Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 28 oktober 2021

ECLI:NL:RBLIM:2021:8642Zaaknummer 9443084 EZ VERZ 21-199

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28 oktober 2021
Publicatiedatum
7 december 2021
Zaaknummer
9443084 EZ VERZ 21-199
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Opheffing vereffening 4:209 BW. Kantoorkosten niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd. Geen griffierecht verschuldigd.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van

[erflater],

4.2.

stelt het vereffenaarsloon van verzoeker en zijn kantoorgenoten, vanaf 7 april 2020 tot en met de afwikkeling, inclusief twee uur voor de afwikkeling, vast op

€ 7.742,11 inclusief btw,

4.3.

stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 10.797,31 bestaande uit € 7.742,11 inclusief btw aan loon en € 2.965,20 aan (reeds betaalde) kosten,

4.4.

gelast verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant,

4.5.

gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,

4.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

YT

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknr: 9443084 \ EZ VERZ 21-199

Beschikking van 28 oktober 2021

inzake

MR. JAN VAN DER WENDE,

kantoor houdend te 5240 AG Rosmalen,

verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van

[erflater],

gemachtigde mr. M. van der Meulen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Op 15 september 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

1.2.

Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

2 Het verzoek

2.1.

Verzoeker vraagt:

  • het loon van de vereffenaar vast te stellen op € 5.946,44 exclusief btw / € 7.742,11 inclusief BTW, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
  • de vereffeningskosten vast te stellen op € 11.016,99 bestaande uit € 7.742,11 aan loon en € 3.274,88 aan kosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
  • de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de erflater te bevelen
  • te bevelen dat de opheffing van de vereffening uitsluitend (kosteloos) dient te worden gepubliceerd in de digitale Staatscourant
  • te bevelen dat het aan de indiening van dit verzoekschrift verbonden griffierecht ten laste komt van de Staat.

3 De beoordeling

3.1.

Uit de processtukken blijkt het volgende:

- op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflater] (verder: de erflater), laatstelijk wonend. te [woonplaats], overleden

- bij beschikking van deze rechtbank van 7 april 2020 is verzoeker tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd

- de vereffening van de nalatenschap van de erflater is voltooid.

3.2.

Een verzoek tot opheffing van een vereffening kan - onder meer - worden ingewilligd indien de vereffeningskosten hoger zijn dan de activa van de nalatenschap. Daarvan is sprake. Dat betekent dat de verzoeken A t/m D kunnen worden ingewilligd met dien verstande dat de kantonrechter de vereffeningskosten (die volgens productie 3 reeds zijn voldaan) zal vaststellen op € 2.965,20. De post “Kantoorkosten 4% over salaris” van € 309,68 is niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd en zal worden afgewezen.

3.3.

Het onder E verzochte behoeft geen verdere beoordeling aangezien er voor het onderwerpelijke verzoekschrift geen griffierecht is geheven. Op verzoek van verzoekers en om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van

[erflater],

4.2.

stelt het vereffenaarsloon van verzoeker en zijn kantoorgenoten, vanaf 7 april 2020 tot en met de afwikkeling, inclusief twee uur voor de afwikkeling, vast op

€ 7.742,11 inclusief btw,

4.3.

stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 10.797,31 bestaande uit € 7.742,11 inclusief btw aan loon en € 2.965,20 aan (reeds betaalde) kosten,

4.4.

gelast verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant,

4.5.

gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,

4.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

YT

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.