Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Limburg, 13 april 2022

ECLI:NL:RBLIM:2022:2909Zaaknummer 9563644 CV 21-5971

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13 april 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
9563644 CV 21-5971
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van geleverde energie. Niet geprotesteerd en geen bewijs dat er energie van een andere leverancier werd betrokken.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 999,07, vermeerderd met de wettelijke rente over € 840,11 vanaf 15 november 2021 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 857,15,

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: PLG

coll:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 9563644 \ CV EXPL 21-5971

Vonnis van de kantonrechter van 13 april 2022

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INNOVA ENERGIE B.V.,

gevestigd te Delft,

eisende partij,

gemachtigde B.E.J. Caminada,

tegen:

[gedaagde],

wonend [adres],

[woonplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de conclusie van repliek.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 999,07, vermeerderd met de wettelijke rente over € 840,11 en de proceskosten.

2.2.

Gedaagde partij voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Eisende partij vordert betaling van het hiervoor in 2.1. genoemde bedrag. Ter onderbouwing van de vordering stelt eisende partij dat gedaagde partij via een tussenpersoon (Gaslicht.com) een overeenkomst heeft gesloten voor de levering van elektriciteit en gas. De online-aanvraag is per e-mail bevestigd aan het bij het bestelproces doorgegeven e-mailadres. Er is energie geleverd. Dit blijkt uit de eindnota maar ook uit het overzicht van het Centraal Aansluitingenregister (CAR-overzicht). Uit dit overzicht blijkt welke energieleveranciers aan gedaagde partij hebben geleverd en dat gedaagde partij is ingehuisd bij eisende partij per 12 september 2019. De overeenkomst is wegens wanbetaling beëindigd per 13 januari 2020.

3.2.

Gedaagde partij betwist met eisende partij een overeenkomst te hebben gesloten. Gedaagde partij kent het bedrijf niet en heeft daarom alle correspondentie in de prullenbak gegooid. Verder geeft gedaagde partij aan vaak te worden gebeld door allerlei maatschappijen en stelt zij zelf te zijn overgestapt van DGB Energie naar Emgie Nederland.

Tot slot geeft gedaagde partij aan dat zij een schuld heeft van ongeveer € 50.000,00.

3.3.

De kantonrechter is van oordeel dat eisende partij voldoende onderbouwd heeft gesteld op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat zij met gedaagde partij een overeenkomst heeft gesloten voor de levering van energie. Gedaagde partij heeft niet betwist de gestelde facturen te hebben ontvangen. Het verweer dat zij een andere energieleverancier had, is niet aangetoond. Een bewijsstuk daarvan ontbreekt. In de conclusie van repliek heeft eisende partij haar stellingen uiteengezet en het verweer van gedaagde partij besproken. Gedaagde partij is in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar dit heeft zij niet gedaan. Het verweer van gedaagde partij wordt daarom als ontoereikend verworpen. Dit brengt met zich dat de vordering van eisende partij wordt toegewezen.

3.4.

Gedaagde partij heeft geen bewijs van haar stellingen aangeboden en de kantonrechter ziet ook geen aanleiding gedaagde partij ambtshalve toe te laten tot nadere bewijslevering.

3.5.

Gedaagde partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 102,15
  • griffierecht 507,00
  • salaris gemachtigde 248,00 (2 x tarief € 124,00)

totaal € 857,15

3.6.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 999,07, vermeerderd met de wettelijke rente over € 840,11 vanaf 15 november 2021 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 857,15,

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.

type: PLG

coll:

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.