Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Limburg, 14 oktober 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:7819Zaaknummer ROE 21/ 2587
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2021
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2021
- Zaaknummer
- ROE 21/ 2587
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Omgevingsvergunning van rechtswege. Geen sprake meer van opschorting beslistermijn.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 360,- aan verzoekster vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 748,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J.E. Hamers-Aerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K. Mestrom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021.
griffier de voorzieningenrechter is verhinderd te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op: 15 oktober 2021
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK limburg
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 21/2587
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 oktober 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam] B.V., te [vestigingsplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. R.H.M. Wagemans),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder
Procesverloop
Verzoekster heeft op 20 september 2021 beroep ingesteld wegens het niet tijdig bekend maken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Deze zaak is bekend onder zaaknummer ROE 21/2585. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Een onderzoek ter zitting is achterwege gebleven.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, onder meer indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De rechtbank heeft bij uitspraak van heden het beroep gegrond verklaard. Gegeven deze beslissing in de hoofdzaak bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
3. Nu het beroep in de hoofdzaak gegrond is verklaard, ziet de rechtbank evenwel aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 748- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 748,- en wegingsfactor 1).
4. In het licht van het voorgaande, ziet de rechtbank verder aanleiding te bepalen dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht ten bedrage van € 360,- aan verzoekster vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 748,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J.E. Hamers-Aerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K. Mestrom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021.
griffier de voorzieningenrechter is verhinderd te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op: 15 oktober 2021
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.