Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 4 mei 2022

ECLI:NL:RBLIM:2022:3496Zaaknummer 9672554 CV EXPL 22-623

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
4 mei 2022
Publicatiedatum
11 mei 2022
Zaaknummer
9672554 CV EXPL 22-623
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzing naar handel, vordering ex art 4:78 lid 1 BW, onbepaalde vordering

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de civiele rolzitting van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken in de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht van woensdag 18 mei 2022 voor stellen advocaat,

3.2.

wijst partijen erop dat zij na verwijzing dienen te procederen bij advocaat,

3.3.

wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,

3.4.

wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.[_843fa784-2a71-41f4-bc71-5afa545a1ab5]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: 9672554 CV EXPL 22-623

Vonnis van de kantonrechter bij vervroeging van 4 mei 2022

in de zaak van

[eiser] ,wonend aan de [adres 1], [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde mr. S.G.L. Bremen,

tegen

[gedaagde],

wonend aan de [adres 2], [woonplaats],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. W.G.M.M. van Montfort.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de rolbeslissing van 30 maart 2022
  • de akte uitlating bevoegdheid van beide partijen, genomen op de rol van 13 april 2022.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij rolbeschikking van 30 maart 2022 heeft de kantonrechter partijen in staat gesteld zich uit te laten over de vraag welke rechter van deze rechtbank dit geschil moet behandelen.

2.2.

De vordering van [eiser] is gebaseerd op art. 4:78 lid 1 BW en is van onbepaalde waarde.

2.3.

Beide partijen zijn het erover eens dat de zaak, gelet op de (hoogte van de) vordering niet bij de juiste rechter in behandeling is.

2.4.

De kantonrechter zal dan ook de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht.

2.5.

De kantonrechter wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de civiele rolzitting van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken in de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht van woensdag 18 mei 2022 voor stellen advocaat,

3.2.

wijst partijen erop dat zij na verwijzing dienen te procederen bij advocaat,

3.3.

wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,

3.4.

wijst [gedaagde] erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.[_843fa784-2a71-41f4-bc71-5afa545a1ab5]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.