 22-3104
Vonnis van 26 april 2023
in de zaak van
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .,
te [vestigingsplaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie],
gemachtigde: mr. R.A. Moonen,
tegen
BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS MODE-, INTERIEUR-, TAPIJT- EN TEXTIELINDUSTRIE,
te Heerlen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: het Fonds MITT,
gemachtigde: prof. dr. E. Lutjens.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie - de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie - de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie - de conclusie van dupliek in reconventie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
in conventie en in reconventie
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is een groothandel in schoonmaak- en hygiëneartikelen. Daarnaast biedt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar klanten de mogelijkheid om bedrijfskleding te (laten) voorzien van bedrijfslogo’s.
Het Fonds MITT is een bedrijfstakpensioenfonds in de zin van de Wet Verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf), waarin deelneming verplicht is voor in de bewuste bedrijfstak werkzame ondernemingen en hun werknemers.
Het verplichtstellingsbesluit bepaalt welke werkgevers en werknemers verplicht zijn deel te nemen aan de pensioenregeling van het Fonds MITT. Indien een verplichtstellingsbesluit van toepassing is op een werkgever moet deze werkgever de statuten, reglementen en besluiten van het verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds naleven (art. 4 Wet Bpf 2000, nalevingsplicht).
In het verplichtstellingsbesluit staat voor zover relevant:
(…) De deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie is verplicht gesteld voor de werknemers van 21 tot de pensioenrichtleeftijd als bedoeld in artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 die werkzaam zijn bij een werkgever in de Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie, alsmede voor werknemers in genoemde bedrijfstak die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, ter verzekering van het partnerpensioen. (…)
De werkgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die in zijn in Nederland gevestigde onderneming of afdeling(en) van zijn onderneming het Mode-, Interieur-, Tapijt- of Textielindustriebedrijf of het Linnenverhuur- en wasserijbedrijf of het Textielreinigingsbedrijf uitoefent. (…)
Onder Mode- en Interieurindustrie moet worden verstaan: het vervaardigen en/of doen vervaardigen en/of het ver- en/of bewerken dan wel doen ver- en/of bewerken van kleding en/of kledingaccessoires en/of andere textielstukgoederen of hetgeen ter vervanging daarvan dient, zoals: gerubberd doek, plastic, leder, bont en dergelijke, tot een ge- of verbruiksvoorwerp dan wel halffabrikaten daarvan, met inbegrip van in Nederland gevestigde gordijnenatelier (…)
Van vervaardigen en/of doen vervaardigen en/of ver- en/of bewerken dan wel doen ver- en/of bewerken is sprake als een onderneming één of meer van de fasen van de voortbrengingscyclus (van ontwerp tot en met verzendklaar maken) van kleding en/of kledingaccessoires en/of andere textielstukgoederen verricht en/of in zijn opdracht door derden laat verrichten. (…)
Bij brief van 7 juni 2018 heeft het Fonds MITT aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] meegedeeld dat zij met ingang van 1 januari 2012 onder de werkingssfeer van het Fonds MITT valt.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft bij brief van 17 september 2018 bezwaar gemaakt tegen haar aansluiting bij het Fonds MITT.
Bij brief van 15 januari 2019 heeft het Fonds MITT aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] meegedeeld dat haar standpunt gehandhaafd blijft en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gezien haar bedrijfsactiviteiten onder de verplichtstelling van het Fonds MITT valt en verplicht aangesloten dient te zijn. Indien [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het daarmee niet eens is, kan zij het geschil voorleggen aan de kantonrechter.
3 Het geschil
in conventie
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- primair dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet onder de werkingssfeer van het Fonds MITT valt,
- subsidiair, voor zover de verklaring onder 1. niet wordt afgegeven, [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet gehouden is om deel te nemen in het Fonds MITT,
- meer subsidiair [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] pas te verplichten deel te nemen vanaf 2017 en slechts voor de werknemers die zich met de betreffende activiteiten bezighouden en dat het Fonds MITT aldus geen pensioenpremies op [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kan verhalen over de periode voorafgaand aan 2017, omdat de bedrijfsactiviteiten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] destijds niet onder de werkingssfeer van het Fonds MITT vielen,
- veroordeling van het Fonds MITT in de proceskosten.
