Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Limburg, 30 juni 2021

ECLI:NL:RBLIM:2021:5166Zaaknummer C/03/269427 / HA ZA 19-506

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30 juni 2021
Publicatiedatum
8 oktober 2026
Zaaknummer
C/03/269427 / HA ZA 19-506
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Benoeming deskundige ten behoeve van onderzoek naar kelder(constructie) woning.

De rechtbank

3.1.

benoemt tot deskundige:

de heer ir. P.P.J. Lahaye,

correspondentieadres: Sprookjesberg 13, 5508 EA VELDHOVEN,

[telefoonnummer en e-mailadres]

3.2.

bepaalt dat de deskundige de volgende vragen dient te beantwoorden:

  • Bevindt zich thans vocht in de wanden en/of vloer van de kelder van de woning van [eisers] ? Zo ja, op welke plek(ken)?
  • Zo ja, kunt u per plek aangeven of er sprake is van een voortdurend (actueel/actief) vochtprobleem, of dat het thans aanwezige vocht ook veroorzaakt kan zijn door één of meer afzonderlijke gebeurtenissen (zoals bijvoorbeeld een voorval in het najaar van 2017, waarbij sprake was van een combinatie van een verstopte draingoot, een hoosbui en een uitgeschakelde vuilwaterpomp)?
  • Indien sprake is van een actueel/actief vochtprobleem, kunt u per plek aangeven of dit veroorzaakt wordt door:

- binnendringend zakwater;

- binnendringend grondwater;

- inwatering ter plaatse van een buitentrap en/of hellingbaan;

- een verstopte draingoot;

- een ontbrekende waterkering onder een kozijn;

- een andere oorzaak?

4. Indien er sprake is van 'een andere oorzaak', kunt u aangeven wanneer deze oorzaak is ontstaan?

Indien er sprake is van meerdere oorzaken, kunt u toelichten in welke mate iedere oorzaak heeft bijgedragen aan het vochtprobleem op de betreffende plek?

Is het mogelijk - en zo ja, hoe kan worden verklaard - dat het vochtprobleem zich pas vijftien jaar na de (ver)bouw(ing) van de woning heeft gemanifesteerd?

5. Dient een kelderconstructie in het algemeen uitgevoerd te worden als betonnen bak om te kunnen gelden als deugdelijke funderingsconstructie? Met andere woorden, is elke gemetselde kelderconstructie per definitie ondeugdelijk?

6. Dient een kelderconstructie in het algemeen uitgevoerd te worden met waterkerende maatregelen? Met andere woorden, is elke kelderconstructie waarbij geen waterkerende maatregelen zijn getroffen per definitie ondeugdelijk?

7. Aan welke eisen dient een gemetselde kelderconstructie in het algemeen te voldoen om te kunnen gelden als deugdelijke funderingsconstructie? Welke rol spelen daarbij factoren als 'zakwater', grondwaterstand, bodemsamenstelling, (vuilwater)pompinstallatie(s)?

8. Aan welke specifieke eisen dient een gemetselde kelderconstructie ter plaatse van de woning van [eisers] te voldoen?

9. Voldoet, gelet op de antwoorden op voornoemde vragen, de kelderconstructie van de woning van [eisers] naar uw deskundige mening aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden?

Zo nee, is het mogelijk om de kelderconstructie zodanig aan te passen dat deze aan de minimaal daaraan te stellen eisen voldoet? Zo ja, op welke wijze en kunt u een indicatie geven van de daarmee gemoeide kosten?

10. Wat vindt u als deskundige nog meer van belang om te vermelden?

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 3.950,00 (inclusief btw),

3.4.

bepaalt dat [eisers] het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat [eisers] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
  • de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
  • de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
  • indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
  • de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 6 oktober 2021,

3.14.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
  • na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van zowel [eisers] als [gedaagden] op een termijn van vier weken,
3.15.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Alink-Steinberg en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2021.[_3731ecf2-7850-40b5-b79c-9c3ce3271947]

Volledige tekst

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/03/269427 / HA ZA 19-506

Vonnis van 30 juni 2021

in de zaak van

1 [eiser sub 1],

wonende te [plaatsnaam],

2. [eiser sub 2],

wonende te [plaatsnaam],

eisers,

advocaat mr. H.M.P.A. Wolters te Venlo,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te [plaatsnaam],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaatsnaam],

gedaagden,

advocaat mr. H.H.T. Beukers te Eindhoven.

Partijen worden hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenvonnis van 25 november 2020;
  • de akte uitlating deskundigenbericht van [eisers] met productie 23;
  • de akte uitlating deskundigenbericht van [gedaagden];
  • de berichten van de griffier omtrent de hoogte van het door de deskundige begrote voorschot en de schriftelijke reacties daarop van partijen.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij tussenvonnis van 25 november 2020 heeft de rechtbank onder meer overwogen en beslist dat in deze zaak een deskundigenonderzoek moet worden gelast.

2.2.

De rechtbank zal de door beide partijen voorgestelde en onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag.

2.3.

In de vorige beslissing is al bepaald dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [eisers] moet worden gedeponeerd.

2.4.

Ten aanzien van de door partijen voorgestelde aanvullende vragen en suggesties overweegt de rechtbank als volgt.

2.4.1.

