Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 28 oktober 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:8241Zaaknummer 9393322 EZ VERZ 21-177
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2021
- Publicatiedatum
- 7 december 2021
- Zaaknummer
- 9393322 EZ VERZ 21-177
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Erfrecht. Opheffing vereffening. Art. 4:209 BW. Kantoorkosten niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd.
4 De beslissing
De kantonrechter
beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van
[erflater],
stelt het vereffenaarsloon van verzoekers en hun kantoorgenoten, vanaf 9 december 2019 tot en met de afwikkeling, inclusief twee uur voor de afwikkeling, vast op € 6.636,96 inclusief btw,
stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 7.275,51 bestaande uit € 6.636,96 inclusief btw aan loon en € 638,55 aan (reeds betaalde) kosten,
gelast verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant,
gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zaaknr: 9393322 \ EZ VERZ 21-177
Beschikking van 28 oktober 2021
inzake
MR. MAARTEN VAN DER MEULEN en MANON VAN BEZOUW,
kantoor houdend te 5240 AG Rosmalen,
verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van
[erflater],
gemachtigde mr. J. van der Wende.
1 Het verloop van de procedure
Op 16 augustus 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.
2 Het verzoek
Verzoekers vragen:
- het loon van de vereffenaar vast te stellen op € 5.485,09 zijnde € 6.636,96 inclusief BTW, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
- de vereffeningskosten vast te stellen op € 7.540,99 bestaande uit € 6.636,96 aan loon en € 904,03 aan kosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag
- de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de erflater te bevelen
- te bevelen dat de opheffing van de vereffening uitsluitend (kosteloos) dient te worden gepubliceerd in de digitale Staatscourant
- te bevelen dat het aan de indiening van dit verzoekschrift verbonden griffierecht ten laste komt van de Staat.
3 De beoordeling
Uit de processtukken blijkt het volgende:
- op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflater] (verder: de erflater), laatstelijk wonende te [woonplaats], overleden
- bij beschikking van deze rechtbank van 9 december 2019 zijn verzoekers tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd
- de vereffening van de nalatenschap van de erflater is voltooid.
Een verzoek tot opheffing van een vereffening kan - onder meer - worden ingewilligd indien de vereffeningskosten hoger zijn dan de activa van de nalatenschap. Daarvan is sprake. Dat betekent dat de verzoeken A t/m D kunnen worden ingewilligd met dien verstande dat de kantonrechter het salaris van verzoekers en hun kantoorgenoten vanaf 9 december 2019 tot en met de afwikkeling overeenkomstig het Recofa-tarief, inclusief twee uur voor de afwikkeling, zal vaststellen op € 6.636,96 inclusief btw en de vereffeningskosten (die volgens productie 3 reeds zijn voldaan) op € 638,55. De post “Kantoorkosten 4% over salaris” van € 265,48 is niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd en zal worden afgewezen.
Het onder E verzochte behoeft geen verdere beoordeling aangezien er voor het onderwerpelijke verzoekschrift geen griffierecht is geheven. Op verzoek van verzoekers en om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden.
4 De beslissing
De kantonrechter
beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van
[erflater],
stelt het vereffenaarsloon van verzoekers en hun kantoorgenoten, vanaf 9 december 2019 tot en met de afwikkeling, inclusief twee uur voor de afwikkeling, vast op € 6.636,96 inclusief btw,
stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 7.275,51 bestaande uit € 6.636,96 inclusief btw aan loon en € 638,55 aan (reeds betaalde) kosten,
gelast verzoekers, in hun hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant,
gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.