Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 30 maart 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:2257Zaaknummer C/03/315401 HA RK 23-47
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 30 maart 2023
- Publicatiedatum
- 5 april 2023
- Zaaknummer
- C/03/315401 HA RK 23-47
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Wraking
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wraking na einduitspraak – niet ontvankelijk
3 De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. H.E.G. Peters, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beslissing
RECHTBANK LIMBURG
Wrakingskamer
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/315401/ HA RK 23-47
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker], (hierna te noemen [verzoeker] ),
wonende te [woonplaats],
dat strekt tot wraking van mr. W.F.J. Aalderink, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.
1 De procedure
Op 13 maart 2023 is ter griffie per e-mail een bericht ontvangen van [verzoeker], inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaken met nummer 10337674 BM VERZ 23-683 en 10337752 MS VERZ 23-207. [verzoeker] was verzoeker in die zaken.
De rechter heeft op 14 maart 2023 de wrakingskamer bericht niet in het verzoek tot wraking te berusten en zij heeft de wrakingskamer op 29 maart 2023 een schriftelijke reactie doen toekomen.
2 De beoordeling
Ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Wraking is echter niet mogelijk nadat een zaak is beëindigd (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998, NJ 1999, 271). Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 8 maart 2023 heeft [verzoeker] zijn verzoeken met betrekking tot de bewindvoering en het mentorschap van zijn moeder ingetrokken. Dit betekent dat de zaak is beëindigd. Het middel van wraking staat [verzoeker] dus niet meer ter beschikking.
Om die reden kan hij niet in zijn verzoek tot wraking worden ontvangen.
Artikel 4, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg bepaalt dat de wrakingskamer in dat geval het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. H.E.G. Peters, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.