De door [eisers] voorgestelde vraag over op welke punten de feitelijke bouwkundige situatie afwijkt van de bouwkundige (constructie)tekeningen van de woning wordt niet aan de deskundige voorgelegd. De rechtbank acht het antwoord op die vraag niet relevant voor de beoordeling van het geschil. Centraal staat de vraag of feitelijk sprake is van een gebrekkige funderingsconstructie, dat wil zeggen een funderingsconstructie die niet voldoet aan de voor normaal gebruik daaraan te stellen eisen. Daarbij is niet relevant of de feitelijke funderingsconstructie overeenstemt met de bouwkundige (constructie)tekeningen. Voor zover [eisers] betoogt dat het antwoord "relevant kan zijn bij het onderbouwen van stellingen over de bekendheid en kenbaarheid van bepaalde zaken aangaande de woning" gaat de rechtbank daaraan voorbij, nu in dit stadium van de procedure geen plaats meer is voor het onderbouwen van stellingen.

2.4.2.

[gedaagden] verzoekt de eerste vraag aan de deskundige te laten vervallen, omdat de aanwezigheid van vocht op het moment van het deskundigenonderzoek niet relevant is voor de conformiteitsvraag. Nu [gedaagden] heeft betwist dat er op dit moment (nog) sprake is van een vochtprobleem, zal de rechtbank deze vraag handhaven.

2.4.3.

De rechtbank neemt de door [gedaagden] voorgestelde toevoegingen bij de vragen 8 en 9 over de relevantie van de aanwijzingen van de gemeente bij de vergunningverlening voor de verbouwing niet over, nu dit niet behoort tot het expertisegebied van de deskundige.

2.4.4.

De door [gedaagden] voorgestelde vraag over welke schade het gevolg is van het feit dat geen herstelmaatregelen en/of maatregelen ter voorkoming van verdere schade zijn genomen, wordt niet aan de deskundige voorgelegd, nu [gedaagden] de relevantie daarvan in het licht van het gevoerde debat niet duidelijk heeft gemaakt.

2.5.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.6.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1.

benoemt tot deskundige:

de heer ir. P.P.J. Lahaye,

correspondentieadres: Sprookjesberg 13, 5508 EA VELDHOVEN,

[telefoonnummer en e-mailadres]

3.2.

bepaalt dat de deskundige de volgende vragen dient te beantwoorden:

  • Bevindt zich thans vocht in de wanden en/of vloer van de kelder van de woning van [eisers] ? Zo ja, op welke plek(ken)?
  • Zo ja, kunt u per plek aangeven of er sprake is van een voortdurend (actueel/actief) vochtprobleem, of dat het thans aanwezige vocht ook veroorzaakt kan zijn door één of meer afzonderlijke gebeurtenissen (zoals bijvoorbeeld een voorval in het najaar van 2017, waarbij sprake was van een combinatie van een verstopte draingoot, een hoosbui en een uitgeschakelde vuilwaterpomp)?
  • Indien sprake is van een actueel/actief vochtprobleem, kunt u per plek aangeven of dit veroorzaakt wordt door:

- binnendringend zakwater;

- binnendringend grondwater;

- inwatering ter plaatse van een buitentrap en/of hellingbaan;

- een verstopte draingoot;

- een ontbrekende waterkering onder een kozijn;

- een andere oorzaak?

4. Indien er sprake is van 'een andere oorzaak', kunt u aangeven wanneer deze oorzaak is ontstaan?

Indien er sprake is van meerdere oorzaken, kunt u toelichten in welke mate iedere oorzaak heeft bijgedragen aan het vochtprobleem op de betreffende plek?

Is het mogelijk - en zo ja, hoe kan worden verklaard - dat het vochtprobleem zich pas vijftien jaar na de (ver)bouw(ing) van de woning heeft gemanifesteerd?

5. Dient een kelderconstructie in het algemeen uitgevoerd te worden als betonnen bak om te kunnen gelden als deugdelijke funderingsconstructie? Met andere woorden, is elke gemetselde kelderconstructie per definitie ondeugdelijk?

6. Dient een kelderconstructie in het algemeen uitgevoerd te worden met waterkerende maatregelen? Met andere woorden, is elke kelderconstructie waarbij geen waterkerende maatregelen zijn getroffen per definitie ondeugdelijk?

7. Aan welke eisen dient een gemetselde kelderconstructie in het algemeen te voldoen om te kunnen gelden als deugdelijke funderingsconstructie? Welke rol spelen daarbij factoren als 'zakwater', grondwaterstand, bodemsamenstelling, (vuilwater)pompinstallatie(s)?

8. Aan welke specifieke eisen dient een gemetselde kelderconstructie ter plaatse van de woning van [eisers] te voldoen?

9. Voldoet, gelet op de antwoorden op voornoemde vragen, de kelderconstructie van de woning van [eisers] naar uw deskundige mening aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden?

Zo nee, is het mogelijk om de kelderconstructie zodanig aan te passen dat deze aan de minimaal daaraan te stellen eisen voldoet? Zo ja, op welke wijze en kunt u een indicatie geven van de daarmee gemoeide kosten?

10. Wat vindt u als deskundige nog meer van belang om te vermelden?

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 3.950,00 (inclusief btw),

3.4.

bepaalt dat [eisers] het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat [eisers] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
  • de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
  • de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
  • indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
  • de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 6 oktober 2021,

3.14.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
  • na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van zowel [eisers] als [gedaagden] op een termijn van vier weken,
3.15.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Alink-Steinberg en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2021.[_3731ecf2-7850-40b5-b79c-9c3ce3271947]

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.