Het Fonds MITT voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
Het Fonds MITT vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
- te verklaren voor recht dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vanaf 1 januari 2012 onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in het Fonds MITT valt, zodat zij vanaf die datum aan de nalevingsplicht van artikel 4 Wet Bpf 2000 moet voldoen,
- veroordeling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om binnen veertien dagen na de datum van het vonnis elektronisch de gegevens te verstrekken aan het Fonds MITT via de website https://portal.mijnpensioenadministratie.nl/mitt/inloggen/ (op de wijze als omschreven in de Handleiding voor werkgevers welke is gepubliceerd op de website https://www.pensioenfondsmitt.nl/) van de werknemers die vanaf 1 januari 2012 in dienst zijn (geweest) bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geheel of gedeeltelijk daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 50.000,00,
- veroordeling van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de proceskosten en nakosten.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
in conventie
Tussen partijen is in geschil of [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder het toepassingsbereik van het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in het Fonds MITT valt, zoals het Fonds MITT stelt en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betwist.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat zij een groothandel in onder meer schoonmaakartikelen exploiteert en niet een bedrijf in de Mode-of Textielindustrie. Het borduren van bedrijfslogo’s op kleding omvat slechts een klein deel van haar omzet.
Voor de uitleg van een bepaling in een verplichtstellingsbesluit geldt volgens vaste rechtspraak dat in beginsel de bewoordingen daarvan en eventueel van de daarbij behorende schriftelijke toelichting, gelezen in het licht van de gehele tekst van de verplichtstellingsbesluiten, van doorslaggevende betekenis zijn (de zogenoemde cao-norm). Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de verplichtstellingsbesluiten en de toelichting zijn gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de verplichtstellingsbesluiten gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden.
Het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in het geding gebrachte taalkundig advies van professor [naam] verbonden aan de Stichting Instituut voor de Nederlandse Taal, kan niet als een objectief aanknopingspunt worden gezien nu hier niet de cao-norm is gehanteerd, zodat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich daarop niet kan beroepen.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een onderneming uitoefent die valt onder de in het besluit opgenomen definities. Het (doen) bedrukken en borduren van bedrijfslogo’s op bedrijfskleding zijn activiteiten die vallen onder de definitie die het verplichtstellingsbesluit geeft van de Mode- en Interieurindustrie. Het bedrukken en borduren van bedrijfslogo’s op bedrijfskleding dient immers aangemerkt te worden als het bewerken van textiel in de zin van het verplichtstellingsbesluit. Dat in een ander verplichtstellingsbesluit, te weten Bpf Meubel, mogelijk een andere invulling is gegeven aan het begrip bewerken, is niet relevant voor de uitleg van het verplichtstellingsbesluit van het Fonds MITT.
In het verplichtstellingsbesluit is niet de voorwaarde gesteld dat de bedrijfsactiviteiten een bepaalde omvang moeten hebben voordat er sprake is van verplichte deelneming. Voor de verplichtstelling van MITT geldt aldus geen hoofdzaakcriterium. In welke mate de activiteiten (in casu het borduren van een logo) worden verricht en bijdragen aan de omzet, doet er dus niet toe. Nu er geen hoofdzaakcriterium geldt hoeft de aard van de activiteiten evenmin gewaardeerd te worden. Het vorenstaande brengt mee dat een werkgever onder de verplichtstelling valt zodra hij activiteiten verricht waarop de werkingssfeer betrekking heeft. De verplichtstelling is ook van toepassing indien de werkgever de activiteiten niet zelf verricht maar door derden (in zijn opdracht) laat verrichten.
Voor de vraag of een werkgever onder de werkingssfeer valt, is niet van belang of de werknemers zich feitelijk bezighouden met het bedrukken of borduren. De verplichtstelling geldt immers voor “werknemers van 21 tot pensioenrichtleeftijd (…) die werkzaam zijn bij een werkgever in de Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie”. Het gaat erom of [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een werkgever is in de zin van het verplichtstellingsbesluit. De stelling en de meer subsidiaire vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat het slechts geldt voor de werknemers die zich met de betreffende activiteiten bezighouden kan dan ook geen standhouden.
Verder is voor de vraag of de bedrijfsactiviteiten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder de werkingssfeer vallen niet van belang dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] over een eigen pensioenregeling beschikt. De verplichtstelling leidt tot een wettelijke nalevingsplicht. Het beschikken over een eigen pensioenregeling kan mogelijk - in geval van gelijkwaardigheid - tot een vrijstelling van de verplichte deelneming leiden. Nu dit buiten het bestek van deze procedure valt, laat de kantonrechter dit verder buiten beschouwing. Nog daargelaten dat een onderbouwing ontbreekt, doet niet ter zake of verplichte aansluiting voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] duurder is. Immers indien is vastgesteld dat de activiteiten onder de werkingssfeer vallen, vloeit gehoudenheid tot aansluiting voort uit de Wet Bpf 2000.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kan evenmin gevolgd worden in haar standpunt dat verplichte aansluiting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid tot een onaanvaardbare situatie en onaannemelijke rechtsgevolgen leidt. Volgens de Beleidsregels Toetsingskader Wet Bpf 2000 bepalen de sociale partners wat tot de bedrijfstak behoort waarvoor de verplichtstelling geldt. De sociale partners die de verplichtstelling hebben aangevraagd hebben er bewust voor gekozen dat de werkingssfeer alle werkgevers omvat die activiteiten verrichten zoals genoemd in het verplichtstellingsbesluit, ook als de werkgever die activiteiten niet ‘uitsluitend of in hoofdzaak’ verricht. Niet gebleken is dat de sociale partners de verplichtstelling niet zo mochten afbakenen dan wel de verplichtstelling anders hadden moeten invullen. De afbakening is duidelijk. Evenmin is gebleken dat het verplichtstellingsbesluit in strijd is met hogere regelgeving dan wel de inhoud een gebrek vertoont. Voor zover [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich niet kan verenigen met de door de sociale partners gemaakte afbakening, betreft dit geen gebrek. Het standpunt van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat er een ondergrens moet gelden om tot afbakening te komen, kan gelet op het vorenstaande geen standhouden.
Van misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW is sprake indien iemand, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot uitoefening van zijn bevoegdheid had kunnen komen. Door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zijn geen omstandigheden aangevoerd die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid.
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt met zich dat de primaire en (meer) subsidiaire vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in conventie dienen te worden afgewezen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten in conventie. De kosten aan de zijde van het Fonds MITT worden begroot op € 398,00 salaris gemachtigde
(2 punten x € 199,00).
in reconventie
Nu de kantonrechter van oordeel is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in het Fonds MITT valt, ligt de vordering in reconventie voor toewijzing gereed. De kantonrechter zal de door het Fonds MITT gehanteerde en gevorderde ingangsdatum van 1 januari 2012 toewijzen. Het standpunt van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat de borduurwerkzaamheden pas sinds 1 oktober 2017 - na de overname van de activiteiten van Promotional Industries - in eigen beheer verricht worden noch haar betwisting dat de betreffende borduurwerkzaamheden voordien in [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] plaatsvonden, kan niet tot een ander oordeel leiden. Hiervoor is reeds overwogen dat de verplichtstelling ook van toepassing is indien de werkgever de activiteiten niet zelf verricht maar door derden laat verrichten. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft niet de stelling ingenomen dat zij voor 2017 geen borduuractiviteiten door derden liet verrichten. Anders dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ziet de kantonrechter geen reden de vordering ter zake het aanleveren van de gegevens af te wijzen. Het Fonds MITT heeft aangevoerd dat het aanleveren van gegevens ook in geval van vrijstelling van belang is omdat mede op basis van die gegevens de gelijkwaardigheid getoetst dient te worden. Het enkele feit dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voornemens is in hoger beroep te gaan, vormt geen reden om de gegevens niet te verstrekken.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. De kosten aan de zijde van het Fonds MITT worden begroot op € 398,00 salaris gemachtigde (2 punten x € 199,00).
Een kostenveroordeling levert ook voor de nakosten een executoriale titel op. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarover omvat dus een veroordeling tot betaling van de nakosten en de wettelijke rente daarover, met dien verstande dat de wettelijke rente over de nakosten die zijn verbonden aan noodzakelijke betekening van de uitspraak, is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. Daarin ziet de kantonrechter aanleiding de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling op te nemen.
5 De beslissing
De kantonrechter
in conventie
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de aan de zijde van het Fonds MITT gerezen proceskosten, welke tot op heden worden begroot op € 398,00,
verklaart de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
verklaart voor recht dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vanaf 1 januari 2012 valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling tot deelneming in het Fonds MITT, zodat zij vanaf die datum aan de nalevingsplicht van artikel 4 Wet Bpf 2000 moet voldoen,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om binnen veertien dagen na datum van dit vonnis aan het Fonds MITT elektronisch de gegevens te verstrekken via de website https://portal.mijnpensioenadministratie.nl/mitt/inloggen/ (op de wijze als omschreven in de Handleiding voor werkgevers welke is gepubliceerd op de website https://www.pensioenfondsmitt.nl) van de werknemers die vanaf 1 januari 2012 in dienst zijn (geweest) bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daarmee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft tot een maximum van € 50.000,00,
veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de aan de zijde van het Fonds MITT gerezen proceskosten, welke tot op heden worden begroot op € 398,00,
verklaart de veroordelingen onder 5.5 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op
26 april 2023.
CJ
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.